Categorie archief: Verdwaald in Tirol – het boek

Hier komt alles dat te maken heeft met Verdwaald in Tirol te staan.

Meedogenlozen normen

Sinds een tijdje – nou laat ik gewoon eerlijk zijn: sinds eind augustus 2017 – ben ik in therapie. Oei. Klinkt dat voor jou ook eng? Ik vond het doodeng om de stap te zetten. Maar eind juni, net voor mijn eega en ik op vakantie gingen, besloot ik dat de tijd er echt rijp voor was. Ik liep voor de zoveelste keer vast. Hoe en wat precies, dat vertel ik je nog wel eens. Denk ik… hoe dan ook, ik vond het mooi geweest. In mijn gedacht zat ik in het bejaardenhuis en worstelde ik nog steeds met mezelf. Misschien is het de midlife die me te pakken kreeg, misschien was de tijd gewoon rijp om hulp te zoeken. Ik nam voor onze vakantie contact op – juist omdat ik wist als ik wacht, dan voelt het allemaal minder urgent. Misschien herken je dat gevoel wel, na een vakantie is alles (even….) anders; je bent ontspannen en je bent uit je eigen omgeving geweest. Voor je weer in je oude valkuilen stapt, ben je weer wat weken of maanden verder. En voor je denkt ‘ik moet NU wat doen’ is het kerstmis en staat de volgende vakantie voor de deur.

Enfin, ik herkende dit patroon dus bij mezelf en ik besloot voor mijn vakantie contact op te nemen met een psycholoog. Nee geen coach, in welke vorm dan ook, want dat deed ik eerder al. Meerdere keren zelfs, laat ik dan maar echt helemaal eerlijk zijn. Ze mailde snel terug en we maakten een afspraak voor vlak na onze vakantie. En ja hoor, op de fiets naar haar toe dacht ik ‘ach, het valt eigenlijk allemaal wel mee. Er is vast niet echt iets aan de hand. Met een beetje minder werken, wat meer ontspanning, komt het allemaal wel goed.’ Daar had ik haar in mijn e-mail al voor gewaarschuwd – ik ging echt met de billen bloot! – en ze was dan ook niet flauw. Ze vroeg door. En verder door. En na drie weken had ik dus een diagnose. En toen begon het werk dus echt.

Een van de allereerste dingen waar ze mee kwam, was de benoeming perfectionist. En eerlijk: ik geloofde er niets van. Want nee – ik vond (let op: verleden tijd!) mezelf helemaal geen perfectionist. Ook al waren mensen in mijn omgeving die ik hierover vertelde hoogst verbaasd dat ik mezelf geen perfectionist vond. Zij vonden dat allemaal wel. Tsja. Het feit dat je (meer dan) 3 reden kunt aanvoeren waarom je GEEN perfectionist zou zijn, zegt volgens mijn psycholoog eigenlijk al genoeg. Perfectionisten kunnen dat namelijk heel goed, aangeven waarom ze juist niet perfectionistisch zijn. Al zei ze er toen al bij dat perfectionist een wat vage term is.

Minder vaag was de toevoeging dat ik mezelf meedogenloze normen opleg. Klinkt al wat minder vriendelijk he, of ligt dat aan mij? Bij perfectionisme denk ik toch zelf een beetje ‘heeft iedereen daar niet een beetje last van?’, dus inderdaad: een beetje vaag. Maar meedogenloos – dat klonk wel heftig. Het komt er op neer dat het nooit goed genoeg is – dat ik overkritisch ben en altijd het gevoel heb ‘het kan nog beter.’ En niet alleen dat: dat je dat ook moet willen. Waarom zou je tevreden zijn met wat je al kunt – het moet toch beter kunnen? En niet omdat iemand anders dat wil, maar omdat ik dat zelf wil, of nee eist. Wat het is niet iets vrijblijvends of iets vrijwilligs – het is iets dat ik heel diep van binnen voel en waar ik vrijwel altijd gehoor aan geef. Ofwel door het beter te doen, ofwel door te denken ‘ik kan dit niet, dan doe ik het ook maar gewoon helemaal niet, want beter wordt het niet.’ Zwart – wit dus, niet grijs, laat staan 101 tinten grijs.

