Alle berichten van astrid

Over astrid

Twijfelt tussen 30plus en 40min, schrijver, dromend realist, niet lullen maar poetsen, Nederland of buitenland. Schrijft over van alles en nog wat, tot het boek Verdwaald in Tirol het licht zal zien.

Zal mijn boek hier ooit tussenkomen?

Het boek – de stukjes vallen op hun plek

Het is een raar proces, dat schrijfproces. Het ene moment wil ik boek X schrijven, het volgende moment boek Y. De ene keer moet het zo veel mogelijk lijken op hoe het allemaal echt is gegaan, de andere keer denk ik ‘nee laat ik het maar dramatiseren en er echt een roman van maken.’ Ik houd er van als de dingen in een lekker tempo doorlopen, maar dat schrijven – nee dat laat zich niet echt sturen. Tot de laatste weken, want ineens leken alle stukjes een beetje op hun plek te vallen.

Bergen – ze moeten wel een rol krijgen in mijn boek 🙂

Het begon met een verwijzing naar een schrijfvakantie. De data kwamen me niet goed uit, maar het wakkerde wel weer een lang levend idee bij mij aan van een week schrijven zonder onderbrekingen en dagelijkse beslommeringen. Ik dacht lang dat ik dat ook prima zou kunnen in een afgelegen huisje, bij voorkeur ergens aan zee. Maar eerlijk is eerlijk: ik denk dat ik nogal snel afgeleid zou raken en uiteindelijk niet de vooruitgang zou boeken die ik voor ogen had. Een week onder leiding van een ervaren auteur schrijven, in een inspirerende omgeving – dat leek me een beter idee. En dus ging ik verder rondkijken en vond ik uiteindelijk een schrijfvakantie in de Algarve, in september. Want tsja – als ik dan iets in mijn hoofd heb, wil ik het niet uitstellen tot 2019…

Daarna volgde een boek dat ik las tijdens ons verblijf in Saint Pierre D’Allevard. De vrienden waar we waren, vertelden beiden enthousiast over het boek De acht bergen. Een dun boek en dus las ik het boek in de drie dagen dat we daar waren. Ik realiseerde me dat een boek helemaal geen 1.000 pagina’s hoeft te omvatten, noch dat het een enorm groot thema hoeft te hebben of een complete familiegeschiedenis hoeft te beschrijven. Als je niet begrijpt waarom niet, of wat ik hiermee bedoel: lezen dat boek! Het is prachtig. En het speelt in de bergen – ironisch genoeg…

De dag nadat ik dat boek las, liepen we een rondje om het meer. Mijn eega is dus veel sneller dan ik en dus liep ik het grootste gedeelte van de tijd alleen. Ineens was het er – het echte idee. Het gevoel van ‘ja dit zijn de ingrediënten voor een goed verhaal, gebaseerd op je eigen ervaringen, maar zonder dat je alle details nog hoeft te weten en zonder dat je jezelf meteen helemaal bloot geeft.’ Tijdens dat half uurtje hardlopen kwam ik tot meer elementen en verbindingen dan in de maanden – nee jaren – daarvoor. En tijdens de dagen die volgenden in Frankrijk, thuis en daarna op het Engelse platteland begonnen de personages zich aan mij voor te stellen. Ik maakte aantekeningen in mijn kleine boekje, streepte, vulde aan, bedacht andere motieven – kortom: ik realiseerde me ineens dat het niet meteen perfect hoeft te zijn. Dat je mag, nee waarschijnlijk zelfs moet, herschrijven en aanpassen.

Rondje om het meer – speciale aandacht graag voor het hekje

Eenmaal thuis na de vakantie vroeg mijn eega wat me eigenlijk nog tegenhield om me in te schrijven voor die schrijfreis. Eigenlijk nog de overtuiging dat ik ook echt een goed verhaal had. Toevallig was ik ook toen net bezig aan een online cursus van DrsPee – Hoe breng je structuur aan in je verhaal. Et voilà – met haar oefeningen kregen mijn personages nog meer smoel en merkte ik dat haar opdrachten me echt hielpen om de punten waar ik tegenaan liep op te pakken en uit te werken. Weer een stukje dat op zijn plek viel: als ik er echt voor ga zitten, komen de ideeën dus. Misschien niet in het tempo dat ik wil, misschien niet in de volgorde of op het moment dat ik wil, misschien met wat hulp. Maar met een beetje geduld en wat structuur komt het er echt uit. En dus schreef ik me in – voor deze reis. Een verslag volgt ongetwijfeld op een later moment.

