Categorie archief: Verdwaald in Tirol – het boek

Hier komt alles dat te maken heeft met Verdwaald in Tirol te staan.

Schrijfvakantie – dag 1

We beginnen de schrijfcursus met het uitspreken van de verwachting – wat wil je aan het einde van deze week voor elkaar hebben? Marelle waarschuwt ons dat de verwachting dat je aan het eind van de week je boek afhebt geen realistische verwachting is. Ik slik. Want als ik eerlijk ben, denk ik in deze komende week de helft van mijn boek af te hebben. Om je een idee te geven: op het moment van starten van de schrijfweek ben ik op minder dan een achtste. Mijn boek bestaat uit 8 delen en een proloog; ik heb er ongeveer eentje af, plus de proloog. In eerste versie…

Misschien denk je ‘hoe komt ze erop, dat dit überhaupt mogelijk is in 6 dagen?’ Dat is gebaseerd op het schrijven van mijn scriptie. Daar stond in totaal een periode voor van, geloof ik, een half jaar. Al denk ik dat ik al eerder begon, namelijk zo in september en uiteindelijk ben ik in mei afgestudeerd. In die zelfde tijd moest ik ook nog een mondeling tentamen doen, misschien nog wel een vak en werkte ik eerst 20 en later 32 uur. Waarom niet? Het voorwerk deed ik door de week en uiteindelijk schreef ik de hoofdstukken dan steeds in een weekend. Dat weekend blokte ik helemaal – mijn eega (toen nog vriendje) was er dan niet, of zag ik niet en ik sprak met niemand wat af. Het was nog voor de tijd dat Facebook echt een storende factor was en helemaal nog voor de tijd van WhatsApp. O en internet liep via de telefoonlijn, dus dat had je ook niet de hele dag aanstaan. Ruwweg schreef ik mijn scriptie in denk ik 6 tot 8 weekenden ofwel 12 tot 16 dagen.

Voor het boek heb ik inmiddels een heleboel bouwstenen. Ik weet hoe het moet worden opgedeeld en wie de hoofdpersonen zijn – ook al hebben ze nog geen definitieve naam. Ik heb een heleboel gebeurtenissen die ergens een plek moeten krijgen; ik laat het schrijven een beetje bepalen waar het logisch is om de gebeurtenissen te benoemen. Ik weet dat het 8 periodes zijn en wat er in die periodes gebeurt. Oftewel: al het voorwerk is volgens mij gedaan en dus gaan die 8 weekenden of 16 dagen zo’n beetje in.

Dacht ik.

Want nu terug naar de schrijfweek. Ik schrijf het volgende op als doelstelling voor deze week: Aan het einde van de week wil ik de losse gebeurtenissen die ik heb genoteerd uitgewerkt en geplaatst hebben. Ik lees het voor. En dan besluit ik een inkijkje te geven in hoe mijn brein functioneert en voeg er aan toe ‘maar stiekem heb ik wel de ambitie om na deze week op de helft van mijn boek te zijn.’ Marelle benadrukt (nogmaals) dat dit een enorm hoge, zo niet onmogelijke ambitie is. Mijn meedogenloze ik denkt ‘hoog ja – onmogelijk nee.’ Na de lunch vertrek ik naar het prieeltje – een van de schrijfplekken in de schaduw, waar ik van onder een mooi afdakje uitkijk op de Portugese bergen. En waar de druiven klaar zijn om geplukt te worden.

Dit was ‘mijn’ schrijfplek op dag 1

Het einde van de eerste schrijfdag is inmiddels in zicht en ik ben eigenlijk wel tevreden met wat ik heb bereikt. Het eerste deel is voor nu compleet, met het derde deel ben ik begonnen. Nee ik schrijf niet chronologisch – dus deel twee is niet ineens nu ook af. Maar het staat wel in de steigers – inclusief gebeurtenissen die er in moeten komen. En dus lijkt ook mijn hoge ambitie nog prima haalbaar – toch? Op naar het schrijfcafé dus; de afronding van deze eerste officiële dag. Waar ik met een voldaan gevoel op terug kijk – one down, three to go. Delen dus – want dagen heb ik nog meer!

Zal mijn boek hier ooit tussenkomen?

Het boek – de stukjes vallen op hun plek

Het is een raar proces, dat schrijfproces. Het ene moment wil ik boek X schrijven, het volgende moment boek Y. De ene keer moet het zo veel mogelijk lijken op hoe het allemaal echt is gegaan, de andere keer denk ik ‘nee laat ik het maar dramatiseren en er echt een roman van maken.’ Ik houd er van als de dingen in een lekker tempo doorlopen, maar dat schrijven – nee dat laat zich niet echt sturen. Tot de laatste weken, want ineens leken alle stukjes een beetje op hun plek te vallen.

