Categorie archief: Verdwaald in Tirol – het boek

Hier komt alles dat te maken heeft met Verdwaald in Tirol te staan.

Deadline

De afgelopen periode heb ik deze vraag regelmatig gekregen. ‘Heb je een planning Astrid?’ en ‘Wanneer wil je het af hebben, dat boek van jou?’ Sommige mensen voegden er zelfs aan toe – heel ego strelend! – ‘ja dat stukje op je blog las zo lekker, jammer dat het zo kort was!’ En laat ik maar eerlijk zijn: heb ik mezelf deze vraag ook best vaak gesteld. Want een project zonder deadline, dat vind ik maar ingewikkeld. Ik heb ook allerlei manieren ingezet om vooruitgang te meten, om zo te bedenken ‘wat is nou een realistische datum?’ Zo telde ik steeds de woorden aan het begin van een schrijfsessie en aan het einde. Mijn theorie daarachter was vrij simpel –je weet dat je ongeveer 500 woorden in een uur kunt schrijven en je wil er ongeveer 60.000 hebben, terwijl je er nu ongeveer 30.000 hebt. Reken maar uit wanneer het dan af is en blokkeer dat aantal dagen of dagdelen in je agenda.

Maar ja ik schreef het geloof ik al eens, schrijven is schrappen en zo af en toe had ik na een uur schrijven minder woorden in plaats van meer. Maar was ik wel dichter bij mijn uiteindelijke doel gekomen, omdat ik twee stukken van het verhaal samen had gevoegd. Dus die 500 woorden per uur, dat zijn er soms ook -100. En op een goed moment ook wel eens meer, maar die momenten zijn er toch wel echt wat minder.

Ik deed ook weer een poging om mee te doen aan NaNoWriMo – iedere dag in november schrijven, lekker meters maken. Helaas – ik schreef wel iets meer in november, maar zeker niet elke dag en al helemaal niet iedere dag de gewenste 1500 woorden… En ergens in november kwam daardoor de realisatie dat op dit moment het schrijven van mijn boek toch echt nog een hobby is. Natuurlijk ga ik voor tien oplages en honderdduizend exemplaren verkocht. Maar dat is verre toekomstmuziek, zo ver dat ik de tonen ervan op dit moment nog niet eens kan horen. Het moet leuk blijven en met alle trucjes die ik bedacht om mijn vooruitgang te meten, werd het er eigenlijk allemaal niet leuker op. Wel veel strenger en dat werkt bij mij vaak juist averechts. Ik probeer nu dus per week te kijken. Iedere week dat ik iets schrijf, of iets doe dat er voor zorgt dat het boek er straks komt is mooi meegenomen. Zeker omdat ik op het moment ook fulltime werk – twee grote opdrachten houden me aardig van de straat.

Betekent dit nu dat er geen planning is, dat jullie op een goede dag ergens in de nabije of minder nabije toekomst ineens een boek van mij kunnen verwachten. Nee natuurlijk niet! Natuurlijk is er een planning – jullie kennen me toch zo langzamerhand wel? De planning is dat ik eind mei, als de grote reünie met de schrijfdames plaats vindt, mijn eerste versie af wil hebben. Dat hoeft nog niet de geredigeerde, meegelezen versie te zijn – liefst wel, maar als er dan een volledig manuscript is, dan ben ik tevreden en ik denk ook trots. Wanneer het boek dan ook te koop gaat zijn, dat is vers twee. Dat ga ik echt nog wel een keer vertellen, wees niet bang.

Om de planning te halen heb ik nog wat anders besloten. Want de stem van Marelle die zegt ‘aan iedere hobby moet je tijd besteden’ klinkt ook regelmatig in mijn hoofd. Als je voor een volledige week opdrachten aanneemt, blijft er weinig tijd en energie over om te schrijven. Ik dacht ‘ik kan toch ook in de avond en op zondag schrijven’ – maar dat blijkt nog niet zo makkelijk. Je energie is minder, je concentratie ook en je hoofd zit vol met de dagelijkse gebeurtenissen en beslommeringen. Dus ga ik even geen nieuwe klussen aannemen en zelfs klussen teruggeven. Ik zeg al jaren dat ik eigenlijk 4 dagen wil werken en nu ga ik zelfs nog een stapje verder – voorlopig wil ik naar 3 dagen. Super spannend vind ik – want daarmee maak ik het boek nog net een beetje belangrijker dan het al. Maar tegelijkertijd geeft het me nu al ruimte en inspiratie.

Dus op naar mei 2019 – op naar een compleet manuscript!

 

Foto door rawpixel op Unsplash.