Waarom ik dit nu met je deel? Misschien snap je het al. Het boek. Het boek dat ik al tig jaar wil schrijven, maar waarvan ik ook denk ‘wie leest het dan? Vind iemand het boeiend wat ik te melden heb?’ Maar nog erger: ‘gaan mensen niet denken die rare Astrid met haar verhaaltjes. Hoezo vond ze het eigenlijk zo lastig in Oostenrijk? En waarom ging ze niet skiën? Of Duits leren?’ Waarschijnlijk denk je dat allemaal helemaal niet. Maar het was dus wel wat ik dacht. Misschien soms nog wel denk. En omdat mijn boek ook meteen perfect moest zijn, begon ik tig keer opnieuw. Realiseerde ik me dat ik het verhaal al aan het romantiseren was en niet meer precies wist wat nu wanneer was gebeurd. En eigenlijk dat me dat ook niet meer zo interesseerde. Inmiddels ben ik op het punt dat ik me realiseer dat Oostenrijk maar twee jaar van mijn leven was. Dat ik er veel van geleerd heb, maar dat het niet is wat ik wil vertellen.

Wat ik dan wel wil vertellen? Dat merk je vanzelf. Want na een heleboel praten en nadenken en een start maken met het veranderen van dingen en patronen, begint HET boek zich langzaam af te tekenen. En over die weg naar wat hopelijk een boek wordt wil ik wel wat vertellen. Hier. Het voelt een beetje als voor een zaal mensen staan en een verhaal vertellen. Dat is ook iets waar ik enorm veel moeite mee heb en wat ik, als het maar heel even kan, uit de weg ga. Maar ik heb het al eerder gezegd: clichés hebben volgens mij ergens een kern van waarheid in zich en daarom eindig ik vrolijk met een van die clichés: life starts at the end of your comfort zone.

 

Foto credit openingsfoto: Sharon Co Images op Unsplash

Geheugen

Het is maar een gek ding, dat geheugen van mij. Soms kan ik je feilloos vertellen wat ik precies gedaan heb op een dag in een grijs verleden – over het algemeen als het iets met bijzonder eten te maken heeft – en een andere keer kan ik je aankijken als het over iets van een week geleden gaat en denken ‘heb ik dat gezegd?’ of ‘is dat echt gebeurd?’ Ik heb lang gedacht dat het vast zou betekenen dat ik later Alzheimer krijg. Nu denk ik dat ik gewoon een selectief geheugen heb. Er zijn namelijk genoeg dingen die ik wel lang onthoud. Maar nu ik bezig ben met het boek merk ik dat het best lastig is, dat selectieve geheugen.

Toen ik deze site begon, ging ik er vanuit dat mijn boek in een jaar geschreven zou zijn. De vorm wist ik al: een scrapbook. Met een combinatie van dagboekfragmenten, blogs (die had ik immers al) en tips – over Oostenrijk, over in het buitenland wonen in het algemeen en misschien ook wat recepten. Een mooie mix, liefst ook nog mooi vormgegeven. Het liep een beetje anders – want in 2014, het jaar dat dit moest gebeuren, verhuisden we terug naar Nederland. En daar ging het ‘gewone’ leven weer zijn gang – meer vrienden, meer werk, wennen aan een nieuwe stad. Het boek bleef wel in mijn gedachten rondspoken, maar ik dacht dat ik er de rust en de tijd niet voor had. Nu ik weet dat ik genoeg tijd kan maken om een marathon te plannen, denk ik dat ‘geen tijd’ vooral een excuus is. En dus ben ik maar gewoon ergens begonnen.

