Categorie archief: Verdwaald in Tirol – het boek

Hier komt alles dat te maken heeft met Verdwaald in Tirol te staan.

Zal mijn boek hier ooit tussenkomen?

Het boek – de stukjes vallen op hun plek

Het is een raar proces, dat schrijfproces. Het ene moment wil ik boek X schrijven, het volgende moment boek Y. De ene keer moet het zo veel mogelijk lijken op hoe het allemaal echt is gegaan, de andere keer denk ik ‘nee laat ik het maar dramatiseren en er echt een roman van maken.’ Ik houd er van als de dingen in een lekker tempo doorlopen, maar dat schrijven – nee dat laat zich niet echt sturen. Tot de laatste weken, want ineens leken alle stukjes een beetje op hun plek te vallen.

Bergen – ze moeten wel een rol krijgen in mijn boek 🙂

Het begon met een verwijzing naar een schrijfvakantie. De data kwamen me niet goed uit, maar het wakkerde wel weer een lang levend idee bij mij aan van een week schrijven zonder onderbrekingen en dagelijkse beslommeringen. Ik dacht lang dat ik dat ook prima zou kunnen in een afgelegen huisje, bij voorkeur ergens aan zee. Maar eerlijk is eerlijk: ik denk dat ik nogal snel afgeleid zou raken en uiteindelijk niet de vooruitgang zou boeken die ik voor ogen had. Een week onder leiding van een ervaren auteur schrijven, in een inspirerende omgeving – dat leek me een beter idee. En dus ging ik verder rondkijken en vond ik uiteindelijk een schrijfvakantie in de Algarve, in september. Want tsja – als ik dan iets in mijn hoofd heb, wil ik het niet uitstellen tot 2019…

Daarna volgde een boek dat ik las tijdens ons verblijf in Saint Pierre D’Allevard. De vrienden waar we waren, vertelden beiden enthousiast over het boek De acht bergen. Een dun boek en dus las ik het boek in de drie dagen dat we daar waren. Ik realiseerde me dat een boek helemaal geen 1.000 pagina’s hoeft te omvatten, noch dat het een enorm groot thema hoeft te hebben of een complete familiegeschiedenis hoeft te beschrijven. Als je niet begrijpt waarom niet, of wat ik hiermee bedoel: lezen dat boek! Het is prachtig. En het speelt in de bergen – ironisch genoeg…

De dag nadat ik dat boek las, liepen we een rondje om het meer. Mijn eega is dus veel sneller dan ik en dus liep ik het grootste gedeelte van de tijd alleen. Ineens was het er – het echte idee. Het gevoel van ‘ja dit zijn de ingrediënten voor een goed verhaal, gebaseerd op je eigen ervaringen, maar zonder dat je alle details nog hoeft te weten en zonder dat je jezelf meteen helemaal bloot geeft.’ Tijdens dat half uurtje hardlopen kwam ik tot meer elementen en verbindingen dan in de maanden – nee jaren – daarvoor. En tijdens de dagen die volgenden in Frankrijk, thuis en daarna op het Engelse platteland begonnen de personages zich aan mij voor te stellen. Ik maakte aantekeningen in mijn kleine boekje, streepte, vulde aan, bedacht andere motieven – kortom: ik realiseerde me ineens dat het niet meteen perfect hoeft te zijn. Dat je mag, nee waarschijnlijk zelfs moet, herschrijven en aanpassen.

Rondje om het meer – speciale aandacht graag voor het hekje

Eenmaal thuis na de vakantie vroeg mijn eega wat me eigenlijk nog tegenhield om me in te schrijven voor die schrijfreis. Eigenlijk nog de overtuiging dat ik ook echt een goed verhaal had. Toevallig was ik ook toen net bezig aan een online cursus van DrsPee – Hoe breng je structuur aan in je verhaal. Et voilà – met haar oefeningen kregen mijn personages nog meer smoel en merkte ik dat haar opdrachten me echt hielpen om de punten waar ik tegenaan liep op te pakken en uit te werken. Weer een stukje dat op zijn plek viel: als ik er echt voor ga zitten, komen de ideeën dus. Misschien niet in het tempo dat ik wil, misschien niet in de volgorde of op het moment dat ik wil, misschien met wat hulp. Maar met een beetje geduld en wat structuur komt het er echt uit. En dus schreef ik me in – voor deze reis. Een verslag volgt ongetwijfeld op een later moment.

