Categorie archief: Hardlopen

Hardlopen in de vakantie

Het is een terugkerend ritueel: als we op vakantie gaan, neem ik mijn hardloopschoenen mee. Eigenlijk doe ik dat al bijna sinds het begin dat ik begon met lopen. Een van de eerste keren die ik me kan herinneren is tijdens een familieweekend in Duitsland. Ik was op het punt in het trainingsprogramma van Evi waar ik twee keer 12 minuten moest rennen en ergens dacht ik ‘hoe langer ik dat uitstel, hoe groter de kans dat ik het nooit ga doen.’ En dus rende ik die twee keer 12 minuten in de omgeving van dat huisje, terwijl mijn vader en jongste zus ook een stukje gingen lopen.

Zo daadkrachtig was ik daarna niet vaak meer. Ja de schoenen gingen mee, maar het kwam regelmatig voor dat ze ongebruikt mee terug gingen. Soms ging ik voor de vorm op de loopband in een hotel, of voor een klein stukje over een boulevard. Op de een of andere manier ervaar ik vaak een drempel om in zo’n onbekende omgeving te gaan lopen. En om op tijd op te staan, zodat ik voor het ontbijt kan gaan. Want na het ontbijt heb ik wel een uurtje nodig voor ik kan denken aan hardlopen. Een avondloper, nee dat ben ik niet. Thuis niet en op vakantie al helemaal niet. Want dan zit ik toch liever met mijn neus in een boek of op een terras achter een glas wijn.

Maar het idee van hardlopen tijdens de vakantie staat me wel aan. Ik word tijdens zo’n vakantie in toenemende mate onrustig en jaloers als ik anderen wel zie hardlopen. Hoewel ik vaak wel even moet doorbijten om mijn schoenen echt aan te trekken, word ik tijdens het lopen vaak al blij. Dit jaar gingen we kamperen in Frankrijk en tussendoor op bezoek bij vrienden en natuurlijk gingen de schoenen en de complete hardloopoutfit mee. Maar dit jaar was er iets anders dan anders. Ik was namelijk niet de enige die hardloopschoenen meenam – mijn eega is inmiddels ook begonnen met lopen. En hoewel hij in eerste instantie dacht dat hij me misschien wel demotiveerde, is het tegengestelde waar. Na bijna 7 jaar lopen, met ongeveer even lang de wens om een  5 kilometer in een half uur te kunnen lopen, lukte me dat afgelopen mei ineens. Niet een keer, maar al drie keer. Omdat hij nu eenmaal sneller is en ik toch niet te ver van hem vandaan wil lopen. Dus mijn tempo ging omhoog door het achter hem aan hollen.

En hoewel we afgelopen vakantie geen drie keer per week hardliepen – het is per slot van rekening ook vakantie! – liepen we wel twee keer een prachtig rondje om het meer bij onze vrienden. De eerste keer moest hij me het bed uitslepen en liep ik bepaald niet in een geweldig tempo. Maar genieten deed ik wel, vooral ook door de vele andere lopers die allemaal vriendelijk groeten en het mooie uitzicht op het meer. De tweede keer trok ik vrijwillig en zonder morren mijn schoenen aan en genoot ik van de geuren van een vroege ochtend in de bergen in Frankrijk en de zon die langzaam aan kracht won. Pure winst.

Wandering Thoughts tijdens Maastrichts Mooiste

Ik begon met hardlopen toen we in Innsbruck woonden. Ik had er al wel vaker aan gedacht, maar ja – te druk, ik deed al fitness, geen goede spullen, ik kan het vast niet (en dat werd ondersteund door de gedachtes van vroeger, tijdens de gymlessen), geen zin – enfin, ik had een heel lijstje van redenen om het niet te doen. Een belangrijke was ook dat ik niemand vond die ook vanaf 0 moest beginnen en dat ik dacht ‘ik ga echt niet alleen met een rode kop buiten lopen!’ In de zomer van 2011 begon mijn zusje met Evy en ik stuurde haar de MP3-tjes. En toen dacht ik ‘dit is het moment om ook te gaan lopen Astrid.’ Die gedachte werd ook ondersteund door het feit dat ik in Innsbruck door de week soms wel erg weinig buiten kwam; buiten het rondje naar de brievenbus en de supermarkt had ik meestal niet echt een reden om op pad te gaan. Enter Evy. Ik voelde me soms behoorlijk ongemakkelijk als ik tussen de minuutjes hardlopen weer meerdere minuten de opdracht kreeg om te wandelen. Daar liep ik dan – rode kop, een joggingbroek in plaats van een strakke hardloopbroek, op goedkope schoenen in plaats van een paar aangemeten shiny shoes – tussen de afgetrainde Oostenrijkse sporters. Ik geloof niet dat ik ooit meer hardlopers zag dan op een gemiddelde dag in Innsbruck. Of het nu regende, de zon fel scheen, of het ’s ochtends vroeg was of ergens in de middag; ik liep nooit alleen. Misschien dat op er Erasmusbrug meer lopers waren per dag – maar als je dan bedenkt hoeveel meer mensen er in Rotterdam wonen dan in Innsbruck, dan liepen er meer mensen in dat Oostenrijkse bergstadje.

