Alle berichten van astrid

Over astrid

Twijfelt tussen 30plus en 40min, schrijver, dromend realist, niet lullen maar poetsen, Nederland of buitenland. Schrijft over van alles en nog wat, tot het boek Verdwaald in Tirol het licht zal zien.

Update RoParun na 97 dagen

Op 30 december schreef ik over mijn twee ‘goede voornemens‘ voor 2019: het boek afronden en zo veel mogelijk kilometers lopen om Stefan te sponsoren tijdens de RoParun. Over dat eerste voornemen kan ik nu kort zijn – doel gehaald. Hoe dat verder gaat, daar lees je snel meer over. Veel meer vermoed ik. Maar dan doel twee. Met nog drie dagen te gaan tot de 100 dagen, een update.

Vandaag ging ik in Rotterdam naar de musical Cats. In de pauze keken we uit over het Wilhelminaplein, waar net de lopers voor de tweede keer begonnen aan het oversteken van de Erasmusbrug, op naar de finish. Maar wel met nog zo’n 20 kilometer te gaan. Ik dacht direct terug aan 2017, toen ik zelf tussen de lopers liep en me opnieuw de brug over worstelde. Ik had verwacht het pas na 30 of zelfs 35 kilometer zwaar te krijgen, maar de tweede keer langs ons (toenmalige) huis en met het besef dat ik pas net halverwege was, deed me bijna uitstappen. Maar ik hoorde de stem van mijn eega in mijn hoofd, die me de dag vantevoren had gezegd ‘geen zin is geen reden om op te geven. Echte pijn wel.’ En die had ik niet, echte pijn. Ik worstelde me door de volgende vijftien kilometer heen, met hulp van een berg supporters. Veel familie en vrienden stonden langs de kant en ik liep van de ene bekende naar de andere. En ik wist ook: ik heb hier bijna een heel jaar voor getraind. Want een jaar eerder, toen Stefan voor de eerste keer in Rotterdam liep, toen wist ik het: ‘het gaat pijn doen, het gaat me veel tijd en zweet kosten, maar ik wil dit.’ En ik wist ook: ‘als ik nu stop, ga ik het niet nog een keer doen.’ Want ik wist dat het er in zat, dat het een kwestie was van doorzetten en van motivatie. Daarin lijkt het trouwens ook op het schrijven van een boek, maar dat terzijde.

Vandaag realiseerde ik me pas hoeveel motivatie ik toen had. Ik liep vanaf september 2016 vrijwel iedere week drie keer, met daarnaast nog een keer krachttraining. Of het regende, hagelde, of ik er op zondag om 7 uur voor op moest staan en of ik nou veel of weinig werk had. Natuurlijk miste ik wel eens een training, echt wel, maar dat was de uitzondering die de regel bevestigde. En dat is nu wel anders. Want ook al wil ik zo veel mogelijk kilometers lopen om zo Stefans team te sponsoren, mijn motivatie voor het lopen is er op het moment alleen als ik genoeg tijd heb, als het redelijk tot mooi weer is en o, als ik er niet te vroeg voor op hoef te staan. Krachttraining probeer ik eens per week te doen. Maar zonder echt doel en laat ik eerlijk zijn zonder personal trainer is het wel een stukje makkelijker om te denken ‘morgen weer een dag’ na een lange dag op kantoor. Soms baal ik daar van, maar meestal realiseer ik me dat ik niet alles kan wat ik wil – tenminste niet als ik ook nog af en toe wil slapen – en dat dit ook niet erg is. Mijn vrije tijd zit nu regelmatig in het schrijven, iets dat ik ook belangrijk en leuk vind en dat ook veel tijd kost.