Het boek – ontmoet de hoofdpersonen

Daar ga ik dan – ik deel vandaag een eerste stukje van HET boek met jullie. Ik las het al voor tijdens de schrijfvakantie, mijn eega las het zelf en ik deelde het met mijn schrijfmaatje. En nu dan met jullie.

Dit is niet het begin – maar ik deel hierin wel de namen van mijn hoofdpersonen: Stefanie – kortweg Steffi of Stef – en Lex. En ja eerder hadden ze andere namen. Wil je die ook weten?

 

‘Zeg lief, waar zit dat bedrijf eigenlijk? Is het een beetje bereisbaar vanuit Rotterdam?’ Ik zie het meteen – nee dus.

‘Ehm ja. Nou weet je, dat is het enige dat misschien wel iets ingewikkelder is. Het bedrijf zit in Wattens.’

Wattens? Ik heb geen idee – maar ach alles in Nederland is ongeveer bereisbaar denk ik er direct achteraan.

‘En Stef schrik niet, maar dat ligt in de buurt van Innsbruck.’

Ik kijk hem met grote ogen aan.

‘Innsbruck? In Oostenrijk, in de bergen?’

Hij lacht weer.

‘Ja maar weet je, we wilden toch altijd al naar het buitenland? Dit is onze kans – alles kan geregeld worden. Wie weet kan ik er voor jou ook wel een baan uitslepen, werk zat. Zelfs een taalcursus Duits is geen enkel probleem. En je wil toch al een hele tijd iets schrijven, een kookboek? Ideale plek daarvoor.’

Ik hoor het al – in zijn hoofd is Lex al tig stappen verder dan ik. Maar dat is niets nieuws – hij rent vooruit, ik haal hem terug en uiteindelijk komen we ergens halverwege uit. Alleen op dit moment zie ik nog even niet wat er halverwege Innsbruck en Rotterdam ligt.

Terwijl Lex naast me in de auto doorkletst over Wenen, Walter en Wattens, dwalen mijn gedachten af naar de eerste keer dat we het serieus hadden over vertrekken naar het buitenland, aan het einde zaten van onze eerste reis door Amerika. Vier weken hadden we als idioten rondgereden. Lex had net zijn rijbewijs en we legden bijna zesduizend kilometer af in die vier weken, want hoe meer we reden hoe leuker hij het vond. En ik vond het prachtig, dat voorbijtrekkende landschap, ergens tussen hier en daar, gewoon lekker onderweg en onbereikbaar zijn. Geen telefoontjes, geen e-mails, geen mensen die willen afspreken, alleen wij in onze camper.

De dag voor we terug gingen was het Independence Day en het ‘Hi! How are you doing!’ klonk die dag nog enthousiaster dan op de andere dagen. Ik had al heimwee naar Amerika voor we er weg waren. Tijdens de lunch in zo’n echte Amerikaanse Diner, terwijl het personeel zo’n idioot dansje doet zoals je ze in de films ook wel ziet, sprak ik de legendarische woorden ‘misschien moeten we het gewoon doen, gewoon alles verkopen en vertrekken naar het buitenland.’

Lex keek me met grote ogen aan. ‘En ons nieuwe appartement dan? En jouw bedrijf, mijn baan?’

Lex was zijn promotieonderzoek aan het afronden en had al een contract getekend als consultant. Weggaan – het leek een gepasseerd station, we hadden inmiddels zo veel opgebouwd. En toch… mijn bedrijf had een internationale naam, Lex koos voor een internationaal consultancy bedrijf. Het leven in Nederland werd steeds hectischer en het bleef kriebelen. Voor Lex werd het gevoel minder urgent, voor zijn werk was hij regelmatig in het buitenland. Bovendien liet hij zijn agenda minder bepalen door allerlei privé-afspraken.

‘Keuzes Stef, keuzes – niet iedereen hoeft je beste vriendin te zijn en zelfs tegen je beste vrienden mag je best soms nee zeggen. Blijf lekker een dag bij mij in bed.’

Meestal bleef ik op zo’n moment nog even liggen, maar als snel werd ik dan onrustig en kroop ik toch achter mijn laptop of pakte de telefoon om deze of gene te bellen. Als er maar meer afstand was, dan werd het vast wel anders, dan….

‘Stef, let je op? Je rijdt bijna naar Leiden, we moeten echt naar Rotterdam hoor.’

O wacht, met al dat mijmeren vergeet ik bijna dat ik aan het rijden ben.

‘Waar zat je met je gedachten, bij hoe je me moet vertellen dat Wattens echt niet kan?’