En tenslotte las ik in een prachtig boek, een van die boeken waardoor ik weet ‘lezen is het meest geweldige dat je kunt doen in je vrije tijd’ deze quote: Als u schrijver wilt worden, schrijft u dan. Als u een verhaal te vertellen hebt, vertelt u het dan. Of probeert u het tenminste. En nu is er een eerste pagina, een begin. Dat is natuurlijk nog geen compleet boek, een pagina. En toch, toch voelt het anders dit keer. Ja er zijn obstakels, maar er zijn ook mensen om mee aan op te trekken en me te motiveren. Dus als u me de komende tijd kwijt bent, dan heb ik me even terug getrokken in die andere wereld – de schrijfwereld. Met boek X – of wordt het toch boek Y? Ach – wat doet het er toe, als ik maar schrijf.

Melk en het campingleven

Vroeger gingen wij als gezin ieder jaar kamperen. De eerste keer in de zomer voor ik naar groep 3 ging, dus toen was ik 6. Eerst gingen we naar Joegoslavië (ja, dat heette toen nog zo), later naar Hongarije, Tsjechoslowakije, Tsjechië en Slowakije. Van een tent evolueerden mijn ouders naar een vouwwagen en tenslotte naar een caravan. Wij sliepen afwisselend bij hen in de grote tent, onder de vouwwagen (een van ons dan – de andere twee lagen toen in een klein tentje), in de caravan (ik kan me herinneren dat er een vakantie was waarin we daadwerkelijk met z’n vijven in de Adria sliepen – al was dat volgens mij wel een herfstvakantie in Nederland en dus was het ook wat kouder) of dus in een klein tentje bij de vouwwagen of caravan. Het waren lange vakanties – zo lang dat er altijd wel iemand was die op het einde naar huis wilde. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit wilde, want vakanties waren vol met zwemmen, mooi weer, ijsjes, uit eten gaan en boeken lezen. Alle dingen waar ik nu nog steeds blij van word.

Wat ik me van de vakanties van voor de caravan kan herinneren is het niet hebben van een koelkast(je). Ik denk wel dat er een koelbox was – maar in die tijd was het denk ik nog niet zo makkelijk om je koelelementen weer te laten bevriezen. Van latere jaren in Hongarije herinner ik me ook dat je een klein vak in een koelkast kon huren. Maar daarin had je zeer beperkt ruimte – misschien gingen daar de koelelementen dan wel in. Het was dus een kleine uitdaging om ons te voorzien van een ontbijt met melk en boter. Voor de boter was de oplossing de befaamde campingboter uit blik. Ik hoef het vast niet uit te leggen, want volgens mij kent iedere kamperende Nederlander die blikken. Die boter kon volgens mij niet smelten, hoefde dus niet per se heel koel bewaard te worden en was echt enorm smerig. In mijn herinnering smaakte de boter ook gewoon niet naar boter.

De melk is een ander verhaal. In al die landen leken ze dezelfde melk uit plastic literzakken te hebben. Iedere ochtend van die heerlijk lange vakantie herhaalde zich dan het volgende ritueel. Mijn vader ging, meestal (soms?) vergezeld door een van zijn dochters, broodjes halen voor het ontbijt. Die broodjes waren trouwens in ieder land net anders, maar wel altijd lekker en dus iedere ochtend vers. Ook iets waar ik nog steeds blij van word trouwens, vers brood. Maar goed, naast die broodjes haalde hij dus ook zo’n zak melk. En iedere ochtend kregen wij minimaal een beker van die melk – soms wat meer, want tsja: de zak konden we niet bewaren tot de volgende dag en dus moest die zak leeg. En die melk, die was zo enorm vies. Het smaakte heel anders dan Nederlandse melk; het leek meer op van die lang houdbare, gepasteuriseerde melk. Maar melk is de witte motor en goed voor elk en daarom dronken wij elke ochtend, met enige protest volgens mij, onze beker leeg. Soms kregen we er een lepel Nesquik in bedenk ik me nu – bestaat dat eigenlijk nog?

Tijdens onze kampeervakantie dit jaar moest ik hier ineens aan denken, toen ik terugliep met het net gekochte verse brood. Want wij gingen ook met de tent kamperen en al kun je tegenwoordig op veel campings je koelelementen in een vriezer leggen, wij hebben (nog) geen koelbox. Die boter, nee die hadden we niet bij ons. Maar wij geloven nog altijd dat melk goed is voor elk en dus hadden we houdbare melk gekocht voor bij de muesli of in mijn geval, voor bij de croissant. Want die hoef je niet te koelen. Echt net zo vies als vroeger die zakken melk. Maar natuurlijk dronk ik het flesje wel leeg, tot de laatste druppel. En at ik daarna zeer tevreden mijn verse croissant. Heerlijk, dat kamperen.