Bergen – ze moeten wel een rol krijgen in mijn boek 🙂

Het begon met een verwijzing naar een schrijfvakantie. De data kwamen me niet goed uit, maar het wakkerde wel weer een lang levend idee bij mij aan van een week schrijven zonder onderbrekingen en dagelijkse beslommeringen. Ik dacht lang dat ik dat ook prima zou kunnen in een afgelegen huisje, bij voorkeur ergens aan zee. Maar eerlijk is eerlijk: ik denk dat ik nogal snel afgeleid zou raken en uiteindelijk niet de vooruitgang zou boeken die ik voor ogen had. Een week onder leiding van een ervaren auteur schrijven, in een inspirerende omgeving – dat leek me een beter idee. En dus ging ik verder rondkijken en vond ik uiteindelijk een schrijfvakantie in de Algarve, in september. Want tsja – als ik dan iets in mijn hoofd heb, wil ik het niet uitstellen tot 2019…

Daarna volgde een boek dat ik las tijdens ons verblijf in Saint Pierre D’Allevard. De vrienden waar we waren, vertelden beiden enthousiast over het boek De acht bergen. Een dun boek en dus las ik het boek in de drie dagen dat we daar waren. Ik realiseerde me dat een boek helemaal geen 1.000 pagina’s hoeft te omvatten, noch dat het een enorm groot thema hoeft te hebben of een complete familiegeschiedenis hoeft te beschrijven. Als je niet begrijpt waarom niet, of wat ik hiermee bedoel: lezen dat boek! Het is prachtig. En het speelt in de bergen – ironisch genoeg…

De dag nadat ik dat boek las, liepen we een rondje om het meer. Mijn eega is dus veel sneller dan ik en dus liep ik het grootste gedeelte van de tijd alleen. Ineens was het er – het echte idee. Het gevoel van ‘ja dit zijn de ingrediënten voor een goed verhaal, gebaseerd op je eigen ervaringen, maar zonder dat je alle details nog hoeft te weten en zonder dat je jezelf meteen helemaal bloot geeft.’ Tijdens dat half uurtje hardlopen kwam ik tot meer elementen en verbindingen dan in de maanden – nee jaren – daarvoor. En tijdens de dagen die volgenden in Frankrijk, thuis en daarna op het Engelse platteland begonnen de personages zich aan mij voor te stellen. Ik maakte aantekeningen in mijn kleine boekje, streepte, vulde aan, bedacht andere motieven – kortom: ik realiseerde me ineens dat het niet meteen perfect hoeft te zijn. Dat je mag, nee waarschijnlijk zelfs moet, herschrijven en aanpassen.

Rondje om het meer – speciale aandacht graag voor het hekje

Eenmaal thuis na de vakantie vroeg mijn eega wat me eigenlijk nog tegenhield om me in te schrijven voor die schrijfreis. Eigenlijk nog de overtuiging dat ik ook echt een goed verhaal had. Toevallig was ik ook toen net bezig aan een online cursus van DrsPee – Hoe breng je structuur aan in je verhaal. Et voilà – met haar oefeningen kregen mijn personages nog meer smoel en merkte ik dat haar opdrachten me echt hielpen om de punten waar ik tegenaan liep op te pakken en uit te werken. Weer een stukje dat op zijn plek viel: als ik er echt voor ga zitten, komen de ideeën dus. Misschien niet in het tempo dat ik wil, misschien niet in de volgorde of op het moment dat ik wil, misschien met wat hulp. Maar met een beetje geduld en wat structuur komt het er echt uit. En dus schreef ik me in – voor deze reis. Een verslag volgt ongetwijfeld op een later moment.

En tenslotte las ik in een prachtig boek, een van die boeken waardoor ik weet ‘lezen is het meest geweldige dat je kunt doen in je vrije tijd’ deze quote: Als u schrijver wilt worden, schrijft u dan. Als u een verhaal te vertellen hebt, vertelt u het dan. Of probeert u het tenminste. En nu is er een eerste pagina, een begin. Dat is natuurlijk nog geen compleet boek, een pagina. En toch, toch voelt het anders dit keer. Ja er zijn obstakels, maar er zijn ook mensen om mee aan op te trekken en me te motiveren. Dus als u me de komende tijd kwijt bent, dan heb ik me even terug getrokken in die andere wereld – de schrijfwereld. Met boek X – of wordt het toch boek Y? Ach – wat doet het er toe, als ik maar schrijf.

Meedogenlozen normen

Sinds een tijdje – nou laat ik gewoon eerlijk zijn: sinds eind augustus 2017 – ben ik in therapie. Oei. Klinkt dat voor jou ook eng? Ik vond het doodeng om de stap te zetten. Maar eind juni, net voor mijn eega en ik op vakantie gingen, besloot ik dat de tijd er echt rijp voor was. Ik liep voor de zoveelste keer vast. Hoe en wat precies, dat vertel ik je nog wel eens. Denk ik… hoe dan ook, ik vond het mooi geweest. In mijn gedacht zat ik in het bejaardenhuis en worstelde ik nog steeds met mezelf. Misschien is het de midlife die me te pakken kreeg, misschien was de tijd gewoon rijp om hulp te zoeken. Ik nam voor onze vakantie contact op – juist omdat ik wist als ik wacht, dan voelt het allemaal minder urgent. Misschien herken je dat gevoel wel, na een vakantie is alles (even….) anders; je bent ontspannen en je bent uit je eigen omgeving geweest. Voor je weer in je oude valkuilen stapt, ben je weer wat weken of maanden verder. En voor je denkt ‘ik moet NU wat doen’ is het kerstmis en staat de volgende vakantie voor de deur.

