Categorie archief: Nederland

De Griekse eilanden – hoe je de dagen invult

Island hoppen in Griekenland dus. Natuurlijk hadden we dit tot in de puntjes voorbereid – not. We boekten een hotel op Santorini en besloten vanuit daar verder te kijken waar we nog meer heen zouden gaan en hoe lang dan. We lieten ons wel adviseren en voor Santorini was het advies: investeer in een hotel met een mooi uitzicht. Aldus geschiedde en het hotel (Afroessa) zou ik echt aan iedereen aanraden. Super lieve mensen en inderdaad een prachtig uitzicht! Helemaal geen straf om vanaf balkon of vanuit het zwembad uit te kijken over de Caldera. In Santorini kijk je eigenlijk overal je ogen uit, door het bijzondere karakter van het eiland. De vulkaanuitbarsting die de vorm van dit eiland bepaalde zie je overal terug en soms moet je best wat trapjes op en af om ergens te komen. Zoals bij het haventje van Oia of de oude haven van Fira. Maar altijd wacht je een mooi uitzicht. Er zijn prachtige oude opgravingen en je kunt hier heerlijk wandelen – bijvoorbeeld van Fira naar Oia of andersom. Prima te doen – al zou ik het niet op slippers doen, want soms is er gravel. We aten heerlijke vis bij Red Beach in de buurt, maar ook in Fira in Taverna Romantica, waar ik eigenlijk van ober Vasilis geen rode wijn mocht drinken bij mijn vis, maar stiekem toch twee glazen van hem (het huis) kreeg. Alle reviews vind je uiteraard op mijn Tripadvisor-account.

Santorini beviel zo goed, dat we eigenlijk nog wel langer wilden blijven. Maar op zaterdag gingen we echt verder en wel naar Naxos. Daar was het hotel prima – maar een mooi uitzicht hadden we niet. En op zaterdagavond zochten we tevergeefs naar een leuk restaurant waar we niet de enige gasten zouden zijn. Uiteindelijk streken we neer op een pleintje – maar echt lekker? Mwah. Gelukkig was het alleen even wennen, want de dagen daarna werd ik ook verliefd op Naxos. Bijvoorbeeld dankzij een prachtige wandeling van ‘ons’ strand (St George) naar Plaka Beach. Maar zeker ook door de charme van de hoofdstad, met veel leuke winkels, goede restaurants op het strand en geweldige ontbijtplekken. Een concert in het kasteel leek ons ook mooi – alleen helaas, we ‘moesten’ al weer door. Het is geen hoppen als je maar op 1 plek blijft natuurlijk… Op Naxos maakten we overigens ook kennis met het fenomeen hekken die een wandelroute onderbreken. De Grieken zelf wandelen niet zo veel en besluiten dus her en der om wandelpaden af te sluiten met een hek, of een enkele keer (vooral op Paros merkten we dit) met een muurtje. Gewoon, omdat het kan. En Google? Google is in die gevallen niet altijd je beste vriend – want met enige regelmaat stonden we ergens waar we echt niet verder konden. De theorie die we ontwikkelden? Zo lang het hek eenvoudig open kan, vervolgden we onze weg. Dat leidde soms tot avonturen met blaffende honden – gebeten werden we nergens, wees gerust. Af en toe voelde ik me er wel ongemakkelijk bij. Maar op Naxos kwamen we zo bijvoorbeeld wel bij de tempel van Demeter en dat was toch wel erg indrukwekkend. Tijdens een wandeling in en om het plaatsje gaf ik er echter de brui aan; na weer een tocht over een naar mijn idee privé-gebied, draaide ik om en liep een wat andere routen. Mijn eega zocht nog wel even verder en vond uiteindelijk wel een route. Ach – je eigen wandeling bedenken is ook leuk.