Zwoele zomeravond – verschrikkelijk cliche

Het is dus een zwoele zomeravond en de setting is het Amsterdamse bos. Daar wordt in de zomer Het Bostheater opgebouwd, waar je de hele zomer lang kunt genieten van toneel en van concerten. De hele dag houd ik de lucht al angstvallig in de gaten, want het concert van vanavond vindt dus plaats in de buitenlucht. Na weken vol zon en hitte, is het al een paar dagen wat minder weer en de avond zou dus letterlijk in het water kunnen vallen. En dat willen we niet – want vanavond willen we kletsen, maar vooral ook genieten van, meezingen en meedansen met de band en vooral niet hoeven schuilen voor een onweersbui.

We gaan op tijd, zodat we zeker een mooie plek hebben in het kleine amfitheater dat verscholen ligt in het Amsterdamse bos. Al zou het eigenlijk het Amstelveense bos moeten heten, maar ach. De sfeer zit er meteen in als we samen met twee andere dames en een heer de weg zoeken van de parkeerplaats naar het theater. We gaan in de rij voor een hamburger en een vegaburger, nadat we eerst muntjes hebben gekocht. Misschien ligt het aan mij, maar als je muntjes moet kopen krijg ik vrijwel direct een festivalgevoel en dat maakt me net een beetje extra blij.

We hebben inderdaad nog ruim de keuze voor een zitplek en we nestelen ons aan de rechterkant van het podium, behoorlijk vooraan maar wel zo ver dat we onze helden goed kunnen zien. We eten, kletsen bij en klappen beleefd maar niet enorm enthousiast voor de twee support acts. Best leuk hoor, maar we komen voor iemand anders. In mijn buik voel ik de spanning opkomen – zou het nog net zo leuk zijn als de vorige keer in Utrecht? Of was dat ook het gevoel van jeugdsentiment, van ‘we hebben ze zo lang niet gezien’ dat zorgde voor een geweldige avond? Is Koen nog net zo knap en energiek? We houden het in ieder geval droog en vlak voor ze opkomen trekken de wolken zelfs weg. Zo is een concert in de openlucht extra leuk.

En dan komen ze op. Kris en Koen Wauters, vergezeld van een hele troep muzikanten: Clouseau dus. Vanaf de eerste klanken is het raak. En dat vind ik niet alleen, getuige het geklap en gejoel van de 1400 andere toeschouwers. Het is alsof de tijd stil heeft gestaan – Koen lijkt nauwelijks ouder, we kunnen alles woord voor woord meezingen en weten precies waar de gekkigheidjes in de liedjes zitten. Het is even terug naar de tijd dat het voorkomen van het woord verdomme in een liedje reden is het niet te mogen zingen op TV. Terug naar de tijd dat ik met mijn opa gesprekken voerde over de volgens hem vreemde teksten van dit Belgische gezelschap. Herinneringen aan een tijd dat het normaal was dat artiesten gewoon het publiek in liepen zonder beveiliging en je – in theorie, want je deed het (meestal) niet – zo het podium op kon lopen. Herinneringen aan de keer dat ik met mijn tante in het Frits Philips naar een concert van Clouseau ging – mijn eerste theaterconcert denk ik, waarbij we gelukkig al niet bleven zitten maar gewoon lekker gingen staan en konden dansen in de zaal. En ook de keer dat ik met mijn zusje in Antwerpen genoot van de show van deze heren in het Sportpaleis; het moment waarop ik me realiseerde hoe groot deze band in eigen land eigenlijk is.

Koen & Kris

Ik voel mijn stem schor worden van het meezingen, maar dat maakt niet uit. Voor mij is dit een concert zoals het hoort: ongecompliceerd, meebleren tot je schor bent, genieten, dansen, meeklappen, een gevoel van verliefd zijn op de zanger en op het leven, van samen zijn met een heleboel mensen die je niet kent, een artiest die contact maakt en vol energie, passie en overtuiging de liedjes zingt die we zo graag willen horen. Ook al zingt hij sommige daarvan al 30 (!) jaar.

In de auto terug halen we herinneringen op aan cassettebandjes, CD’s van 50 gulden en de oude bandleden. En vandaag, vandaag staat Clouseau op repeat via Spotify en zing ik, heel zachtjes, lekker mee en geniet ik nog even na van een mooie, muzikale avond.