Categorie archief: Hardlopen

DE Marathon – raceverslag

253 dagen geleden gooide ik het hoge woord eruit: ik ging de marathon van Rotterdam lopen! Gisteren was het dan eindelijk zo ver. In dit blog een verslag van de race. In een volgend blog nog een terugblik op de afgelopen periode en een woord van dank.

Zaterdag

De hele week hingen er al vlaggen in de stad, kwamen er steeds meer borden te staan, kreeg ik eerst het gevoel ‘ik wil niet’ en vanaf vrijdag ‘mag ik nu gewoon gaan?’ Zaterdag ging ik met loopvriend S. en zijn vrouw S. de startnummers ophalen. Toen begon het gevoel van spanning wel echt te komen. Met eega S. (ja sorry voor alle S-en!) sprak ik af dat ‘geen zin meer’ geen reden was om te stoppen. Alleen als het echt niet ging, als ik echt pijn kreeg, zou ik uitstappen. Met loopvriendin G. belde ik nog over de startwave – ik zat in 1, maar dat leek me gewoon niet handig: met het risico op (veel) te hard van start gaan. Uiteindelijke besloot ik in 3 te starten, ook gezellig met S. (wie van de drie? 🙂 ). Toen ik dat had besloten, mailde ik de supporters met informatie en maakte ik een app-groep aan, zodat iedereen zondag op de hoogte zou blijven. Ik ging op tijd naar bed, na een dagje van veel koolhydraten. Ik was ook echt moe en sliep uiteindelijk prima. Ik droomde zelfs dat ik de finish haalde in iets meer dan 3 uur (onrealistisch), alleen kon ik me totaal niet meer herinneren dat ik gelopen had….

Zondag – voor de start

In het startvak

Rond 9.10 vertrekken S., S. en ik naar de start. Nog even gauw de dixie opzoeken, afscheid nemen van eega S. die richting Erasmusbrug terugloopt, sluiproute naar het vak van wave 3, omdat de mensen die vak 2 in willen onze route blokkeren. Net als Lee Towers begint te zingen lopen wij het vak in. Bijna in tranen – want met het kippenvel 2 jaar geleden bij de start toen Lee ging zingen begon bij mij de echte, echte marathonkriebel. En nu was het zo ver. Als onze wave richting start gaat, snel ik nog een keer de dixie in. En dan hoor ik ‘ploep’ en schiet het door me heen ‘mijn telefoon valt toch niet in de dixie?!’ Gelukkig, het was maar een waterflesje. En dan is het echt zo ver: we gaan starten!

Halve marathon

9,5 km – going strong

Rond 10.25 lopen S. en ik de start over. Het gevoel is geweldig. De zon schijnt, we lopen een beetje tussen twee groepen in en hebben dus ruimte. Iets te snel gaan we, maar het voelt zo goed! Aan het begin van de gewraakte Erasmusbrug staat eega S. alweer, aan het einde vriendin G. Wat voelt dit goed! De Laan op Zuid lopen we nog samen, mensen roepen, kinderen geven high fives. Het is wel warm en het schiet door me heen: ‘ik ga voor genieten, ik ga niet voor die 5u.’ Na zo’n 2 1/2 km gaat S. verder – hij gooit het tempo omhoog. Ik probeer te vertragen, want ik loop eigenlijk te snel – maar het voelt zo goed. Ik loop een stukje met iemand uit de RMD-groep op Facebook, lekkere afleiding. Zij gaat door, ik blijf te snel lopen maar voel me heerlijk. Dat kun je ook wel zien op deze foto van Evert Buitendijk – ik was zo scherp om hem eens echt te spotten!

Bij metro Slinge staan G&S weer – zo fijn om even iemand te zien! Het voelt nog steeds goed. Het blijft wel warm – ik drink bij iedere post dan ook, maar gooi ook water over me heen om af te koelen. Bij Zuidplein staan de razende metro-supporters er weer – later hoorde ik dat ze daar wel echt naar het parcours moesten sjezen. Een marathon via de metro is dus ook hard werken! Op de 21.1 km is er weer een wisselpunt voor de mensen die de marathon in een groep van 4 of 2 lopen.