Door met het hoppen, op naar Paros – met klein broertje Anti-Paros. Dat moesten we helaas al overslaan – want ook op Paros was genoeg te wandelen. Zoals de Bijzantijnse weg van Prodromos naar Lefkes. Al lopen de meeste mensen het volgens de vriendelijke dame bij het busstation andersom – wij waren natuurlijk eigenwijs en deden dat niet. Want waarom zou je helemaal het gebaande pad lopen? 🙂 En de prachtige vissersstad Naoussa – waar je heerlijk vis kunt eten en wat voor mij echt aan het ultieme vakantiegevoel van vroeger in Joegoslavië (ja, dat was toen nog een land) met mijn ouders en zussen deed denken. Ook de hoofdstad Parikia is geweldig – knus, wit, met veel leuke restaurantjes. Als ik er aan terugdenk wil ik terug – al was het maar omdat ik toch echt ook naar Anti-Paros wil.

Paros moesten we naar ons idee te snel verlaten – maar ja die boten he, die nog wat minder vaak gingen. Op Mykonos vonden we in eerste instantie niet echt wat we zochten. In een hotel dat weliswaar op loopafstand van de hoofdstad lag, maar waar we alleen kwamen via een weg waar echt wel hard werd gereden. Zonder voetpad – dus je liep op de rijbaan. Het mocht – we waren niet de enigen die het deden. Maar prettig is anders. De dag daarna zochten we een wandelpad van het mooie, edoch slaperige stadje naar Lia Beach. Als die weg er is, hebben wij deze in drie uur tijd niet weten te vinden. We vonden wel een weg en kwamen uiteindelijk ook in Lia Beach aan – maar dat was een strand van een meter of vier breed, zonder iets dat ook maar op een strandtent leek. We waren al aan de saaie wandeling terug, langs de weg, begonnen, toen er een alleraardigste Griekse dame en haar man stopten – die ons een lift naar de hoofdstad aanboden. Hoe fijn! Het verblijf in Mykonos werd uiteindelijk gered door het ontdekken van een doorgang tussen de twee autowegen vanuit de hoofdstad naar ons hotel. En het bezoek aan het eiland Delos, wat eigenlijk een grote opgraving is. Die had ik niet willen missen, evenmin als de lunch / vroege diner dat we daarna aten en het bezoek aan een geweldige juwelier, waar ik na een jaar zoeken dan toch eindelijk een mooie zilveren ring vond. Maar terug naar Mykonos? Nee dit is eigenlijk het enige eiland waarvan ik denk ‘hoeft niet per se.’

Twee weken – vier eilanden – vier wereldjes op zich. Ik zou zeggen ga er heen en verken ze. Je zult niet teleurgesteld zijn. Ik kijk al uit naar ons volgende bezoek, ooit.

Kiezen: verstand versus gevoel

Na het VWO ging ik naar de Universiteit van Tilburg. Was ik overtuigd van die keuze? Nee eigenlijk niet. In de jaren daarvoor wilde ik kinderpsycholoog worden, in het hotelwezen gaan werken, twijfelde ik over de HEAO en toen het echt tijd werd om te kiezen, toen wist ik het echt niet. Ik was goed in Nederlands en Engels, ik las graag en buiten dat? Had ik geen idee. Eigenlijk ging iedereen studeren, aan de universiteit. Op mijn twee beste vriendinnen na – eentje ging een jaar rondtrekken in Australië en Nieuw-Zeeland, de ander werd au-pair in Londen. Ook al was ik goed in Engels: dat leek me allebei te spannend. En hoe dan ook vroeg geen van beiden me mee, dus meeliften met hun plannen was geen optie. Mijn gevoel zei me dat ik beter moet nadenken, misschien een time-out moest nemen, even werken – maar dat deed niemand.