En tenslotte las ik in een prachtig boek, een van die boeken waardoor ik weet ‘lezen is het meest geweldige dat je kunt doen in je vrije tijd’ deze quote: Als u schrijver wilt worden, schrijft u dan. Als u een verhaal te vertellen hebt, vertelt u het dan. Of probeert u het tenminste. En nu is er een eerste pagina, een begin. Dat is natuurlijk nog geen compleet boek, een pagina. En toch, toch voelt het anders dit keer. Ja er zijn obstakels, maar er zijn ook mensen om mee aan op te trekken en me te motiveren. Dus als u me de komende tijd kwijt bent, dan heb ik me even terug getrokken in die andere wereld – de schrijfwereld. Met boek X – of wordt het toch boek Y? Ach – wat doet het er toe, als ik maar schrijf.

Meedogenlozen normen

Sinds een tijdje – nou laat ik gewoon eerlijk zijn: sinds eind augustus 2017 – ben ik in therapie. Oei. Klinkt dat voor jou ook eng? Ik vond het doodeng om de stap te zetten. Maar eind juni, net voor mijn eega en ik op vakantie gingen, besloot ik dat de tijd er echt rijp voor was. Ik liep voor de zoveelste keer vast. Hoe en wat precies, dat vertel ik je nog wel eens. Denk ik… hoe dan ook, ik vond het mooi geweest. In mijn gedacht zat ik in het bejaardenhuis en worstelde ik nog steeds met mezelf. Misschien is het de midlife die me te pakken kreeg, misschien was de tijd gewoon rijp om hulp te zoeken. Ik nam voor onze vakantie contact op – juist omdat ik wist als ik wacht, dan voelt het allemaal minder urgent. Misschien herken je dat gevoel wel, na een vakantie is alles (even….) anders; je bent ontspannen en je bent uit je eigen omgeving geweest. Voor je weer in je oude valkuilen stapt, ben je weer wat weken of maanden verder. En voor je denkt ‘ik moet NU wat doen’ is het kerstmis en staat de volgende vakantie voor de deur.

Enfin, ik herkende dit patroon dus bij mezelf en ik besloot voor mijn vakantie contact op te nemen met een psycholoog. Nee geen coach, in welke vorm dan ook, want dat deed ik eerder al. Meerdere keren zelfs, laat ik dan maar echt helemaal eerlijk zijn. Ze mailde snel terug en we maakten een afspraak voor vlak na onze vakantie. En ja hoor, op de fiets naar haar toe dacht ik ‘ach, het valt eigenlijk allemaal wel mee. Er is vast niet echt iets aan de hand. Met een beetje minder werken, wat meer ontspanning, komt het allemaal wel goed.’ Daar had ik haar in mijn e-mail al voor gewaarschuwd – ik ging echt met de billen bloot! – en ze was dan ook niet flauw. Ze vroeg door. En verder door. En na drie weken had ik dus een diagnose. En toen begon het werk dus echt.

Een van de allereerste dingen waar ze mee kwam, was de benoeming perfectionist. En eerlijk: ik geloofde er niets van. Want nee – ik vond (let op: verleden tijd!) mezelf helemaal geen perfectionist. Ook al waren mensen in mijn omgeving die ik hierover vertelde hoogst verbaasd dat ik mezelf geen perfectionist vond. Zij vonden dat allemaal wel. Tsja. Het feit dat je (meer dan) 3 reden kunt aanvoeren waarom je GEEN perfectionist zou zijn, zegt volgens mijn psycholoog eigenlijk al genoeg. Perfectionisten kunnen dat namelijk heel goed, aangeven waarom ze juist niet perfectionistisch zijn. Al zei ze er toen al bij dat perfectionist een wat vage term is.