Tot 27 kilometer

En toen begon het te kraken. Het stuk na de halve marathon was saaier – minder publiek, geen mooie gebouwen. En dan zie je in de verte ineens de top van de Erasmusbrug, maar die is nog ver weg. Mijn benen voelden zwaar, allebei mijn knieën voelde ik tegelijk pijn gaan doen. En even staat er niemand en denk ik ‘krijg wat – over 5 weken is er een marathon in Tilburg. Ik stop gewoon aan het einde van de brug, dichtbij huis. Dan loop ik gewoon in Tilburg.’ Ik ga voor het eerst wandelen zo rond 24km en app Steven dat het pijn doet.

27 tot 33 kilometer

Aan het einde van de brug, zo rond de 27km, staan ze dan: mijn ouders, zussen, schoonvader en natuurlijk G&S.

Supporters onderaan de brug

En dan gaat mijn eega gewoon mee rennen. En denk ik weer aan wat hij zei ‘geen zin is geen reden om op te geven.’ Ik denk even ‘doet het zo veel pijn dat ik moet stoppen?’ Nee. En dus ren ik verder, blij met het idee dat er zon rond de 32 km weer

Mental coaching 🙂

iemand staat. Dat is nu niet meer zo ver denk ik. Dan kom ik mijn eega weer tegen, zo rond de 30km. Daar staat ook Patricia van Just Keep Running. Ze spreekt me vermanend toe – ik weet niet meer precies wat ze zei, maar iets als ‘Kom op, je ben zo ver, ga door.’ Later zei ze zelf dat ze streng was, maar ik dacht alleen maar ‘topvrouw dat je hier nu staat!’ S. voorziet me nog van drinken en goed advies, G. staat aan de overkant en spreekt me ook bemoedigend toe.

En dan is het op naar de Kralingse Plas – waar ik weet dat vriendin M. staat, maar waar ook nog mijn schoonzus en zwager staan. Ik stop, zeg dat ik bij hen blijf en dan hoor ik van mijn zwager dat er mensen voorbij komen die er slechter aan toe zijn dan ik. Onbedoeld geeft hij me zo ook weer een schop onder mijn kont. En door. Weer zie ik iemand van de RMD-groep, ook hij heeft het zwaar. We sporen elkaar aan: uitlopen zullen we deze marathon!

33 tot 41 kilometer

Dorst – de hele tijd door!

En dan zie ik vriendin M. zo rond de 33 of 34 kilometer. Ik was bang dat ik haar voorbij was gelopen, maar daar was ze! We wandelen een stukje, dan rent ze zelfs een stukje mee (nee – telt echt niet als samen een evenement lopen! Ik herinner me nog dat ik dat heb gezegd 🙂 ) . En later gaat ze ook nog tot aan Blaak meefietsen. Als zij terug gaat, kom ik de Oosterhoutse RMD-er weer tegen – tot net voor de 40km rennen en lopen we samen. Ergens rond de 38 km is er nog een heel gezellige meneer die zegt ‘niet wandelen nu, je bent er bijna, kom op nog 4 kilometer’- waarop ik zeg dat 4km echt heel ver is en hem vraag hij dan niet met mijn startnummer die 4 km wil gaan lopen. Wilde hij niet… Dus hop, daar gingen we weer. In Crooswijk swingen we mee op een nummer van de Party Animals, tot luid gejuich van het publiek. Als die uit zicht zijn, gaan we wel weer even wandelen. Maar wat maakt het uit? We genieten! Maar dan wordt hij misselijk en gaat toch de EHBO-post in – waar vriendin A. net naast staat! Haar had ik dus op de heenweg wel gemist. We maken een praatje, maar als hij na een minuut of wat nog niet uit de post is besluit ik toch door te gaan. Ik ruik nu echt de finish!

41 kilometer – finish

En dan realiseer ik me dat ik het echt, echt ga halen.