Dan dus maar de universiteit. Hoe ik in Tilburg terecht kwam? Ik zou het niet meer kunnen vertellen. Er was een gesprek met de decaan, maar wat daar gezegd is? Ik weet het niet. Ik had er zo weinig zin in, dat ik ook niet naar de introductieweek ging van de opleiding. Welke opleiding? Tsja. Daar heb je me opnieuw – ik weet dat er 1 propedeuse was, voor wat na die gemeenschappelijke propedeuse vier opleidingen werden. Waarbij een de focus had op literatuur en dat wilde ik gaan doen. Lezen – dat deed ik graag. Wat ik daar dan na de vier jaar studeren mee wilde gaan doen in de praktijk, daar had ik dan weer geen idee van.

U leest: ik was echt volop gemotiveerd en overtuigd van mijn keuze 🙂 En dus vindt u het vast ongelooflijk om te lezen dat ik na week 1 al dacht: dit is niet mijn opleiding. Alleen tsja, ik wist nog altijd niet wat dan. En met het idee dat ik na de propedeuse echt kon doen wat ik wilde en dat een jaar zo voorbij is ging ik dus toch maar door. Mijn onderbuikgevoel negerend. Om na een half jaar, net voor de toen magische grens van 1 februari (je studiebeurs werd dan niet direct een grens) te stoppen met mijn opleiding. Want met 3 studiepunten lag het voor de hand dat ik niet verder zou mogen na de propedeuse. Het idee was toen om een paar maanden te werken en te bedenken wat ik dan het volgende collegejaar wel wilde gaan doen. Waar ik wel een goed gevoel bij zou hebben.

Kiezen – ik vind het vaak lastig. Vaak zegt mijn onderbuikgevoel het een en mijn verstand het ander. Vaak wint mijn hoofd – zoals toen in Tilburg – maar soms, soms zegt mijn gevoel zo hard wat anders dat ik wel moet luisteren. Half maart begon ik vol overtuiging aan een compleet nieuwe opdracht, een buiten mijn gebruikelijke werksfeer van uitgeverijen. Eigenlijk was het gevoel na week 1 al niet goed – ‘maar,’ zo dacht ik, ‘geef het tijd, hoe lang is het geleden dat je echt aan een nieuwe opdracht begon, in een nieuwe werkomgeving?  Dat heeft tijd nodig.’ Aan het begin van iedere week wilde ik het bijltje erbij neergooien, waarna er in die week steeds weer wat gebeurde waardoor ik dacht ‘geef het nog wat tijd.’ Maar tijdens de vakantie dacht ik ‘nee, vertrouw nu maar op je onderbuik.  Anders geef je jezelf over een half jaar een onvoldoende.’ En dus gaf ik de opdracht terug – met een heel opgelucht gevoel als gevolg. Dat het spontaan ook beter weer werd, beschouw ik maar als een teken dat het de goede keuze was 😉

De Marathon: terugblik

Het is inmiddels precies 4 weken geleden. De marathon van Rotterdam. Ik beloofde in mijn wedstrijdverslag een terugblik. En dat had ik vandaag willen beginnen met mijn volgende wapenfeit – de Urban Trail van Rotterdam. Die was vandaag – een loopje dat vooral voor de lol is, want je loopt door allerlei bekende gebouwen. Het gaat niet om de tijd, maar om de mooie route. Een route vol hindernissen en vol trappen. En daarom ging ik niet. Want hoe mooi die route me ook leek – mijn benen willen nog niet zo. Ik loop wel weer, maar gisteren moest ik na 2 kilometer toch echt toegeven dat mijn kuiten niet wilden. Of het nog de nasleep van de marathon is, ik weet het niet. In de hardloop-groep wordt gezegd dat het kan. Ik geloof het – wel een beetje half, want hé ik had maar 2 dagen spierpijn. Dus hoezo is dat zo’n aanslag op je lijf, dan moet je toch meer pijn hebben? Maar iets heb ik wel geleerd in de afgelopen periode: luisteren naar je lijf. Soms zit iets er even niet in. En rust = ook trainen.*