Minder vaag was de toevoeging dat ik mezelf meedogenloze normen opleg. Klinkt al wat minder vriendelijk he, of ligt dat aan mij? Bij perfectionisme denk ik toch zelf een beetje ‘heeft iedereen daar niet een beetje last van?’, dus inderdaad: een beetje vaag. Maar meedogenloos – dat klonk wel heftig. Het komt er op neer dat het nooit goed genoeg is – dat ik overkritisch ben en altijd het gevoel heb ‘het kan nog beter.’ En niet alleen dat: dat je dat ook moet willen. Waarom zou je tevreden zijn met wat je al kunt – het moet toch beter kunnen? En niet omdat iemand anders dat wil, maar omdat ik dat zelf wil, of nee eist. Wat het is niet iets vrijblijvends of iets vrijwilligs – het is iets dat ik heel diep van binnen voel en waar ik vrijwel altijd gehoor aan geef. Ofwel door het beter te doen, ofwel door te denken ‘ik kan dit niet, dan doe ik het ook maar gewoon helemaal niet, want beter wordt het niet.’ Zwart – wit dus, niet grijs, laat staan 101 tinten grijs.

Waarom ik dit nu met je deel? Misschien snap je het al. Het boek. Het boek dat ik al tig jaar wil schrijven, maar waarvan ik ook denk ‘wie leest het dan? Vind iemand het boeiend wat ik te melden heb?’ Maar nog erger: ‘gaan mensen niet denken die rare Astrid met haar verhaaltjes. Hoezo vond ze het eigenlijk zo lastig in Oostenrijk? En waarom ging ze niet skiën? Of Duits leren?’ Waarschijnlijk denk je dat allemaal helemaal niet. Maar het was dus wel wat ik dacht. Misschien soms nog wel denk. En omdat mijn boek ook meteen perfect moest zijn, begon ik tig keer opnieuw. Realiseerde ik me dat ik het verhaal al aan het romantiseren was en niet meer precies wist wat nu wanneer was gebeurd. En eigenlijk dat me dat ook niet meer zo interesseerde. Inmiddels ben ik op het punt dat ik me realiseer dat Oostenrijk maar twee jaar van mijn leven was. Dat ik er veel van geleerd heb, maar dat het niet is wat ik wil vertellen.

Wat ik dan wel wil vertellen? Dat merk je vanzelf. Want na een heleboel praten en nadenken en een start maken met het veranderen van dingen en patronen, begint HET boek zich langzaam af te tekenen. En over die weg naar wat hopelijk een boek wordt wil ik wel wat vertellen. Hier. Het voelt een beetje als voor een zaal mensen staan en een verhaal vertellen. Dat is ook iets waar ik enorm veel moeite mee heb en wat ik, als het maar heel even kan, uit de weg ga. Maar ik heb het al eerder gezegd: clichés hebben volgens mij ergens een kern van waarheid in zich en daarom eindig ik vrolijk met een van die clichés: life starts at the end of your comfort zone.

 

Foto credit openingsfoto: Sharon Co Images op Unsplash

Geheugen

Het is maar een gek ding, dat geheugen van mij. Soms kan ik je feilloos vertellen wat ik precies gedaan heb op een dag in een grijs verleden – over het algemeen als het iets met bijzonder eten te maken heeft – en een andere keer kan ik je aankijken als het over iets van een week geleden gaat en denken ‘heb ik dat gezegd?’ of ‘is dat echt gebeurd?’ Ik heb lang gedacht dat het vast zou betekenen dat ik later Alzheimer krijg. Nu denk ik dat ik gewoon een selectief geheugen heb. Er zijn namelijk genoeg dingen die ik wel lang onthoud. Maar nu ik bezig ben met het boek merk ik dat het best lastig is, dat selectieve geheugen.

Toen ik deze site begon, ging ik er vanuit dat mijn boek in een jaar geschreven zou zijn. De vorm wist ik al: een scrapbook. Met een combinatie van dagboekfragmenten, blogs (die had ik immers al) en tips – over Oostenrijk, over in het buitenland wonen in het algemeen en misschien ook wat recepten. Een mooie mix, liefst ook nog mooi vormgegeven. Het liep een beetje anders – want in 2014, het jaar dat dit moest gebeuren, verhuisden we terug naar Nederland. En daar ging het ‘gewone’ leven weer zijn gang – meer vrienden, meer werk, wennen aan een nieuwe stad. Het boek bleef wel in mijn gedachten rondspoken, maar ik dacht dat ik er de rust en de tijd niet voor had. Nu ik weet dat ik genoeg tijd kan maken om een marathon te plannen, denk ik dat ‘geen tijd’ vooral een excuus is. En dus ben ik maar gewoon ergens begonnen.