Ik lach – als ik nee zeg, dan gaan we niet. Zo goed ken ik hem ook wel; als het geen beslissing van ons samen is, dan doen we het niet. Natuurlijk proberen we elkaar dan te overtuigen, we zijn er allebei niet zo goed in een plan te laten varen. Maar tot zijn verbazing en eigenlijk ook tot die van mijzelf zeg ik ‘weet je, misschien is dit wel de kans om het echt te doen. Om alles achter ons te laten en gewoon te gaan. Hoe lang hebben we het er al over? Ik denk dat we er op zijn minst over moeten nadenken.’

 

Die avond drinken we de hele fles port leeg en praten we tot diep in de nacht over alle keren dat we ergens wilden gaan wonen. We halen herinneringen op aan de idiote dingen in Amerika, de keren dat in Tsjechië bijna werden opgelicht en de keren dat we dankzij mijn niet-bestaande kaartleesvaardigheden op een totaal verkeerde plek in de stad stonden. ‘Dat standbeeldenpark in Budapest moeten we echt nog een keer bezoeken. En weet je nog, de keer dat we in Dresden terug de trein in gingen naar Berlijn, omdat daar de hotels goedkoper waren? 59 D-Mark Stef, kun je het je voorstellen? Maar in Berlijn was het maar 20 en dan konden we langer wegblijven.’

‘Ja, tot we besloten om in een café borreltjes te gaan drinken en we er net een paar meer dronken dan goed was voor ons budget.’

Tegen vier uur vinden we het mooi geweest. De fles is leeg, alles is voor nu gezegd, er is een plan ontstaan. Moe, maar ook met een opgewonden gevoel over alles wat mogelijk gaat komen nestel ik me tegen hem aan.

‘Laten we er heen gaan Stef, voor we beslissen. Want het is er echt wel anders dan hier.’

Ik knik en kus hem welterusten.

Schrijfvakantie – doen of niet?

De verslagen van de vijf schrijfdagen hebben jullie inmiddels kunnen lezen. Op dag zes ging het vooral om de vraag ‘en hoe nu verder, hoe zorg ik er voor dat ik tijd genoeg kan besteden aan dat boek.’ Om het in de woorden van Marelle te vatten: voor iedere hobby moet je tijd maken. Stel dat je gaat sporten, dan is een keer in de week een leuk begin, maar wil je echt resultaat bereiken, dan is twee keer beter en drie keer helemaal geweldig. Ik moest meteen weer denken aan mijn marathontrainingen en hoe ik dat heb aangepakt. Als ik maar wat had aangemodderd, had ik de eindstreep niet gehaald. Maar ja… als je al de hele dag achter je laptop hebt gezeten, is het wel goed te doen om een stukje te gaan rennen, maar om dan weer achter de laptop te kruipen voor mijn verhaal? Hoe ik dat ga doen, daar ben ik nog niet helemaal uit – maar dat komt wel.

Maar dan, raad ik het aan, zo’n schrijfvakantie? Het antwoord is dat ik denk dat het van je wensen en verwachtingen afhangt. Als je denkt ‘ik ga die week mijn boek schrijven’: no way. Zie ook dag 1 en mijn verwachting. Maar ja, dat is wat algemeen hè, dus nog wat  punten om over na te denken als je een schrijfvakantie overweegt.

Vooraf wist ik al dat deze week een beetje (veel) buiten mijn comfortzone zou zijn. Ik weet dat het soms nodig is, een groepsles of een groepscursus. Maar 7 dames, een week lang, samen schrijven, elkaar voorlezen en ideeën delen – ik zag er best wel erg tegenop. Dat is 100 % meegevallen. Ja het was even wennen en even aftasten. Dat werd bij mij nog verergerd doordat ik de avond voor we vlogen en de ochtend dat we vlogen ziek werd. Waar het aan lag, geen idee – maar mijn maag en darmen waren compleet van slag. Dus na de vlucht, de eerste rondleiding en het eten, ging ik met een knallende koppijn en een gekregen paracetemolletje direct plat toen we in de B&B aankwamen. Om dag 2 fris en fruitig te beginnen – gelukkig! En op die dag merkte ik al een klik met iedereen – allemaal op een andere manier. Dat was niet alleen bij mij zo, maar eigenlijk bij alle dames. 7 compleet verschillende vrouwen met 7 totaal uiteenlopende verhalen. Ik denk eigenlijk dat ik die verhalen en hoe iedereen er, soms stukje bij beetje, wat van losliet nog het meest ga onthouden van deze reis.