Startnummer ophalen – de zenuwen begonnen toen echt

Lange duurlopen

Geen heroisch wedstrijdverslag dus om mijn terugblik mee te beginnen. Wel nog steeds een verwonderd gevoel – dat ik dat heb gedaan, ruim 42 kilometer hardlopen! En eigenlijk, eigenlijk viel het voorbereiden me niet tegen. Ja ik riep een keer ‘ik doe dit nooit meer!’ en dat was in een drukke week, waarin ik echt dacht ‘hoe pas ik die drie keer lopen nu weer in mijn werkschema in?’ Maar de echt lange duurlopen gingen bijna allemaal goed. De eerste keer 30 kilometer weet ik nog heel goed en die voelde geweldig. Ik ging voor minimaal 25, maar besloot dat die 30-er er toch een keer moest komen. De 35 kilometer – de georganiseerde Road Through Rotterdam (zelfs met medaille) – was zwaar, maar ook volop genieten. Ik mis die duurlopen nu ook echt. Ik heb een keer 10 kilometer gelopen sinds 9 april en wat voelde dat lekker. Ik hoop dat ik ergens in mei nog een 15 kan lopen – gewoon voor mezelf, omdat het kan en het zo enorm lekker voelt.

Road Through Rotterdam – georganiseerd door de RMD-groep

Afspraken en alcohol

Het allerlekkerste na een wedstrijd in de zon: een Radler!

Het plannen was dus soms lastig. Zeker als er ook feestjes of concerten waren. Maar het lukte. En eigenlijk heeft het me minder moeite gekost dan ik had verwacht. Ja ik ben minder weg geweest – je moet ook af en toe slapen – maar ik heb ook genoeg dingen wel gedaan. Keuzes maken – ik ben er niet goed in, maar het moest nu gewoon. En dat gaf me gek genoeg ook rust.

Ook was ik bang voor het niet mogen drinken. Of niet mogen – je mag natuurlijk alles, maar ja alcohol heeft wel echt een slechte invloed op mijn loopprestaties. Nu is het niet zo dat ik dagelijks of zelfs wekelijks drink. Alleen als ik drink… ja dan is er niet altijd een rem. En die moest ik soms wel hebben. Maar ook dat viel me eigenlijk mee. En een tip van mij voor als je toch ook denkt ‘ik kan de alcohol toch niet helemaal laten staan’: drink Radler. Of een ander licht biertje. Wijn en hardlopen gaat bij mij minder goed samen 🙂

Twijfels

Viel er dan ook wat tegen? Ja zeker! Mezelf blijven motiveren – ook als het regende, ook als ik ’s avonds in het donker moest lopen. Dat laatste, dat is echt niets voor mij. Dan ging ik nog wel eens op die stomme loopband – maar nee dat is ook niets voor mij. Iets anders dat ik lastig vond, was het vertrouwen blijven hebben dat ik a) genoeg getraind had en b) de juiste weg had gekozen. Had ik niet toch bij een loopgroep moeten gaan? Was het niet slap om na een keer een georganiseerde loop daarna alles alleen te lopen? Ging ik het nog wel halen nadat ik in december een week of twee nauwelijks liep? Was het echt wel slim, die marathon, met mijn bouw en gewicht?

Na de race: gratis ijsje in ruil voor een foto met mijn medaille!

Fans

Ik twijfelde behoorlijk vaak – maar ik had een schare trouwe fans die altijd bereid waren mij moed in te praten. Daarmee bedoel ik iedereen die geluisterd heeft op welke manier dan ook naar mijn verhalen. Of die ‘geleden’ heeft omdat ik niet kon of niet wilde afspreken. Of die ik belde omdat mijn horloge niet wilde wat ik wilde (nogmaals dank G.!). Een paar mensen wil ik wel even extra bedanken!

