Alle berichten van astrid

Over astrid

Twijfelt tussen 30plus en 40min, schrijver, dromend realist, niet lullen maar poetsen, Nederland of buitenland. Schrijft over van alles en nog wat, tot het boek Verdwaald in Tirol het licht zal zien.

Schrijfvakantie – dag 5

Dag 5 begint op locatie en gaat over locatie. Een boek speelt zich altijd af op een bepaalde plek en die plek brengt van alles met zich mee. Bijvoorbeeld geuren, maar ook gevoelens. Als ik bijvoorbeeld aan Innsbruck denk, dan denk ik vooral aan de lucht van de eerste sneeuw en het gevoel van opgesloten zijn. Maar iedereen kan dit anders ervaren. Ik schrijf bewust niet zal – want misschien zijn er ook wel mensen die dit herkennen. Of een deel hiervan in ieder geval.

De locatie waar wij vandaag heen gaan, ligt niet zo heel ver van het huis van Marelle. Onderweg zie ik al een paar ruïnes en dat maakt me nieuwsgierig. Hoe werkt dat hier in Portugal, zijn dit oude ruïnes, of zijn het huizen die om wat voor reden dan ook leeg zijn te komen te staan en die snel vervallen. Op de plek waar we uitstappen staan twee huizen, of panden moet ik het noemen want ze zijn verlaten en in een zekere staat van verval. Bij mij is er meteen de associatie met de ghost towns die mijn eega en ik tijdens onze laatste reis in Amerika bezochten. En dat brengt eigenlijk voor het eerst deze week ook het echte vakantiegevoel bij mij naar boven en het gevoel ‘hier zouden we samen heerlijk kunnen wandelen.’

In deze omgeving staan de nodige verlaten huizen

Eerst krijgen we zo’n 20 minuten om rond te kijken. Waar iedereen naar achter loopt, ga ik eerst naar voor – niet om per se tegendraads te doen (al dacht ik wel heel even ‘draai je gewoon om Van Esdonk!’) maar omdat ik nieuwsgieriger was naar wat er aan de andere kant was. Een vervallen huis, met een hoop lege wijnflessen, een wijnvat dat uit elkaar aan het vallen is en een verlaten bank. Ik denk dat hier regelmatig een groep jongeren kwam chillen, nadat het huis leeg is gekomen. Vraag me niet waarom, dat denk ik. Een stuk verderop zie ik wat echt een oude ruïne lijkt, maar tegelijkertijd komen er ook hondengeluiden vandaan. Zouden er toch mensen wonen? Maar Marelle vertelt me iets later dat hier een roedel zwerfhonden rondloopt. Na het rondkijken en de schrijftraining, gaan we ervaren. Eerst zitten en luisteren, voelen en ruiken. En dan maar schrijven – wat doet het met je.

Wie zou hier als laatste gewoond hebben?

De eerste vier dames hebben een unheimisch gevoel bij deze plek. Ik voel nog steeds nieuwsgierigheid. Wat is er te zien op de heuvels, bij de ruïnes? Hoe is het zo gekomen, is dit een arme streek waar de mensen wegtrekken? Het gevoel van opstaan en beginnen met wandelen is heel groot. Deze week heb ik een heleboel geleerd en ik heb ook het gevoel dat ik iets heb teruggevonden – namelijk mijn nieuwsgierigheid naar nieuwe, andere dingen. Misschien zie ik dit daarom overal terugkomen?

Ik claim de eerste minuten van het spreekuur van Marelle. Om te vragen hoe veel ik aan de fantasie van de lezer kan overlaten (mijn interpretatie van het antwoord: best veel) en om een stukje dat ik herschreven heb voor te lezen. Het is nog niet helemaal zoals het moet zijn. Haar tip? Geef het personage eigenschappen die niet bij jezelf passen. In andere woorden: maak er nog meer een echt personage van en niet een kloon van jezelf. Hm. Goed punt. De rest van de middag broed ik daarop – eerst met hulp van buitenaf en daarna zelf. En ik denk dat ik er ben. Ik denk echt dat alle losse flodders nu aan elkaar zijn gesmeed. Nu is het een kwestie van schrijven, schrijven, schrijven. En hoe daar tijd voor te maken? Dat gaan we horen op dag 6.

Deze laatste avond in de bed & breakfast eindigt trouwens met heerlijke muziek; onze gastheer speelt gitaar en is wel te porren om even wat te spelen. Een van mijn mede-schrijfgenoten zingt en ik geniet. Van het gezelschap, van de schrijfbubbel waar ik deze week in heb gezeten en ok, ook van de port. Het sterkere, lokale drankje laat ik wel aan me voorbij gaan.

Eerder in de week: portje in het zwembad. Ook daar was deze week tijd voor.

 

Schrijfvakantie – dag 4

In de ochtend eerst  ouderwets met pen en papier aan de slag

Dag vier begon voor mij heel vroeg. Rond zes uur Portugese tijd werd ik wakker. In Nederland is het dan zeven uur en ik denk dat mijn vermoeidheid wel voorbij is. Dus eigenlijk geen gekke tijd om wakker te zijn, bedacht ik me later. Ik probeerde nog wel te slapen, maar ik bleef maar draaien en woelen. Dus om half zeven zat ik achter mijn laptop – er moest wat uit. En wel het zogenaamde ‘point of no return’ – het moment waarop je hoofdpersoon denkt ‘ik loop nu of door naar het einde van die regenboog, of ik draai me om en vergeet dat die regenboog überhaupt bestond.’ Tegen half negen stond het in grote lijn wel op papier en rond negen uur meldde ik me voor het ontbijt.