Dit was tijdens mijn laatste rondje langs de Inn

Ik had als eerste doel de Frauenlauf van 2012. Die liep ik uit, maar aan het einde dacht ik echt ‘dit-nooit-meer-ik-ga-zo-dood-neervallen-waar-is-die-finish-nou.’ De stress van een wedstrijd – te snel starten en jezelf volkomen opblazen. Waar mijn rondje in de trainingen al veel langer was dan 5km, ging ik finaal kapot tijdens de laatste kilometer of twee. Mijn eega zegt wel eens dat dit de enige keer was dat hij dacht ‘moet je niet stoppen?’ Ik wist toen nog altijd niet of ik het lopen wel echt leuk vond – het was meestal niet zo dat ik spontaan opsprong bij het idee ‘ik ga een rondje rennen.’ En na die 5km liet ik het ook weer even versloffen, om het toch niet heel veel later wel weer op te pakken.

Mijn rondjes in Innsbruck hadden altijd een vergelijkbare route. Dat moest ook wel, want ik wilde a) niet te veel door straten lopen, waar ik gestopt zou worden door stoplichten. En dat betekende b) dat ik bijna altijd langs de Inn liep, want dat was tenminste een vlakke route. Want tsja – ik heb dus best wel een broertje dood, nee ronduit gewoon een hekel aan bergop lopen. Laat staat aan bergop rennen. Een berg op wandelen kan ik prima – maar iets prima kunnen betekent nog niet dat je het ook leuk vindt. Sinds een tijd durf ik dan ook wel te zeggen dat ik, als het even kan, liever niet een berg op loop. Het uitzicht is vaak echt wel een beloning – maar soms denk ik dan wel ‘was dit het nou waard.’ En in Innsbruck had je dan ook nog de enorme berg afgetrainde Oostenrijkers (ja daar heb je ze weer) die zonder schijnbare moeite de bergen op liepen, renden of ze met de mountainbike bedwongen. U snapt: fietsen in de bergen vind ik dus ook niets. Ik probeerde het wel eens hoor, een stuk een berg oprennen. Meestal gaf ik het na een seconde of 30 wel op. En op een gegeven moment dacht ik ‘dat is niets voor mij’ en liep ik gewoon een van de variaties op de route langs de Inn.

Waar deze gedachtes ineens vandaan komen? Nou, afgelopen zondag deed ik in Maastricht mee aan Maastrichts Mooiste; een route van 10 Engelse Mijl in en om Maastricht. Ik liep er met loopvriend S., u weet wel die van de marathons, en in de auto er heen hadden we het over de route. En dat die vast om de St. Pieter heen zou lopen en niet er overheen. U begrijpt vast waar ik heen ga. Daar rende ik dan, in een temperatuur van zo’n 26 graden, toch de St. Pieter op. Het laatste stuk wandelde ik en dacht ik terug aan Oostenrijk. Na die berg*  kwam het niet meer goed tussen de route en mij; ik wist niet dat 16km zo lang kan blijken te zijn. Uiteindelijk liep ik ondanks alles mijn snelste 10 Engelse Mijl ooit, dus mijn gevoel dat het zo lang duurde bedroog me een beetje (veel). Wat zo’n heuvel al met je kan doen…. Maastrichts Mooiste; nee zo mooi vond ik het dus niet. Zwaar wel. Dus dit is er een voor de lijst ‘been there, done that, never doing it again.’ Wel een mooie medaille trouwens. Een lekkere Limburgse vlaai na afloop. O en gezellig met loopvriend S., dat ook.

 

* Nou vooruit – heuvel, we hebben geen bergen in Nederland. Al voelde het wel zo!