Dat moet ook wel. Want langzaam maar zeker begint mijn geheugen de tijd in Oostenrijk (en Duitsland – maar het boek zou vooral gaan over Oostenrijk) te kleuren. Ik denk vaker aan de leuke en mooie dingen daar, de lastige periodes en mijn gevoel van onbehagen en eenzaamheid begint te verdwijnen. Wat op zich prima is – maar als ik een eerlijk verhaal wil schrijven, dan is dat helemaal niet goed. Na het project Marathon begon het ook weer te kriebelen, dat boek. Het moet eruit. De gedachtes, de gevoelens, het gevoel dat ik het op wil schrijven – voor jullie, maar vooral ook voor mezelf. Zodat ik op mijn 80e in de aanleunwoning kan zeggen ‘Hoe zat het ook weer? O ja, ik heb het opgeschreven – wacht, ik zoek het even op.’ Als ik mezelf kan motiveren om een half jaar lang te trainen, dan moet ik mezelf toch ook kunnen motiveren om te gaan zitten en te schrijven – iets dat ik nog graag doe ook.

En dus was er twee weken terug ineens een eerste stukje. Mijn zus schreef al meteen dat ik toch echt regelmatig heen en weer reed – dat klopt, maar vooraf had ik dat nooit verwacht, dat ik dat ooit zou gaan doen en het nog leuk zou vinden ook. Of ik het leuk vond vanwege het rijden, of vanwege de bestemming (Nederland), tsja dat zal nog wel blijken uit de verhalen. Maar in dat allereerste begin, toen ik de bergen van Innsbruck nog nooit had gezien en ik nauwelijks wist hoe kummel smaakte, toen dacht ik dus ‘800 kilometer in je eentje rijden? Petje af.’

Ik probeer dus te graven in mijn geheugen, te achterhalen wat ik ooit dacht en dat is nog niet zo makkelijk. Gelukkig heb ik mijn eega – die een enorm goed geheugen heeft. En dus vertelde hij me wanneer het ook weer was, die sollicitatie in Innsbruck. Maart 2010 dus. Gek genoeg wist ik dan wel weer precies hoe de dag verliep dat we hoorden dat hij ook inderdaad was aangenomen. Maar op welke datum dat precies was…

Nadat het stukje online kwam, vertelde hij me ook dat hij sommige dingen heel anders heeft beleefd. Dat weet ik natuurlijk wel – ook al vergeet ik het soms ook weer. En dat wil ik hier ook nog wel even uitschrijven. Wat je hier leest, zijn mijn gevoelens, herinneringen en ervaringen. Het is allemaal hoe ik het beleefd heb, misschien ook hoe ik het inmiddels deels voor mezelf ingekleurd heb. Misschien ken je hem ook en denk je ‘nou, dat heb ik altijd heel anders begrepen!’ Dat kan dus – twee mensen vertellen twee verschillende verhalen, ook als ze hetzelfde beleefd hebben. Het is overigens ook de reden dat ik hem wat anoniem bij de titel ‘eega’ noem.

En nu? Nu ga ik gewoon door met stukjes schrijven. Ik weet nog niet of ik ze allemaal op het blog zet. Ik denk het niet – want als dat boek er ooit komt, dan moet er nog wel wat nieuws instaan natuurlijk. Maar misschien ook wel – want wie weet vind ik alleen een blog ook wel prima. U gaat het meemaken – mits u natuurlijk deze site blijft volgen.

O enne, iemand dacht dat wij nu onze spullen (opnieuw?) gingen pakken – nee hoor. Het heeft er alle schijn van dat we in Nederland blijven plakken. Maar: ik probeer om nooit meer nooit te zeggen! Want je weet maar nooit.