De moraal van dit verhaal? Alles opzij zetten voor het hardlopen werkt bij mij alleen als ik echt zelf voor iets wil gaan. Wie weet ooit zelf de RoParun? Want ik zie bij het team van Stefan voortuderend mooie, motiverende acties voorbij komen. Ik wilde in 100 dagen zo veel mogelijk kilometers lopen, waarbij ik dacht dat 180 kilometer makkelijk haalbaar moest zijn. Met nog 3 dagen te gaan, waarin de kans dat ik ga lopen vrij klein is, staat de teller op 124,6 kilometer. Daarmee heb ik 62,30 euro ‘verdiend’ voor de RoParun. Minder dan gehoopt – maar meer dan niets. En: dankzij de Cardcetera-actie kan er nog een heleboel bijkomen 😉

Wegdromen

Zenuwachtig hup ik van de ene voet op de andere. Voor deze speciale gelegenheid heb ik gekozen voor elegante schoentjes, met een net iets te hoge hak. Ik mis mijn karakteristieke cowboy laarzen en bedenk dat ik me daarmee ook een stuk stoerder had gevoeld. Maar hoewel mijn stelling is dat ze bij iedere outfit passen, heb ik vanmiddag toch eerlijk aan mijn eega moeten toegeven dat ik daar voor deze ene keer op terug moest komen.

Ik friemel aan mijn haar en vraag me af of mijn mascara inmiddels uitgelopen is en of er geen lippenstift op mijn tanden zit. Ik besluit het nog een keer na te vragen bij mijn eega. Die lacht en zegt dat ik vooral moet genieten van wat er staat te gebeuren. Dan stappen we de rode loper op. Binnen een paar tellen word ik aangesproken en krijg de vraag of dit nu ‘mijn Lex’ is. Ik lach, tot nu toe is mijn eega redelijk anoniem en buiten beeld gebleven, maar daar komt vanavond een einde aan.

‘Ja, dit is hem, de inspiratiebron. Al is hij geen gesjeesde farmaceut, zoals Lex. Maar dat heb ik al eerder verteld.’

‘Astrid, hier, mag ik?’

Ik draai me om en glimlach als ik de journalist zie die me al eerder geïnterviewd heeft en, zo vond ik, een vleiend portret schetste van mijn schrijfproces.

‘Wat denk je, gaan we nog meer horen over Steffi? En natuurlijk over Tessa en Marieke, ga je hun verhaal ook vertellen?’

Ik aarzel. Nu het boek aardig verkoopt, krijg ik regelmatig de vraag hoe het verder gaat met Steffi en consorten. Het open einde laat ruimte voor de fantasie van de lezer, want ik heb geweigerd een epiloog te schrijven, met de standaard terug- of vooruitblik. Voor mij is het verhaal rond, heb ik verteld wat ik wilde vertellen. Ik had nog honderden pagina’s kunnen schrijven, natuurlijk – maar voor mij was het verhaal rond.

‘Wie weet. Maar ik heb nu een ander verhaal in mijn hoofd. Een over drie vrouwen, of nee eigenlijk vier. Wees niet bezorgd, het worden geen vier boeken – het zijn ook geen zussen. Maar misschien daarna. Dan heeft Steffi ook de tijd gehad een nieuw leven op te bouwen.’

We lopen verder richting de ingang. En dan zie ik haar. Ik trek mijn eega aan zijn jasje en wijs. Hij fluistert in mijn oor dat het niet netjes is om te wijzen. Maar dat kan me op dit moment niet echt interesseren. We lopen verder, haar kant op. Als we naast haar staan draait ze naar me toe en lacht. En dan vergeet ik waar ik ben en pak iets uit mijn tas. Mijn exemplaar is wat beduimeld, het is dan ook al oud en vaker gelezen.

Ik stamel ‘mevrouw Palmen, zou u iets in mijn boek willen zetten?’

Ze begint te lachen en zegt ‘zeg maar Connie.’

Ze pakt het boek, De vriendschap uiteraard, van me aan en zegt dat ze er straks wat in zal schrijven. De fotografen hebben ons inmiddels ontdekt en de volgende ochtend staat onze foto op nu.nl en ligt het boek, met opdracht, naast me op mijn nachtkastje.

