Categorie archief: Verdwaald in Tirol – het boek

Hier komt alles dat te maken heeft met Verdwaald in Tirol te staan.

Schrijfretraite – raad ik het aan?

Je las het al in het verslag van dag 7 van mijn schrijfretraite – mijn eerste, grove versie is een heel eind af na de week in Zeeland. Helaas was er geen dag 8. Althans, niet echt, want op dag 8 moest ik helaas de sleutel van mijn huisje inleveren en de thuisreis aanvaarden. Enerzijds was het lang genoeg – er waren momenten geweest dat ik Steffi en Lex wel kon wurgen. En een week zonder mijn eega was ook lang genoeg. Anderzijds was ik weemoedig. Want ik moest het afronden van de laatste stukken voor die eerste versie weer tussen de bedrijven door gaan doen (spoiler: dat is inmiddels gelukt!).

Wanneer me dat precies zou gaan lukken, dat was nog even een vraagteken en dat maakte me wat verdrietig. En daarbij, ik ging terug naar een mooi huis vlakbij de duinen, maar ik liet een heerlijk huisje in Vlissingen op zo’n 150 meter afstand van de boulevard van Vlissingen achter. Ik heb geen aandelen, maar ik beveel het echt van harte aan, ook als je niet wil schrijven en gewoon wil genieten van het strand, maar de stad ook niet te ver op afstand wil hebben.

Genoeg gemijmerd over wat voorbij is. De prangende vraag is natuurlijk of ik het jou, als (aspirant-)schrijver, ook aanraad om jezelf even van alles en iedereen terug te trekken. Het korte en ongenuanceerde antwoord ken je denk ik al, dat is ja. Dat blijkt denk ik wel uit de verslagen die ik over de schrijfdagen heb geschreven. Maar het iets minder korte antwoord is dat het ook afhangt van hoe je als persoon bent en vooral hoe je als schrijver bent en hoeveel ervaring je hebt.

Om met dat laatste te beginnen. Na de schrijfvakantie in Portugal schreef ik al dat voor mij de uitleg die ik van Marelle kreeg niet veel nieuws bevatte. Toch zorgde het wel voor een andere kijk op hoe ik schrijf en wat daarbij mijn valkuilen zijn. Tijdens de week in Zeeland heb ik daar ook nog regelmatig aan terug gedacht. Er zijn veel meer manieren om wat te leren over schrijftechnieken, je hoeft natuurlijk niet naar een cursus (in welke vorm dan ook). Je kunt meedoen aan (gratis) challenges, schrijfcafes, oefeningen op internet. Maar als je helemaal geen kennis hebt van enige schrijftechnieken, dan zou ik dat wel opdoen voor je alleen in een huisje gaat zitten.

Daarnaast, ik werk inmiddels sinds 2007 als freelancer. Soms veel op kantoor, soms weinig. In de periodes dat ik weinig op kantoor werk, heb ik wel te maken met deadlines. Iemand schreef vorig jaar in de zomer aan mij dat het heerlijk moest zijn om voor jezelf te werken, want dan kon je gewoon gaan genieten van het prachtige weer dat we op dat moment hadden. Ja – dat kan. Als je op dat moment geen opdrachten en dus geen deadlines hebt, dan kan dat zeker. Maar gelukkig heb ik die meestal wel en dus moet ik gemiddeld gewoon acht uur per dag werken. Die acht uur kan ik wel verdelen zoals ik dat wil – ’s ochtends vroeg vier uur bijvoorbeeld en dan vanaf laat in de middag door tot in de avond – maar aan de slag moet ik wel en ik zal mezelf moeten motiveren om dat te doen. Dat kwam me deze week van pas – want bij vlagen had ik echt moeite met het schrijven. Soms duwde ik dan door, soms ging ik even wandelen en daarna weer aan het werk. Maar ik bleef wel doorgaan, ook al was het mooi weer, ook al was er genoeg te doen in de omgeving en ook al vond ik het soms dus echt niet makkelijk. Als je weet dat je het lastig vindt om jezelf aan het werk te houden, dan is een onbegeleide schrijfweek denk ik geen goed idee.

Het prachtige strand bij Vlissingen – tip: bedenk wat voor soort omgeving jou inspireert.
Voor mij is dat een omgeving met water, maar misschien is het voor jou wel een bos of een grote stad.

Wat ik gemist heb bij vlagen is het sparren met anderen. Soms heb je gewoon even een advies nodig als je op een dood punt zit. Toch zou ik een volgende keer eerder kiezen om weer zelf te gaan en niet met een groep of onder begeleiding. En wel omdat je dan toch wat meer vastzit aan een ritme, met momenten waarop je samen eet bijvoorbeeld. Als ik nu dacht ‘eerst een rondje lopen, dan ontbijten’ dan kon dat. Als ik merkte tegen half zes dat ik niet verder kon, ging ik koken en voor mijn doen vroeg eten. Een van de dagen ben ik ook op het strand gaan eten, al om vijf uur – maar daarna had ik weer motivatie. Het koken zorgde ook voor afleiding. Maar als je het sparren belangrijk vindt, of geen zin hebt om voor je eigen eten en drinken te zorgen of als je jezelf moeilijk kunt motiveren, zoek dan een groep om mee weg te gaan, of een georganiseerde retraite.