Hoe het allemaal begon – maart 2010

Dagboek, begin maart 2010

Het is zover – S. is in Innsbruck voor zijn sollicitatie! Soms lijkt het allemaal zo snel te gaan, op andere momenten denk ik ‘was er maar vast duidelijkheid.’ We denken al zo lang aan het buitenland – zou het nu dan gaan gebeuren? Soms denk ik wel ‘waar begin ik aan?’ Oostenrijk – Duits praten, een stad in de bergen. Ik houd helemaal niet van bergen en al helemaal niet van sneeuw. Maar de stap daarna, naar Amerika, die lonkt. Stel je toch voor dat we daar over twee, drie jaar zitten! En hoe lang is twee jaar nou – kan ik eindelijk eens tijd maken voor die studie onderwijskunde. Minder gaan werken – want dat roep ik ook al jaren.

Ik ben ook al aan het kijken voor een spoedcursus Duits, al heb ik echt geen idee hoe ik die op dit moment ergens tussen kan passen. Eerst maar eens afwachten of het doorgaat. De sollicitatiebrief ging al in december de deur uit – zegt het dan iets over zijn kansen als er nu pas een gesprek is? Natuurlijk moesten er hier ook dingen gebeuren waardoor het niet eerder kon – ‘even’ promoveren. Maar spannend blijft het wel. Want wat als het antwoord nee is? Dan zijn er nog geen echte alternatieven. Maar S. zegt dat er genoeg andere plekken zijn om te post-doccen. Al wil hij ook niet overal naartoe – de keuze voor Innsbruck is gemotiveerd door het gerenomeerde instituut en de bekende professor die er zit. Waarom zit deze man niet in Parijs? Dan heb ik tenminste al een goede vriendin die me de weg kan wijzen en waar ik gezellig mee kan gaan lunchen. Londen was ook leuk geweest – Engels spreek ik tenminste wel. Maar ja – helaas. Innsbruck is vast ook mooi. Wie weet kan ik wel leren skiën… Dat geloof ik zelf nog niet helemaal, maar goed.

Voor nu is het vooral afwachten. Misschien had ik toch mee moeten gaan, dan had ik de stad kunnen bekijken. Op internet zie ik mooie plaatjes – maar hoe is het om daar echt rond te lopen? Buiten Wenen ben ik nog nooit in Oostenrijk geweest en dat was nog in mijn kindertijd. Jammer genoeg ben ik te druk met werk – volle weken bij het bedrijf in de achtertuin.* De interimklus is natuurlijk weer wat uitgebreider dan gedacht. Dat kan natuurlijk niet meer, als we straks in het buitenland wonen. Gelukkig kunnen er genoeg dingen ook prima vanaf een afstand gedaan worden. Iemand vertelde me over de periode dat ze in Zwitserland woonde – ze reed regelmatig heen en weer. Dat zie ik toch nog niet helemaal voor me – alleen vanaf Innsbruck naar Nederland rijden. Volgens haar wen je er aan. Ik betwijfel het nog een beetje…

Ik probeer te denken ‘dat zien we wel als het echt zo ver is’ – maar dat is niet mijn sterkste kant. Mijn hersenen maken overuren deze weken – wat nou als, wat nou als niet. Hoe zou ik dat regelen, wat moeten we hiermee… Mijn moeder zou zeggen ‘Adem in, adem uit en glimlach’ en dat probeer ik dan ook maar. Eens even kijken of ik al een berichtje van S. heb – de eerste gesprekken moeten nu toch wel geweest zijn….

* Niet letterlijk in de achtertuin. Maar vanwege de privacy en getekende overeenkomsten mag ik de naam van dit bedrijf niet noemen. We keken er vanuit ons zolderraam op uit. Vandaar deze verwijzing.

Foto: Het gouden dak – ofwel das goldene Dachl – is ongetwijfeld een van de bekendste gebouwen in Innsbruck. Hier voltrok zich al snel een klein drama, toen we eenmaal in Innsbruck woonden. Wat en hoe? Dat leest u een volgende keer…