Mijn droom: als schrijver naar het boekenbal, de loper over – wie weet, ooit. Moraal van dit verhaal? Ook als je een ouder meisje bent kun je nog prima dagdromen.

Foto: Andrew Tanglao op Unsplash

Schrijfretraite – raad ik het aan?

Je las het al in het verslag van dag 7 van mijn schrijfretraite – mijn eerste, grove versie is een heel eind af na de week in Zeeland. Helaas was er geen dag 8. Althans, niet echt, want op dag 8 moest ik helaas de sleutel van mijn huisje inleveren en de thuisreis aanvaarden. Enerzijds was het lang genoeg – er waren momenten geweest dat ik Steffi en Lex wel kon wurgen. En een week zonder mijn eega was ook lang genoeg. Anderzijds was ik weemoedig. Want ik moest het afronden van de laatste stukken voor die eerste versie weer tussen de bedrijven door gaan doen (spoiler: dat is inmiddels gelukt!).

Wanneer me dat precies zou gaan lukken, dat was nog even een vraagteken en dat maakte me wat verdrietig. En daarbij, ik ging terug naar een mooi huis vlakbij de duinen, maar ik liet een heerlijk huisje in Vlissingen op zo’n 150 meter afstand van de boulevard van Vlissingen achter. Ik heb geen aandelen, maar ik beveel het echt van harte aan, ook als je niet wil schrijven en gewoon wil genieten van het strand, maar de stad ook niet te ver op afstand wil hebben.

Genoeg gemijmerd over wat voorbij is. De prangende vraag is natuurlijk of ik het jou, als (aspirant-)schrijver, ook aanraad om jezelf even van alles en iedereen terug te trekken. Het korte en ongenuanceerde antwoord ken je denk ik al, dat is ja. Dat blijkt denk ik wel uit de verslagen die ik over de schrijfdagen heb geschreven. Maar het iets minder korte antwoord is dat het ook afhangt van hoe je als persoon bent en vooral hoe je als schrijver bent en hoeveel ervaring je hebt.

Om met dat laatste te beginnen. Na de schrijfvakantie in Portugal schreef ik al dat voor mij de uitleg die ik van Marelle kreeg niet veel nieuws bevatte. Toch zorgde het wel voor een andere kijk op hoe ik schrijf en wat daarbij mijn valkuilen zijn. Tijdens de week in Zeeland heb ik daar ook nog regelmatig aan terug gedacht. Er zijn veel meer manieren om wat te leren over schrijftechnieken, je hoeft natuurlijk niet naar een cursus (in welke vorm dan ook). Je kunt meedoen aan (gratis) challenges, schrijfcafes, oefeningen op internet. Maar als je helemaal geen kennis hebt van enige schrijftechnieken, dan zou ik dat wel opdoen voor je alleen in een huisje gaat zitten.

Daarnaast, ik werk inmiddels sinds 2007 als freelancer. Soms veel op kantoor, soms weinig. In de periodes dat ik weinig op kantoor werk, heb ik wel te maken met deadlines. Iemand schreef vorig jaar in de zomer aan mij dat het heerlijk moest zijn om voor jezelf te werken, want dan kon je gewoon gaan genieten van het prachtige weer dat we op dat moment hadden. Ja – dat kan. Als je op dat moment geen opdrachten en dus geen deadlines hebt, dan kan dat zeker. Maar gelukkig heb ik die meestal wel en dus moet ik gemiddeld gewoon acht uur per dag werken. Die acht uur kan ik wel verdelen zoals ik dat wil – ’s ochtends vroeg vier uur bijvoorbeeld en dan vanaf laat in de middag door tot in de avond – maar aan de slag moet ik wel en ik zal mezelf moeten motiveren om dat te doen. Dat kwam me deze week van pas – want bij vlagen had ik echt moeite met het schrijven. Soms duwde ik dan door, soms ging ik even wandelen en daarna weer aan het werk. Maar ik bleef wel doorgaan, ook al was het mooi weer, ook al was er genoeg te doen in de omgeving en ook al vond ik het soms dus echt niet makkelijk. Als je weet dat je het lastig vindt om jezelf aan het werk te houden, dan is een onbegeleide schrijfweek denk ik geen goed idee.

