Categorie archief: Hardlopen

Goede voornemens

Gisteren las ik een bericht dat me raakte, een bericht van Henrieke. Ik ken haar van Postcrossing, Facebook en Cardcetera. Ik heb haar nooit ontmoet, maar haar verhalen inspireren me. Zo schreef ze prachtige brieven aan Maxima en mooie columns voor Contact. Dit jaar werd ze ziek, heel ziek. En daarom maakt ze geen goede voornemens meer, wel leuke voornemens. Want schrijft ze ‘Het leven is echt te kort voor goede, maar saaie voornemens.

De afgelopen dagen dacht ik na over voornemens, over wensen voor 2019, dingen die anders zouden moeten, of beter. Ik heb een grote wens voor 2019, een die iedereen die mijn blog leest wel kent: het boek afschrijven. Dat heb ik in eigen hand – het is aan mij om er genoeg tijd voor te maken. Ik realiseer me dat dit een luxe positie is. Natuurlijk klaag ik wel eens, dat ik te druk ben of dat dingen lastig zijn. Maar het is iets dat ik zelf doe en meestal ook omdat ik veel dingen tegelijk wil doen, dingen die ik allemaal leuk en ook belangrijk vind. Maar wat als je dat niet meer kunt, zoals Henrieke? En ze is niet de enige die dit jaar heel anders zag verlopen dan gepland, in mijn familie- en vriendenkring ging er bij meer mensen van alles dit jaar niet zoals gewenst.

Geen goede voornemens dus. Of misschien toch eentje. Een paar weken geleden kreeg ik een bericht van loopvriend Stefan. We waren heen en weer aan het appen en berichtjes aan het sturen over loopjes die er aan komen, plannen voor 2019 voor afstanden en evenementen. Voor mij is het doel vooral om weer regelmatig te lopen en weer eens een jaar zonder blessures door te komen. Voor hem ging het om wat ambitieuzere doelen. Wel of geen buitenlandse marathon, waar en wanneer. En toen ineens kwam er ook de optie  voor de Roparun voorbij. Voor als je dit niet kent: de Roparun is een non-stop estafetteloop van Parijs naar Rotterdam. 520 kilometer tijdens het Pinksterweekend. Ieder team bestaat uit maximaal 8 lopers en die lopen dus ieder in die tijd zo’n 65 kilometer. Sinds de eerste keer dat ik de teams over de Erasmusbrug zag komen dacht ik ‘dat wil ik ook!’ Het is nadrukkelijk geen wedstrijd maar een sponsorloop. Ieder team zamelt namelijk geld in voor de palliatieve zorg aan kankerpatiënten, onder het motto: Leven toevoegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven.

Stefan gaat dus meedoen. Met een groep lopers en verzorgers die hij nog nauwelijks kent. Maar waar hij wel in het Pinksterweekend die 520 kilometer mee mag gaan afleggen. Spannend, stoer en een enorme prestatie. Ooit hoop ik dat ook te doen, maar voor nu kan ik bijdragen door zijn team te sponsoren. En dus is mijn goede voornemen om voor de start van de Roparun zo veel mogelijk geld in te zamelen. Hoe? Nou ten eerste door een actie bij Cardcetera – een pakketje Quotes-kaarten waarvan per verkochte set een deel van de opbrengst naar het team van Stefan gaat.

Maar ik heb daarnaast ook bedacht om voor mezelf een sportieve inspanning hieraan te koppelen. En daar kun jij ook aan bijdragen als je dat wil. In de eerste 100 dagen van 2019 ga ik voor iedere kilometer die ik buiten hardloop 50 cent doneren. En ik wil zo  brutaal zijn om jou te vragen of je mij wil sponsoren. Bijvoorbeeld met 5 cent per kilometer. En als je nu denkt ‘ja en dan ga je zeker voor een marathon trainen en kost het me een vermogen’: ik train niet voor een marathon op dit moment. En dat ga ik ook niet doen de komende honderd dagen 😉 Je kunt ook een bedrag per 10 of 20 of 50 kilometer sponsoren. Of bedenk een leuke hardloopuitdaging en zeg hoeveel je dan wil sponsoren – wie weet ga ik het doen. Want iedere cent voor dit doel telt. Wil je me sponsoren? Laat dan een berichtje achter of stuur me even een mailtje. Je kunt op ieder moment starten – ook na 1 januari 😉 Dag 100 is op 10 april – dan stopt mijn sponsoractie. Ik zal iedere maand een korte update geven.