Dat moet ook wel. Want langzaam maar zeker begint mijn geheugen de tijd in Oostenrijk (en Duitsland – maar het boek zou vooral gaan over Oostenrijk) te kleuren. Ik denk vaker aan de leuke en mooie dingen daar, de lastige periodes en mijn gevoel van onbehagen en eenzaamheid begint te verdwijnen. Wat op zich prima is – maar als ik een eerlijk verhaal wil schrijven, dan is dat helemaal niet goed. Na het project Marathon begon het ook weer te kriebelen, dat boek. Het moet eruit. De gedachtes, de gevoelens, het gevoel dat ik het op wil schrijven – voor jullie, maar vooral ook voor mezelf. Zodat ik op mijn 80e in de aanleunwoning kan zeggen ‘Hoe zat het ook weer? O ja, ik heb het opgeschreven – wacht, ik zoek het even op.’ Als ik mezelf kan motiveren om een half jaar lang te trainen, dan moet ik mezelf toch ook kunnen motiveren om te gaan zitten en te schrijven – iets dat ik nog graag doe ook.

En dus was er twee weken terug ineens een eerste stukje. Mijn zus schreef al meteen dat ik toch echt regelmatig heen en weer reed – dat klopt, maar vooraf had ik dat nooit verwacht, dat ik dat ooit zou gaan doen en het nog leuk zou vinden ook. Of ik het leuk vond vanwege het rijden, of vanwege de bestemming (Nederland), tsja dat zal nog wel blijken uit de verhalen. Maar in dat allereerste begin, toen ik de bergen van Innsbruck nog nooit had gezien en ik nauwelijks wist hoe kummel smaakte, toen dacht ik dus ‘800 kilometer in je eentje rijden? Petje af.’

Ik probeer dus te graven in mijn geheugen, te achterhalen wat ik ooit dacht en dat is nog niet zo makkelijk. Gelukkig heb ik mijn eega – die een enorm goed geheugen heeft. En dus vertelde hij me wanneer het ook weer was, die sollicitatie in Innsbruck. Maart 2010 dus. Gek genoeg wist ik dan wel weer precies hoe de dag verliep dat we hoorden dat hij ook inderdaad was aangenomen. Maar op welke datum dat precies was…

Nadat het stukje online kwam, vertelde hij me ook dat hij sommige dingen heel anders heeft beleefd. Dat weet ik natuurlijk wel – ook al vergeet ik het soms ook weer. En dat wil ik hier ook nog wel even uitschrijven. Wat je hier leest, zijn mijn gevoelens, herinneringen en ervaringen. Het is allemaal hoe ik het beleefd heb, misschien ook hoe ik het inmiddels deels voor mezelf ingekleurd heb. Misschien ken je hem ook en denk je ‘nou, dat heb ik altijd heel anders begrepen!’ Dat kan dus – twee mensen vertellen twee verschillende verhalen, ook als ze hetzelfde beleefd hebben. Het is overigens ook de reden dat ik hem wat anoniem bij de titel ‘eega’ noem.

En nu? Nu ga ik gewoon door met stukjes schrijven. Ik weet nog niet of ik ze allemaal op het blog zet. Ik denk het niet – want als dat boek er ooit komt, dan moet er nog wel wat nieuws instaan natuurlijk. Maar misschien ook wel – want wie weet vind ik alleen een blog ook wel prima. U gaat het meemaken – mits u natuurlijk deze site blijft volgen.

O enne, iemand dacht dat wij nu onze spullen (opnieuw?) gingen pakken – nee hoor. Het heeft er alle schijn van dat we in Nederland blijven plakken. Maar: ik probeer om nooit meer nooit te zeggen! Want je weet maar nooit.