Echte liefde is je vrouw door de laatste meters heen slepen

Bij de Kubuswoningen staat Patricia weer en dan komt mijn eega weer naast me rennen, terwijl hij belt met vriendin M. die naast ons fietst. Ik wandel nog heel even voor de Coolsingel maar hij spoort me aan ‘kom op, je kan gewoon rennen, doe dat dan ook.’ Ik snik, maar huil niet :), en samen gaan we die prachtige straat op. Ik kan je vertellen dat nu ik dit typ ik weer die snik voel.

Hij gaat met nog 250m te gaan van het parcours af, daarna zie ik mijn schoonzus en zwager rechts staan, ren vervolgens links naar mijn moeder en zussen, waar ik van mijn zusje een blikje Radler krijg dat ik niet durf mee te nemen de finish over (bang dat ze het afpakken 🙂 ) en dan vraagt iemand ‘Was dit eens maar nooit meer?’ en zeg ik uit de grond van mijn hart ‘dit blijft niet bij een keer.’ Waarop iemand zegt ‘en nu naar de finish’ en dat ga ik dan ook maar doen. En dan bedenk ik me ‘ik heb het echt, echt gedaan.’

Na de finish

I am a Marathoner

Ik ga afronden, dit wordt een heel boekwerk zo en er zijn nog enorm veel ‘en toen en toen’ dingen om toe te voegen. Ik weet dat ik mijn moeder en zussen zag en snel toch aan de Radler zat. G. stond aan de andere kant van de hekken en maakte deze geweldige foto.

Daarna kwam iedereen naar het finishgebied, waardoor loopvriend S. lang moest wachten voor ik bij hem was. Hij heeft 12 minuten van zijn PR gehaald – geweldige prestatie in de hitte! Toen we naar huis liepen, kregen hij en ik een gratis ijsje omdat de ijscoman zo graag met een medaille op de foto wilde. Ik kan je zeggen: ik heb getwijfeld of ik dat wel wilde, want eigenlijk wilde ik mijn medaille gewoon niet afgeven. Ik zag hem er al mee weg sprinten! Gebeurde natuurlijk niet. Een berg aan app-berichten en Facebook-berichten, maar ik kon eigenlijk alleen maar denken ‘ik heb het gewoon echt gedaan.’

Nog 4 weken…

En dan heb ik als alles volgens planning en verwachting gaat nu die felbegeerde medaille in handen! Nog een lange duurloop te gaan – de 35km volgende week – en dan is het afbouwen, uitrusten en hopen dat het mooi weer wordt op 9 april.

Het gekke is dat nu al het gevoel begint te kriebelen van ‘wat nou daarna?’ Er zijn weken geweest dat ik dacht ‘eens, maar nooit meer!’ en ja – dat dus al voor het daadwerkelijke lopen van die 42+ KM. Mijn wijze eega zei al ‘zeg nooit nooit’ en tsja, nu zie ik al wel waarom. Want het idee dat nu de lente aanbreekt de echt lange duurlopen bijna voorbij zijn, dat is best een gek idee. Wordt het eindelijk mooi weer, ga ik niet meer op pad richting Den Haag of Dordrecht. En pas dacht ik ‘goh, Leiden ligt eigenlijk ook binnen de mogelijkheden.’ Voor zij die het nog niet wisten: ik vind het dus erg leuk om ergens heen te lopen en dan met de trein terug te gaan. Leuker dan een rondje lopen – waarom weet ik ook niet precies.

Vorig weekend liep ik op zondag ‘maar’ 12 km. Ineens dacht ik ‘wat ga ik dan met die vrije tijd doen?’ Want de voorbereiding dwong me om wat meer rust in te bouwen in de weekenden, keuzes te maken. Dat is soms lastig – maar stiekem is het ook wel fijn. En bij vlagen had ik echt een runners high – bijvoorbeeld tijdens mijn 30km loop, toen ik langs de SS Rotterdam liep met Anouk kei hard in mijn oren. Soms moet ik echt meezingen en op die momenten denk ik ‘wie maakt mij wat?’