De schrijftraining van dag vier gaat over dialogen. Ik vind het best lastig, de afwisseling tussen beschrijvingen en dialogen en het schrijven van een leuke, leesbare dialoog. Maar als lezer geniet ik van dialogen, dus ik weet ook wel dat ik er wat mee moest. De belangrijkste les van vandaag van Marelle? Laat het zien, laat je lezers het beleven – ga het niet beschrijven. Klinkt makkelijker dan het is hoor. Want haar grootste probleem met het stukje dat ik haar had opgestuurd was namelijk precies dat, dat ik te veel beschreef en te weinig gevoel liet zien. Nog zo een: je lezer mag de techniek niet zien. Je moet  schrijftechniek gebruiken, maar als lezer mag je dat nooit merken. Pft. Ik had mijn kruit in de ochtend al redelijk verschoten dacht ik, dus ik zette me op de bank van het lunchterras, in de hoop dat een van de anderen zich bij mij zou voegen voor een praatje. Niet dus, want eigenlijk had iedereen een flow te pakken. Dan toch maar verder. En zo waar, dat ging toch best aardig. Nog wat nieuwe stukken erbij en nog wat herschrijven; op de helft ga ik niet komen denk ik – maar op een kwart? Ik sluit het nog niet uit.

Tevreden na het voorlezen

Na de lunch was het wel echt op. En dat kwam ook een beetje omdat ik deze middag wat zou voorlezen. En ja hoor, dat is spannend. Dus ik zocht wat stukjes bij elkaar waarvan ik dacht ‘dit moet het dan maar worden.’ Met dialogen en beschrijvingen. En niet te ver in het verhaal, omdat het ook nog te volgen moet zijn. Ik legde meteen ook mijn nieuwe namen voor. Om half vijf iedere dag zitten we bij elkaar, een soort evaluatiemoment en het moment om je werk voor te lezen. Als je dat wil tenminste, want het hoeft niet. Mijn hart zat in mijn keel en daar bleef het nog even, want twee andere schrijfsters gingen me voor. De prangende vraag was natuurlijk ‘heeft het omschrijven succes gehad, komt het binnen?’ En: passen deze namen wel bij mijn personages. Volgens de groep is de missie geslaagd – willen jullie het ook weten? Zal ik een stukje uit het boek delen? Roept u maar!

Schrijfvakantie – dag 3

Dag 3 – vrije schrijfdag of, als je dat wil, een dag naar Albufera. Aan het begin van dag 2 dacht ik ‘nee natuurlijk ga ik niet naar Albufera, ik wil meters maken.’ Aan het einde van dag 2 dacht ik ‘krijg het heen en weer, ik kom toch nergens deze week, ik ga gewoon lekker naar Albufera.’ Maar toen belde ik even met mijn eega (die een snelle reality check deed) en dreef ik een hele tijd in het zwembad met een van mijn mede-schrijfvakantiemaatjes (en een beetje port…). Dat veranderde al het nodig.

En daarna was ik ook nog vroeg wakker. Op het terras van de bed & breakfast, met het gezelschap van een aantal schatten van katjes, schreef ik ouderwets met pen en papier mijn nieuwe structuur en mijn echte drijfveer uit. Binnen drie kwartier stond deze op papier. Ik liep nog even heen en weer naar het stadje – nou eigenlijk, de 10 huizen die samen een stadje vormen – en besloot om er vandaag volop voor te gaan. Want het hoefde niet 100% anders, het moest vooral scherper, meer met gevoel. En dat is spannend, want terug naar het gevoel van toen gaan is lastig, maar ook wel eng.

Om tien uur, na een heerlijk ontbijt, worden we opgehaald. Ongeveer de helft van ons gaat naar Albufera, de andere helft gaat schrijven. We bespreken dat we ook best onderling kunnen sparren, stukjes kunnen voorlezen, als mensen daar behoefte aan hebben. Eigenlijk heb ik dat inmiddels wel – want ik kan die twee delen omschrijven, maar wat als het dan nog niet aankomt?

Tot half een schrijf ik vlijtig door, sterker nog: ik schrijf een compleet nieuwe opening voor mijn boek. En dan begint het herschrijven. Na een uurtje of anderhalf merk ik dat de scherpte er af gaat, dat ik denk ‘ach het is wel goed zo.’ Gelukkig is het tijd voor de lunch en praten we samen door. Voorlezen doen we nog niet. In de middag zoek ik een ander plekje op, stiekem inmiddels wel mijn lievelingsplekje: het prieel onder de druivenboom. Ja boom ja – want een struik kun je dit (volgens mij) niet meer noemen. Je hebt vanaf daar een mooie uitkijk en, niet onbelangrijk, je kunt er heerlijk snoepen van de zoete, witte druiven. Tegen vier uur, dan heb ik dus zo’n twee en half uur geschreven, is de inspiratie op. Mijn proloog zit in het nieuwe format, maar durf ik het ook te delen, voor te lezen? Ik ben hier gekomen om verder te komen en je komt alleen verder als je durft te delen. Denk ik… Ik dwaal een stukje over het land en loop de berg op. Op de weg terug naar beneden denk ik ‘wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat ze het nog steeds niets vinden? Dan kun je dat maar beter nu weten.’

Ik lees een stukje voor aan een van de andere ‘thuisblijvers.’ Ze luistert aandachtig en alleen dat doet me al goed. En, hoera!, ze vindt het mooi. Zonder achtergrondinformatie, zonder mitsen en maren van mijn kant noemt ze een aantal dingen en denk ik ‘ja! Hier kan ik mee verder.’ En dus neem ik me voor om morgen, op dag 4, door te schrijven in deze stijl. En een stukje te delen met de hele groep. En Marelle. Spannend!