Postpone your darlings

Zo ergens in september begon het serieus te kriebelen. Na een vervelende blessure na de marathon van Rotterdam – waar ik een tikje te lang mee doorliep vermoedelijk – liet ik de halve marathon van Eindhoven schieten. De hele had ik al een tijdje uit mijn hoofd gezet – ergens leek het me namelijk wel leuk, twee marthons in een jaar. Maar verstandig – nee. Maar Rotterdam 2018 – dat zou moeten kunnen. Nog een keer finishen op de ‘oude’ Coolsingel – deze avenue wordt namelijk opnieuw ingericht -, de grens van de 5u doorbreken, waarmaken wat ik zei net voor de finisch (‘ik ga nog een keer!’) en nog een keer langs de Hoge Heren lopen terwijl we er woonden.

Dat laatste bleek al snel anders te gaan lopen dan gedacht – want sneller dan ik op dat kriebelmoment kon vermoeden kochten we een huis en niet eens in Rotterdam. ‘Ach’, dacht ik, ‘dan maken we er gewoon een weekendje Rotterdam van!’ In oktober wist ik het zeker – ik liep illegaal met loopvriend S. de laatste kilometers van de marathon in Eindhoven mee en ik voelde aan alles dat mijn marathoncarrière nog niet klaar was, dat ik echt nog een keer die 42.2 kilometer wilde lopen en dat ik dat in Rotterdam wilde toen. Ik overlegde met mijn eega – vond hij het wel goed als ik nog een keer die tijd ging stoppen in trainen. Hij vond het – mits ik het weer serieus zou aanpakken – prima. En dus schreef ik me in, wetende dat ik dan wel volle bak moest gaan trainen. Want in 2016 liep ik een PR op de halve in Eindhoven en vlak daarna nog bijna een PR tijdens de halve trailrun ’t is voor niks. Nu was ik sinds de marathon nog niet vaak verder gekomen dan 20 kilometer en zelfs dat niet in een geweldig tempo.

Ik maakte een schema en een plan. Ik schreef me in, maar hing het niet aan de hoogste boom. Want inmiddels wist ik ook dat we in november en december druk zouden zijn met een verhuizing. Ik liep, maar ik maakte niet de kilometers die ik wilde maken. Ik vroeg Saskia om een schema te maken – dat deed ze maar ze schreef met Rotterdamse nuchterheid ‘je moet wel aan de bak om die 5u te halen.’ Slik. Maar ik ben niet bang voor een uitdaging en na een rondje met haar waarbij ze me liet zien hoe ik moest intervallen én dat ik daar echt niet dood aan ging, besloot ik er voor te gaan. En toen werd ik snotverkouden, was het kerst, Oud & Nieuw en hakten de verhuisweken erin. Toch stond ik 1 januari buiten voor een klein rondje. En liep ik in de tweede week zonder echte problemen 22 km. Ik besloot mijn startbewijs voor de Asselronde niet om te zetten naar de 10 EM, maar gewoon te gaan voor de 25km. Want dat is maar 3 km meer dan de 22 die ik er net op had zitten.

Op het strand van Scheveningen

Vandaag is de Asselronde en zit ik thuis – wel na 8 km te hebben gelopen. Ik werd namelijk weer snotverkouden, werd tante (hoera!), moest naar een crematie van iemand die veel te vroeg overleed en dat alles bij elkaar zorgde voor een vol hoofd. En dit keer werd ik niet blij van het idee van lopen. Want het moest – er zat te veel druk op. Met pijn in mijn hart – want o wat vind ik Apeldoorn een mooie omgeving! – besloot ik niet naar Apeldoorn te gaan. Mijn eega zei dat ik misschien toch ook moest overwegen Rotterdam op te geven (ok – hij zei het iets minder voorzichtig dan dat 😉 ), dat het misschien tijd werd om even pas op de plaats te maken en weer voor mijn lol te gaan lopen.

Vandaag liep ik richting het strand. Ik zag alle blije lopers en toen kwam ergens op de terugweg bij mij toch ook weer de blijdschap. Het gevoel van ‘wat ben ik eigenlijk een gelukspoeperd dat ik een gezond lijf heb, dat ik kan en mag lopen. En dat ik dit mag doen in een duingebied.’ En toen dacht ik ‘ik kan het allemaal gaan lopen forceren, met het risico dat ik weer een blessure krijg of erger nog, met het risico dat ik lopen niet meer leuk vind. Maar laat ik nu eens verstandig zijn – laat ik de Coolsingel maar laten voor wat het is.’ En dus geen Marathon Rotterdam 2018 voor mij. Misschien haal ik het nog net – maar mijn hele reden om het nog een keer te willen was om fit en overtuigd van mezelf aan de start te staan. Dat gaat niet meer lukken – dus stel ik die tweede gewoon uit. Tot wanneer? De tijd zal het leren. Ik zou Astrid niet zijn als ik niet al een idee heb – maar dat houd ik nog even voor mezelf 😉