Iemand die staat te juichen langs de weg, ook altijd een fijn moment! En vaak ook een leuke foto 🙂

Door de week lopen, dat was wat lastiger bij tijden – zeker omdat ik echt een hekel heb aan in het donker lopen. In de ochtend kon ik niet meteen uit bed in mijn hardloopkloffie stappen voor een 5km en na een dag in Den Bosch op kantoor was het ook al donker. Heel af en toe deed ik het – met wisselend succes – , soms week ik uit naar  de loopband – zonder plezier. Dat blijf ik toch echt saai vinden.  Maar ook dat lost zich nu op, nu de dagen lengen. Maar ga ik wel drie keer per week lopen, als er geen groot doel is?

Maar iets meer vrijheid in wat ik wanneer loop is toch ook wel fijn. Zo zit ik nu te wachten op de start van de CPC (City Pear City); volgens veel mensen de voorjaarsklassieker, de start van het seizoen. Vorig jaar liep ik er de 10km en zei ik: ‘NOOIT MEER!’ Veel te druk, ik kon niet mijn eigen tempo lopen en de route, mwah. Maar ja. Ik moet ook leren mijn eigen tempo te lopen in een meute. En daarom ga ik zo toch. Kijken of ik mijn tempo kan lopen in een grote groep – met misschien een versnelling de laatste 5km. Niet gaan voor een PR – ook dat is een gek gevoel. De start is pas om 14.30 – als ik gewoon mijn rondje in Rotterdam had gelopen was ik nu al lang onderweg en aan het genieten van het mooie weer. Geen gedachtes over ‘trek ik wat langs aan? Want het is toch zeker een half uur stil staan. Maar daarna heb ik het warm, wat doe ik dan met mijn shirt / jasje?’

Maar ja – geen wedstrijd in het vooruitzicht kan ook wel zorgen voor verslappen, niet meer lopen dus. Veel sneller worden – eigenlijk vind ik dat niet zo belangrijk. Ik geniet meer van een 20km loop op een langzamere pace, dan van een 5km loopje – ook al gaat dat nu wat sneller dan een tijd geleden.

Dit alles raast nu door mijn hoofd – terwijl ik natuurlijk nog wel ‘even’ die 42,195 kilometer moet lopen. Want er kan nog van alles gebeuren in 4 weken. Laat ik dat maar afkloppen… En meteen even de prangende vraag stellen: wie komt me door de laatste kilometers heen sleuren op 9 april? Het zou enorm fijn zijn als er vanaf kilometer 26 met enige regelmaat een aanmoediging klinkt.

 

Terwijl dit stuk verschijnt, is de CPC voorbij. NU ECHT NOOIT MEER! Te druk – een paar keer zo druk dat ik moest inhouden. Het stuk bij Scheveningen is prachtig – maar voor de rest blijft het mwah. En de pace? 6.43 – net te snel, maar ik ben wel tevreden 🙂

Marathon training; de duurlopen zijn begonnen!

Het is al weer even geleden dat ik iets schreef over de marathon, dus het ‘mag’ wel weer vind ik. Na de halve van Eindhoven in een PR volgde de prachtige ’t is voor niks loop in Geldrop (echt op een paar seconde na net geen PR – maar gezien het onverharde terrein was ik toch dik tevreden) en de Bruggenloop in Rotterdam, met een heel fijn PR. En toen zakte ik even in – 9 april leek nog ver weg, het was druk met het afronden van allerlei werkzaamheden voor kerst en de volgende wedstrijd, de Midwinter Marathon in Apeldoorn op 5 februari, leek nog ver weg. Maar tegelijkertijd wist ik ook dat op zondag 8 januari de eerste duurloop bij C.A.V. Energie op de planning stond – 23 km, met een tempo van 6.48 per km. Dat kan ik aan – getuige mijn PR op de halve – maar dan moest ik wel in vorm blijven.

Bijna over de finish in Eindhoven – kijk even naar  die verbeten kop!

En tsja – dat vond ik dus de laatste weken van december en de eerste van januari wel een uitdaging. Ik liep wel wat, deed ook netjes mijn uur krachttraining per week, maar even was er geen motivatie. Ik had behoefte aan vakantie, aan even niets moeten. Ik las mee in de Rotterdam Marathon Groep op Facebook, stuurde veel berichten aan loopvriend S. en kreeg natuurlijk advies van eega S. Maar toch dacht ik ‘Astrid, nu moet je echt door zetten – anders kom je er niet.’