Het prachtige strand bij Vlissingen – tip: bedenk wat voor soort omgeving jou inspireert.
Voor mij is dat een omgeving met water, maar misschien is het voor jou wel een bos of een grote stad.

Wat ik gemist heb bij vlagen is het sparren met anderen. Soms heb je gewoon even een advies nodig als je op een dood punt zit. Toch zou ik een volgende keer eerder kiezen om weer zelf te gaan en niet met een groep of onder begeleiding. En wel omdat je dan toch wat meer vastzit aan een ritme, met momenten waarop je samen eet bijvoorbeeld. Als ik nu dacht ‘eerst een rondje lopen, dan ontbijten’ dan kon dat. Als ik merkte tegen half zes dat ik niet verder kon, ging ik koken en voor mijn doen vroeg eten. Een van de dagen ben ik ook op het strand gaan eten, al om vijf uur – maar daarna had ik weer motivatie. Het koken zorgde ook voor afleiding. Maar als je het sparren belangrijk vindt, of geen zin hebt om voor je eigen eten en drinken te zorgen of als je jezelf moeilijk kunt motiveren, zoek dan een groep om mee weg te gaan, of een georganiseerde retraite.

Besluit je om zelf te gaan, dan zijn dit mijn belangrijkste adviezen:

  • Bedenk of je iemand langs wil laten komen. Ik had tegen mijn schrijfmaatje gezegd dat zij welkom was (we schrijven immers vaker samen, dus ik weet dat dit goed gaat) en met mijn zus afgesproken dat ze eventueel zou komen. Verder heb ik bewust niemand laten komen – want je weet nooit wanneer je inspiratie hebt. Uiteindelijk was ik wel blij dat mijn zus kwam – anders is een week alleen mogelijk ook wel eenzaam. Op donderdag heb ik bijvoorbeeld niemand gezien, dat voelt wel wat vreemd.
  • Denk na over de omgeving waar je heen gaat. Water inspireert mij – of dat nou een rivier, een groot meer of de zee is. Maar jij hebt misschien meer met bossen, of een drukke stad. Denk ook na over de plek waar je heen gaat: kies je voor een B&B, air BnB, hotel, huisje – noem het maar op. Ik kan in principe overal werken, maar ik heb wel een goede stoel nodig en een tafel. Daarom koos ik bijvoorbeeld niet voor een hotel, omdat je dit daar niet altijd hebt.
  • Zorg voor een goed dagritme. Ik weet van mezelf dat ik tijdens een vakantie de neiging heb steeds later te gaan slapen en evenzo steeds later op te staan. Dat heb ik nu dus bewust niet gedaan. Niet dat ik om 20u in bed lag, maar gewoon de normale tijd. En dan wel iets later op dan in een werkweek, maar ook niet veel later. Ga ook iedere dag even naar buiten – zuurstof happen. Blijf je ook een beetje onder de mensen.
  • Stel een doel. Per dag, of voor de hele week. Mijn doel was een complete eerste versie van mijn script – alleen wist ik al: dat is niet echt realistisch. Dus had ik ook subdoelen en merkte ik dat ik het ook fijn vond als ik er een had gehaald. Dat motiveerde dan weer voor de volgende dag.
  • Een tip die ik op andere sites las: zorg ook goed voor je inwendige mens. Eet op normale tijden, kook voor jezelf of ga ergens eten en ga niet alleen maar fast food eten. Nu geloof ik hier sowieso wel in, ook in het dagelijks leven. Maar voor mezelf koken vind ik meestal niet zo leuk, dus het was toch een goede tip en eentje die ik ook gevolgd hebt.

Vragen? Laat ze gerust in de reacties achter, of stuur me een mail. En ga je ook op retraite, dan ben ik heel erg benieuwd naar je ervaringen!