De Bed and Breakfast – heerlijke plek

Maar ja, ik ging dus om mijn verhaal te verbeteren en ook dat is gelukt. Want ik was eigenlijk geen verhaal aan het schrijven, maar een verslag. Ik schreef geen roman, maar een aaneenschakeling van blogs. Op een dag zal ik nog eens een voor de vakantie en na de vakantie versie van een stuk tekst posten, dan kun je zien wat het verschil is. Eigenwijs als ik ben, had ik een aantal basis schrijftips in de wind geslagen. Want ‘ik kan heus wel schrijven.’ En daar ben ik nog steeds van overtuigd eigenlijk, dat ik dat kan. Maar een roman, een verhaal, is wat anders dan lesmateriaal. Heel veel nieuwe dingen heb ik niet gehoord – maar veel dingen heb ik wel op een andere manier gehoord. En daardoor landt het. Ook in combinatie met de tips en feedback op mijn eigen verhaal.

Klein voorbeeldje. Als auteur van een lesboek krijg ik een vrij duidelijke richtlijn mee over het aantal pagina’s van een boek, vaak zelfs over een hoofdstuk. Als dat 160 pagina’s zijn en ik schrijf er 240, dan zal ik echt moeten schrappen. En dat is lastig, want je volgt een bepaalde opbouw en vaak ook een bepaald format. Bij een roman is dat anders – want daar geldt vaak schrijven = schrappen. Dus schrijf maar 20.000 woorden extra; je kunt er later altijd nog schrappen. Bijvoorbeeld door passages die niets toevoegen te schrappen. Dat kan makkelijker dan in dat lesboek. Dus nu schrijf ik meer zonder vooraf te denken ‘wordt het niet te dik, dat boek van mij?’ Schrappen kan altijd nog namelijk.

Ik ging ook om meters te maken. Na dag 2 zag ik dat zwaar in. Maar toch ben ik ook in dat opzicht tevreden. Want het herschrijven, vormen en kneden van het verhaal is eigenlijk veel belangrijker dan die meters maken en daar maakte ik op dag 3 een start mee. Als het verhaal echt goed staat, als je mij kunt interviewen over de personages – dan is het eigenlijk nog een kwestie van invullen, van schrijven, schrijven en nog eens schrijven. En daar zit wel een crux…

Genieten van een zonsondergang

Want ik ben er achter gekomen dat het wel erg lastig is om echt in de goede schrijfflow te komen en daarin te blijven. Een stoel die net niet lekker zit, een appje dat binnenkomt, de wind die net te hard waait, de zon die te fel schijnt of de vogeltjes die te hard lijken te fluiten – allemaal dingen die me zo maar uit mijn concentratie kunnen halen als ik op een punt zit waarvan ik denk ‘hoe nu verder?’ door de week heen merkte ik dat blokjes van zo’n anderhalf uur schrijven voor mij zo’n beetje ideaal zijn. Daarna was het wel even op – ging ik een stukje lopen, een ander plekje zoeken of even een babbeltje maken. Dus die schrijfplek die ik heb, met een blok van zo’n twee uur schrijven, dat is zo’n gek idee nog niet.

Tot ziens – tot in Frankrijk!

Als je ook een schrijfvakantie overweegt, bedenk dan goed wat je wil. Vergelijk een aantal opties met elkaar en probeer, als dat kan, ook wat meer te achterhalen over de schrijfdocent en zijn of haar stijl van werken. Voor mij werkt de eerlijke aanpak van Marelle heel goed bijvoorbeeld en bovendien vond ik het ook heel fijn dat zij ook ervaring heeft met het vertrekken uit Nederland en de zaken waar je mogelijk tegenaan loopt. Besteed wat tijd aan onderzoek doen naar de mogelijkheden.

Wil je meters maken, liefst zo veel mogelijk ongestoord schrijven? Dan is een week in een stil huisje misschien wel net zo efficiënt – zelf organiseren dus, als dan niet met andere schrijvers erbij (want voorlezen en sparren helpt echt!). Dat je daar wel zelf moet koken is denk ik helemaal geen ramp – want die afwisseling in schrijven en dingen doen heb je volgens mij toch wel nodig. Tenzij je hele dagen op een stoel kunt zitten… Of als je dat niet wil, boek een hotel met vol pension. Wil je echt tips en advies, bedenk dan of je dat liever 1 op 1 wil, concreet over jouw verhaal, of wat meer algemeen. Als ik naar mijn schrijfproces kijk en mijn ‘productie’, dan was een retraite met 1 op 1 gesprekken en vooral schrijven, schrijven, schrijven vast beter geweest. Maar voor het uit mijn comfortzone komen – en ook dat hoort volgens mij wel bij het schrijfproces – was deze schrijfvakantie ideaal. Met name dankzij de input van de andere schrijfsters – dus dames als jullie dit lezen: obrigada. En tot in Frankrijk 😉 De port zal ik wel meenemen….