Enfin, ik herkende dit patroon dus bij mezelf en ik besloot voor mijn vakantie contact op te nemen met een psycholoog. Nee geen coach, in welke vorm dan ook, want dat deed ik eerder al. Meerdere keren zelfs, laat ik dan maar echt helemaal eerlijk zijn. Ze mailde snel terug en we maakten een afspraak voor vlak na onze vakantie. En ja hoor, op de fiets naar haar toe dacht ik ‘ach, het valt eigenlijk allemaal wel mee. Er is vast niet echt iets aan de hand. Met een beetje minder werken, wat meer ontspanning, komt het allemaal wel goed.’ Daar had ik haar in mijn e-mail al voor gewaarschuwd – ik ging echt met de billen bloot! – en ze was dan ook niet flauw. Ze vroeg door. En verder door. En na drie weken had ik dus een diagnose. En toen begon het werk dus echt.

Een van de allereerste dingen waar ze mee kwam, was de benoeming perfectionist. En eerlijk: ik geloofde er niets van. Want nee – ik vond (let op: verleden tijd!) mezelf helemaal geen perfectionist. Ook al waren mensen in mijn omgeving die ik hierover vertelde hoogst verbaasd dat ik mezelf geen perfectionist vond. Zij vonden dat allemaal wel. Tsja. Het feit dat je (meer dan) 3 reden kunt aanvoeren waarom je GEEN perfectionist zou zijn, zegt volgens mijn psycholoog eigenlijk al genoeg. Perfectionisten kunnen dat namelijk heel goed, aangeven waarom ze juist niet perfectionistisch zijn. Al zei ze er toen al bij dat perfectionist een wat vage term is.

Minder vaag was de toevoeging dat ik mezelf meedogenloze normen opleg. Klinkt al wat minder vriendelijk he, of ligt dat aan mij? Bij perfectionisme denk ik toch zelf een beetje ‘heeft iedereen daar niet een beetje last van?’, dus inderdaad: een beetje vaag. Maar meedogenloos – dat klonk wel heftig. Het komt er op neer dat het nooit goed genoeg is – dat ik overkritisch ben en altijd het gevoel heb ‘het kan nog beter.’ En niet alleen dat: dat je dat ook moet willen. Waarom zou je tevreden zijn met wat je al kunt – het moet toch beter kunnen? En niet omdat iemand anders dat wil, maar omdat ik dat zelf wil, of nee eist. Wat het is niet iets vrijblijvends of iets vrijwilligs – het is iets dat ik heel diep van binnen voel en waar ik vrijwel altijd gehoor aan geef. Ofwel door het beter te doen, ofwel door te denken ‘ik kan dit niet, dan doe ik het ook maar gewoon helemaal niet, want beter wordt het niet.’ Zwart – wit dus, niet grijs, laat staan 101 tinten grijs.

Waarom ik dit nu met je deel? Misschien snap je het al. Het boek. Het boek dat ik al tig jaar wil schrijven, maar waarvan ik ook denk ‘wie leest het dan? Vind iemand het boeiend wat ik te melden heb?’ Maar nog erger: ‘gaan mensen niet denken die rare Astrid met haar verhaaltjes. Hoezo vond ze het eigenlijk zo lastig in Oostenrijk? En waarom ging ze niet skiën? Of Duits leren?’ Waarschijnlijk denk je dat allemaal helemaal niet. Maar het was dus wel wat ik dacht. Misschien soms nog wel denk. En omdat mijn boek ook meteen perfect moest zijn, begon ik tig keer opnieuw. Realiseerde ik me dat ik het verhaal al aan het romantiseren was en niet meer precies wist wat nu wanneer was gebeurd. En eigenlijk dat me dat ook niet meer zo interesseerde. Inmiddels ben ik op het punt dat ik me realiseer dat Oostenrijk maar twee jaar van mijn leven was. Dat ik er veel van geleerd heb, maar dat het niet is wat ik wil vertellen.

Wat ik dan wel wil vertellen? Dat merk je vanzelf. Want na een heleboel praten en nadenken en een start maken met het veranderen van dingen en patronen, begint HET boek zich langzaam af te tekenen. En over die weg naar wat hopelijk een boek wordt wil ik wel wat vertellen. Hier. Het voelt een beetje als voor een zaal mensen staan en een verhaal vertellen. Dat is ook iets waar ik enorm veel moeite mee heb en wat ik, als het maar heel even kan, uit de weg ga. Maar ik heb het al eerder gezegd: clichés hebben volgens mij ergens een kern van waarheid in zich en daarom eindig ik vrolijk met een van die clichés: life starts at the end of your comfort zone.

 

Foto credit openingsfoto: Sharon Co Images op Unsplash