O en natuurlijk kun je Stefan ook direct sponsoren en zijn acties volgen via de speciale Facebook-pagina. Heb je geen Facebook, dan breng ik je graag met hem in contact.

Hardlopen in de vakantie

Het is een terugkerend ritueel: als we op vakantie gaan, neem ik mijn hardloopschoenen mee. Eigenlijk doe ik dat al bijna sinds het begin dat ik begon met lopen. Een van de eerste keren die ik me kan herinneren is tijdens een familieweekend in Duitsland. Ik was op het punt in het trainingsprogramma van Evi waar ik twee keer 12 minuten moest rennen en ergens dacht ik ‘hoe langer ik dat uitstel, hoe groter de kans dat ik het nooit ga doen.’ En dus rende ik die twee keer 12 minuten in de omgeving van dat huisje, terwijl mijn vader en jongste zus ook een stukje gingen lopen.

Zo daadkrachtig was ik daarna niet vaak meer. Ja de schoenen gingen mee, maar het kwam regelmatig voor dat ze ongebruikt mee terug gingen. Soms ging ik voor de vorm op de loopband in een hotel, of voor een klein stukje over een boulevard. Op de een of andere manier ervaar ik vaak een drempel om in zo’n onbekende omgeving te gaan lopen. En om op tijd op te staan, zodat ik voor het ontbijt kan gaan. Want na het ontbijt heb ik wel een uurtje nodig voor ik kan denken aan hardlopen. Een avondloper, nee dat ben ik niet. Thuis niet en op vakantie al helemaal niet. Want dan zit ik toch liever met mijn neus in een boek of op een terras achter een glas wijn.

Maar het idee van hardlopen tijdens de vakantie staat me wel aan. Ik word tijdens zo’n vakantie in toenemende mate onrustig en jaloers als ik anderen wel zie hardlopen. Hoewel ik vaak wel even moet doorbijten om mijn schoenen echt aan te trekken, word ik tijdens het lopen vaak al blij. Dit jaar gingen we kamperen in Frankrijk en tussendoor op bezoek bij vrienden en natuurlijk gingen de schoenen en de complete hardloopoutfit mee. Maar dit jaar was er iets anders dan anders. Ik was namelijk niet de enige die hardloopschoenen meenam – mijn eega is inmiddels ook begonnen met lopen. En hoewel hij in eerste instantie dacht dat hij me misschien wel demotiveerde, is het tegengestelde waar. Na bijna 7 jaar lopen, met ongeveer even lang de wens om een  5 kilometer in een half uur te kunnen lopen, lukte me dat afgelopen mei ineens. Niet een keer, maar al drie keer. Omdat hij nu eenmaal sneller is en ik toch niet te ver van hem vandaan wil lopen. Dus mijn tempo ging omhoog door het achter hem aan hollen.

En hoewel we afgelopen vakantie geen drie keer per week hardliepen – het is per slot van rekening ook vakantie! – liepen we wel twee keer een prachtig rondje om het meer bij onze vrienden. De eerste keer moest hij me het bed uitslepen en liep ik bepaald niet in een geweldig tempo. Maar genieten deed ik wel, vooral ook door de vele andere lopers die allemaal vriendelijk groeten en het mooie uitzicht op het meer. De tweede keer trok ik vrijwillig en zonder morren mijn schoenen aan en genoot ik van de geuren van een vroege ochtend in de bergen in Frankrijk en de zon die langzaam aan kracht won. Pure winst.

Wandering Thoughts tijdens Maastrichts Mooiste

Ik begon met hardlopen toen we in Innsbruck woonden. Ik had er al wel vaker aan gedacht, maar ja – te druk, ik deed al fitness, geen goede spullen, ik kan het vast niet (en dat werd ondersteund door de gedachtes van vroeger, tijdens de gymlessen), geen zin – enfin, ik had een heel lijstje van redenen om het niet te doen. Een belangrijke was ook dat ik niemand vond die ook vanaf 0 moest beginnen en dat ik dacht ‘ik ga echt niet alleen met een rode kop buiten lopen!’ In de zomer van 2011 begon mijn zusje met Evy en ik stuurde haar de MP3-tjes. En toen dacht ik ‘dit is het moment om ook te gaan lopen Astrid.’ Die gedachte werd ook ondersteund door het feit dat ik in Innsbruck door de week soms wel erg weinig buiten kwam; buiten het rondje naar de brievenbus en de supermarkt had ik meestal niet echt een reden om op pad te gaan. Enter Evy. Ik voelde me soms behoorlijk ongemakkelijk als ik tussen de minuutjes hardlopen weer meerdere minuten de opdracht kreeg om te wandelen. Daar liep ik dan – rode kop, een joggingbroek in plaats van een strakke hardloopbroek, op goedkope schoenen in plaats van een paar aangemeten shiny shoes – tussen de afgetrainde Oostenrijkse sporters. Ik geloof niet dat ik ooit meer hardlopers zag dan op een gemiddelde dag in Innsbruck. Of het nu regende, de zon fel scheen, of het ’s ochtends vroeg was of ergens in de middag; ik liep nooit alleen. Misschien dat op er Erasmusbrug meer lopers waren per dag – maar als je dan bedenkt hoeveel meer mensen er in Rotterdam wonen dan in Innsbruck, dan liepen er meer mensen in dat Oostenrijkse bergstadje.