Besluit je om zelf te gaan, dan zijn dit mijn belangrijkste adviezen:

  • Bedenk of je iemand langs wil laten komen. Ik had tegen mijn schrijfmaatje gezegd dat zij welkom was (we schrijven immers vaker samen, dus ik weet dat dit goed gaat) en met mijn zus afgesproken dat ze eventueel zou komen. Verder heb ik bewust niemand laten komen – want je weet nooit wanneer je inspiratie hebt. Uiteindelijk was ik wel blij dat mijn zus kwam – anders is een week alleen mogelijk ook wel eenzaam. Op donderdag heb ik bijvoorbeeld niemand gezien, dat voelt wel wat vreemd.
  • Denk na over de omgeving waar je heen gaat. Water inspireert mij – of dat nou een rivier, een groot meer of de zee is. Maar jij hebt misschien meer met bossen, of een drukke stad. Denk ook na over de plek waar je heen gaat: kies je voor een B&B, air BnB, hotel, huisje – noem het maar op. Ik kan in principe overal werken, maar ik heb wel een goede stoel nodig en een tafel. Daarom koos ik bijvoorbeeld niet voor een hotel, omdat je dit daar niet altijd hebt.
  • Zorg voor een goed dagritme. Ik weet van mezelf dat ik tijdens een vakantie de neiging heb steeds later te gaan slapen en evenzo steeds later op te staan. Dat heb ik nu dus bewust niet gedaan. Niet dat ik om 20u in bed lag, maar gewoon de normale tijd. En dan wel iets later op dan in een werkweek, maar ook niet veel later. Ga ook iedere dag even naar buiten – zuurstof happen. Blijf je ook een beetje onder de mensen.
  • Stel een doel. Per dag, of voor de hele week. Mijn doel was een complete eerste versie van mijn script – alleen wist ik al: dat is niet echt realistisch. Dus had ik ook subdoelen en merkte ik dat ik het ook fijn vond als ik er een had gehaald. Dat motiveerde dan weer voor de volgende dag.
  • Een tip die ik op andere sites las: zorg ook goed voor je inwendige mens. Eet op normale tijden, kook voor jezelf of ga ergens eten en ga niet alleen maar fast food eten. Nu geloof ik hier sowieso wel in, ook in het dagelijks leven. Maar voor mezelf koken vind ik meestal niet zo leuk, dus het was toch een goede tip en eentje die ik ook gevolgd hebt.

Vragen? Laat ze gerust in de reacties achter, of stuur me een mail. En ga je ook op retraite, dan ben ik heel erg benieuwd naar je ervaringen!

Schrijfretraite – dag 7

Dag zeven – de laatste hele schrijfdag van mijn retraite. Morgen ga ik naar huis en hoewel ik dan nog een aardige treinreis voor de boeg heb, is dat toch een ander gevoel dan een hele dag geconcentreerd werken.

Ik zet de puntjes op de i van deel 4 en stuur dit naar mijn meelezer. Dat blijf ik spannend vinden. Soms spreekt ze dingen uit waarvan ik denk ‘gaat wat er gebeurt haar dan wel bevallen? Past het wel bij Steffi?’ Soms doet ze me zonder dat ze zich daar bewust van is ook ideeën aan de hand. Dat hebben meer mensen gedaan overigens. Soms omdat we het over het schrijfproces hadden en waar ik op dat moment tegenaan liep. Soms ook door iets wat ze totaal ergens anders over zeiden, of door een reactie op een blog of gewoon door een gebeurtenis die we samen deelden. In zo’n week alleen gebeuren die dingen niet zo veel, maar toeval of niet: wel net genoeg om me steeds over een dood punt heen te helpen. Mijn zus hielp me met een lastig punt in deel 4, mijn meelezer gaf me door een reactie input voor datzelfde deel en mijn eega hielp me in mijn struggle over hoe het boek in vredesnaam moet eindigen.

En daarmee viel er deze week ineens de beslissing dat wat nu deel 5 is het laatste deel gaat zijn van het boek. Dus toen ik daar in de middag van dag zeven aan begon, nou toen had ik de neiging om gewoon niet verder te schrijven. Want voor dit deel had ik al een hele berg op papier en daarmee nadert het einde van mijn eerste volledige versie. Toen ik herlas wat ik in september in Portugal had geschreven voor dit deel, klopten sommige onderdelen niet meer. Tijdens het schrijven heb ik bepaalde lijnen in het verhaal behoorlijk herzien. Maar de grote lijnen bleven overeind en ik vond het ook nog steeds een goed stuk. Ergens dacht ik halverwege ‘hier kan het ook eindigen.’ Maar bij nader inzien vond ik dat ik het mijn toekomstige lezers wel verschuldigd ben om toch nog wat toe te voegen.