  • Allereerst de mensen van de RMD-groep op Facebook. Ga je ooit de marathon van Rotterdam lopen: ga bij deze groep! Wat een informatie en wat een enthousiasme. En ook: wat een humor. Want je moet jezelf niet altijd serieus nemen, ook niet in de voorbereiding op een marathon.
  • Monique van De Hardloopwinkel Rotterdam – tevens voorloper bij de enige officiële trainingsloop die ik deed. Altijd eerlijk, altijd goede adviezen. Wie weet sluit ik ooit aan bij je trainingen 😉
  • Mensen van verschillende hardloopblogs die ik lees – met name Saskia en Patricia. Ik ken ze niet echt – al heb ik met Patricia ooit gelopen bij de Hardloopdames in Rotterdam – , maar het voelt wel zo. Soms dezelfde twijfels, soms andere – maar altijd inspirerend.
  • Personal trainer Varujean – altijd vol vertrouwen dat ik het kon (ook al duurde het iets langer dan gepland voor ik me uiteindelijk inschreef), streng als het moest en vooral in staat om de krachttraining toch leuk te maken. En ervoor te zorgen dat ik volgens iemand die ik niet bij naam zal noemen niet meer loop als een huisvrouw. Vond ik persoonlijk wel een compliment 🙂
  • Loopvriend S. – voor alle maandagen dat we elkaar hebben bijgepraat, voor alle adviezen (die ik dan soms nog bij anderen ging verifieren… eigenwijs hè), voor de informatie over loopjes die al dan niet passen in de voorbereiding. Toen je in 2016 je startnummer ging halen wist ik zeker dat ik ook wilde – toen ik je rond de 36 KM zag wist ik bijna zeker dat ik niet wilde. Wat ben ik blij dat we op afstand samen de voorbereiding konden doen. En dat we die eerste kilometers samen hebben gedaan. Wie weet ooit nog eens 🙂
  • En natuurlijk mijn eega – vanwege het rotsvaste vertrouwen, de trots die ik zag als ik weer een doel(tje) bereikt had, het meedenken over lastige eetkwesties, mee nadenken over trainingen, het nooit boos worden als ik zei ‘nee dat kan niet, want ik moet lopen,’ de strenge boodschap van 8 april (geen zin is geen reden om te stoppen) en natuurlijk ook voor het meelopen op 9 april. Als je ooit zelf gaat lopen dan ehm, nou dan hoop ik dat je niet meteen heel hard gaat 😉

En natuurlijk: iedereen die 9 april langs de kant stond. Zonder jullie was het niet gelukt. Maar dat heb ik al gezegd en geschreven toch? 🙂

De eerste kilometers samen met loopmaatje S. Geweldig gevoel!

En nu?

Nog voor ik over de finish ging zei ik dat ik het nog een keer ging doen. Dat denk ik nog steeds. Alleen weet ik nog niet wanneer. De pijntjes geven aan dat het niet niks is voor je lijf, zo’n marathon. Dus of het verstandig is om het in Eindhoven nog een keer te doen, dit najaar? Ik weet het nog niet. Prachtig natuurlijk – de vijfde deelname en dan ook nog mijn geboortestad. Genieten van de sfeer op Stratums Eind, weten dat er veel mensen bij kunnen zijn, mee kunnen fietsen. Maar ook weten dat ik de hele zomer zal moeten doortrainen – moeten ja, niet lekker kijken wat ik wanneer loop, maar weer plannen. Ik riep heel hard en enthousiast ja vlak na de finish – maar nu zeg ik dat ik er toch nog even over ga nadenken. Eerst maar weer eens lekker kunnen lopen, zonder pijntjes. Genieten dat ik deze mooie sport mag uitoefenen. En dat ik gewoon echt, echt, echt die marathon heb gelopen. Ik ga nog even naar mijn medaille kijken hoor 😉

 

Supporters – wat zijn jullie belangrijk!

* Rust = ook trainen vind ik nog steeds een lastig concept. Maar ik probeer het wel serieus te nemen. Lukt niet altijd. Maar proberen is stap 1 denk ik dan maar…