Dit was tijdens mijn laatste rondje langs de Inn

Ik had als eerste doel de Frauenlauf van 2012. Die liep ik uit, maar aan het einde dacht ik echt ‘dit-nooit-meer-ik-ga-zo-dood-neervallen-waar-is-die-finish-nou.’ De stress van een wedstrijd – te snel starten en jezelf volkomen opblazen. Waar mijn rondje in de trainingen al veel langer was dan 5km, ging ik finaal kapot tijdens de laatste kilometer of twee. Mijn eega zegt wel eens dat dit de enige keer was dat hij dacht ‘moet je niet stoppen?’ Ik wist toen nog altijd niet of ik het lopen wel echt leuk vond – het was meestal niet zo dat ik spontaan opsprong bij het idee ‘ik ga een rondje rennen.’ En na die 5km liet ik het ook weer even versloffen, om het toch niet heel veel later wel weer op te pakken.

Mijn rondjes in Innsbruck hadden altijd een vergelijkbare route. Dat moest ook wel, want ik wilde a) niet te veel door straten lopen, waar ik gestopt zou worden door stoplichten. En dat betekende b) dat ik bijna altijd langs de Inn liep, want dat was tenminste een vlakke route. Want tsja – ik heb dus best wel een broertje dood, nee ronduit gewoon een hekel aan bergop lopen. Laat staat aan bergop rennen. Een berg op wandelen kan ik prima – maar iets prima kunnen betekent nog niet dat je het ook leuk vindt. Sinds een tijd durf ik dan ook wel te zeggen dat ik, als het even kan, liever niet een berg op loop. Het uitzicht is vaak echt wel een beloning – maar soms denk ik dan wel ‘was dit het nou waard.’ En in Innsbruck had je dan ook nog de enorme berg afgetrainde Oostenrijkers (ja daar heb je ze weer) die zonder schijnbare moeite de bergen op liepen, renden of ze met de mountainbike bedwongen. U snapt: fietsen in de bergen vind ik dus ook niets. Ik probeerde het wel eens hoor, een stuk een berg oprennen. Meestal gaf ik het na een seconde of 30 wel op. En op een gegeven moment dacht ik ‘dat is niets voor mij’ en liep ik gewoon een van de variaties op de route langs de Inn.

Waar deze gedachtes ineens vandaan komen? Nou, afgelopen zondag deed ik in Maastricht mee aan Maastrichts Mooiste; een route van 10 Engelse Mijl in en om Maastricht. Ik liep er met loopvriend S., u weet wel die van de marathons, en in de auto er heen hadden we het over de route. En dat die vast om de St. Pieter heen zou lopen en niet er overheen. U begrijpt vast waar ik heen ga. Daar rende ik dan, in een temperatuur van zo’n 26 graden, toch de St. Pieter op. Het laatste stuk wandelde ik en dacht ik terug aan Oostenrijk. Na die berg*  kwam het niet meer goed tussen de route en mij; ik wist niet dat 16km zo lang kan blijken te zijn. Uiteindelijk liep ik ondanks alles mijn snelste 10 Engelse Mijl ooit, dus mijn gevoel dat het zo lang duurde bedroog me een beetje (veel). Wat zo’n heuvel al met je kan doen…. Maastrichts Mooiste; nee zo mooi vond ik het dus niet. Zwaar wel. Dus dit is er een voor de lijst ‘been there, done that, never doing it again.’ Wel een mooie medaille trouwens. Een lekkere Limburgse vlaai na afloop. O en gezellig met loopvriend S., dat ook.

 

* Nou vooruit – heuvel, we hebben geen bergen in Nederland. Al voelde het wel zo!