En dus, lieve lezers, kon ik aan het einde van dag 7 eigenlijk stellen dat mijn grove eerste versie voor 90% wel af is. Iets dat ik stiekem had gehoopt, maar waar ik eigenlijk van dacht ‘je zou toch zo langzamerhand beter moeten weten.’ Nu denk je misschien dat het dan over een maand wel af is en misschien over twee maanden gedrukt. Nee. Echt niet? Nee, echt niet. Ik schrijf niet voor niets grove eerste versie – deze versie laat ik meelezen en ik verwacht dat er dan vanuit mijn lezers nog opmerkingen komen om te verwerken. In het gunstigste geval zijn dat kleine dingen, maar wie weet vinden ze een van de verhaallijnen wel overbodig. Of het einde stom. Maar daarnaast heb ik zelf nog een aantal punten bedacht aan het einde van dag zeven waarvan ik dacht ‘dat moet er nog beter in verwerkt worden.’ Personages die te weinig aandacht hebben gehad bijvoorbeeld. Maar ook extra stukjes die ik heb bedacht. Als er een officiële eerste versie is, moet er een redacteur naar kijken, het moet nog worden opgemaakt en gedrukt. Kortom: ik ga nog steeds geen datum noemen – ik ga alleen zeggen dat ergens in 2019 ik wel verwacht dat het boek er dan echt is. En dat ik natuurlijk tot die tijd van alles ga vertellen over hoe dat proces tot aan de publicatie dan verloopt. En waar je het boek dan vervolgens kunt kopen natuurlijk….

Schrijfretraite – dag 5 en 6

De vijfde dag begint vroeg, met herschrijven van wat stukjes, lekker nog in bed. Want ik begin wel een beetje een houten derriere te krijgen door het vele zitten. Ik ga elke dag even wandelen, maar toch: ik zit wel meer dan normaal. Wat later is het tijd voor ontbijt met mijn zusje en daarna schrijf ik nog wat door, terwijl zij gaat douchen en aankleden.

We besluiten een rondje te lopen en op het strand te lunchen. Want het is toch ook een beetje vakantie en even ergens lunchen geeft een vakantiegevoel. Zeker met het zonnetje dat maar blijft stralen. Tegen half twee zijn we terug en doen nog even samen boodschappen, waarbij ik het eten voor de rest van de week meeneem. Gek idee dat ik al weer over de helft ben van deze schrijfretraite. Als ze me afzet bij de camping (mijn huisje staat op een camping, samen met nog wat meer huisjes) en wegrijdt, vind ik dat toch even lastig. Maar niet veel later ga ik door met deel vier – waar ik ook op dag zes nog mee bezig ben, vandaar ook een blog over dag 5 en 6 samen.

Het werken aan deel vier voelt niet als iets scheppen, iets creëren. Het voelt als hard werken, doorbijten, mezelf bij de les houden. Dat hoort er ook bij weet ik inmiddels. Soms schrijf ik zo een aantal pagina’s achter elkaar, maar andere keren is het drie zinnen schrijven en ze vijf minuten later net zo snel (nee – sneller) weer weghalen. Als je dan alle tijd hebt, zoals deze week het geval is, dan kom je nog wel ergens. Maar gebeurt dit op de schrijfmomenten tussendoor, als ik bijvoorbeeld anderhalf uur heb om te schrijven, dan vind ik het lastiger om er mee om te gaan. Alleen al daarom ben ik blij dat ik de kans heb deze week fulltime te schrijven.

Meertje net achter de duinen – prachtig!

Ik moet veel opzoeken dit deel, omdat er wat feiten inzitten die wel moeten kloppen en omdat ik schrijf over een aantal dingen die ik niet zelf heb meegemaakt. En dat is soms lastig, want wanneer beschrijf je het dan geloofwaardig? Welke details geef je wel en welke niet? En die twijfels, die spelen me deze dagen wel parten. Het hoort bij het schrijven, althans dat denk ik, maar ik blijf maar denken ‘en wat gaan de lezers hier dan van denken?’ Mijn eega adviseert me meerdere keren om dat stemmetje uit te zetten, maar echt makkelijk vind ik dat niet.

Op dag zes begin ik met een rondje hardlopen. De laatste tijd zie ik vaak foto’s van mensen die bij zonsopgang gaan hardlopen en dat heeft me geïnspireerd. En dus sta ik rond half acht buiten voor een rondje, ook al is het bewolkt en ga ik dus weinig zien van die zonsopgang. De schepen op zee zijn voor een deel prachtig verlicht en ik geniet van deze slowrun op het strand. Als ik tegen half negen aan het ontbijt zit, staat de laptop al aan.

De hele ochtend schrijf ik verder aan deel vier. Af en toe moet ik lachen om wat ik schrijf, soms word ik er verdrietig van. Tegen vijf uur is mijn inspiratie wel zo’n beetje op en besluit ik nog een klein rondje te wandelen. Want inmiddels heb ik echt een houten bips – hoe comfortabel de stoelen ook zijn.

Als ik terug ben, vul ik nog wat stukjes aan. En dan is het op voor vandaag. De laatste stukjes van deel vier schrijf ik morgen wel, op de laatste hele schrijfdag.