En toen was het 8 januari, de eerste duurloop. De dag daarvoor was het echt winterweer in Nederland – stiekem hoopte ik nog even dat het niet door zou gaan. Maar nee, het was prachtig weer op 8 januari: koud, maar de zon deed z’n best. In Rotterdam was het dan ook helemaal niet glad – in Barendrecht wel iets meer. Even slikken voor mij – ik ben geen held als het gaat om gladde wegen, bang als ik ben om op mijn snufferd te gaan. Ik weet het, dat hebben meer mensen. En als jij het ook hebt, dan zul je weten dat bang zijn resulteert in voorzichtig lopen en dat dit dan weer vaak resulteert in vallen. Maar goed – 9 april staat en de datum van de duurloop ook. Dus startte ik om 10u samen met een flinke groep bij C.A.V. Energie.  Onderweg was het op veel plekken glad – dus oppassen geblazen. Het tempo werd goed aangegeven door de twee pacers – alleen hielden zij het tempo wat hoger, zodat het met wandelen bij de drinkposten toch nog op die 6.48 zou komen. Ai. Dat was even doorbijten voor mij. Tel daarbij op het regelmatig voorzichtiger lopen en dan kom je op een gegeven moment toch op een afstand van de groep. Gelukkig bleef er een fietser bij me en werden we op een gegeven moment ingehaald door een van de snellere groepen – waardoor ik even mee op sleeptouw kon en weer aansluiting vond bij de groep. Ik bleef rennen – ging niet wandelen (ja – wel bij de drankposten). Ik sneed het laatste stukje niet af. Het was pittig – maar ik haalde de 23km en was niet eens de laatste van onze groep.

Handig: verzorging onderweg! Foto met dank aan C.A.V. Energie

De week daarna moest ik gewoon door met lopen – dus niet stoppen, even rust nemen zoals ik normaal doe na een halve marathon. Maar dat ging eigenlijk prima – de zondag daarna liep ik alleen netjes volgens schema mijn 17.5 km en eigenlijk op een veel fijnere manier dan met de groep – omdat ik niet dacht ‘ik houd ze op’ of ‘ik ben te langzaam.’ En toen begon de grote strijd in mijn hoofd: ga ik de 25km op 22 januari met C.A.V. doen of ga ik toch gewoon alleen? Ik kan je vertellen: pas vrijdagochtend, na allerlei scenario’s te hebben bedacht, besloot ik om toch gewoon zelf te gaan. En zo stond ik vanochtend om 8u naast mijn bed en om 9.15 buiten. Om 12.30 was ik weer thuis – 25.45 km verder. I did it! En pas na het douchen stortte ik in 🙂 Dus nu heb ik een tijd om me 5 februari in Apeldoorn op te richten.

25.45 km – I did it!

Tsja – ruim 600 woorden al. En ik heb nog zo veel te schrijven. Ik bewaar het wel voor na 9 april, als ik echt die marathon heb gelopen. Maar voor de mensen die dit lezen en die ook bezig zijn met het voorbereiden voor hun eerste marathon, nog iets dat ik de afgelopen weken geleerd heb. Blijf bij je eigen gevoel. Ik zie mensen die veel meer lopen of juist veel minder lopen en vooral mensen die heel veel sneller lopen dan ik. Ik kan er behoorlijk van gaan twijfelen. Maar ja: zij zijn mij (of jou) niet. Ik weet dat ik geen enorm snelle loper ben, dan ik wat kilootjes meer meesleep dan de gemiddelde (marathon)loper, maar ik weet ook dat ik mentaal veel aankan. Uiteindelijk moet ik op 9 april zelf het vertrouwen hebben dat ik het kan en dat zal vanaf 30 / 35 km vooral aankomen op mijn mentale toestand. Daar kan niemand me bij helpen – dat moet / mag ik helemaal  zelf doen. Een loopje als vandaag geeft me het vertrouwen dat ik dat kan – het is niet snel, maar ik heb gedaan. Helemaal zelf. Woehoe!