Categorie archief: Uitstapjes

Melk en het campingleven

Vroeger gingen wij als gezin ieder jaar kamperen. De eerste keer in de zomer voor ik naar groep 3 ging, dus toen was ik 6. Eerst gingen we naar Joegoslavië (ja, dat heette toen nog zo), later naar Hongarije, Tsjechoslowakije, Tsjechië en Slowakije. Van een tent evolueerden mijn ouders naar een vouwwagen en tenslotte naar een caravan. Wij sliepen afwisselend bij hen in de grote tent, onder de vouwwagen (een van ons dan – de andere twee lagen toen in een klein tentje), in de caravan (ik kan me herinneren dat er een vakantie was waarin we daadwerkelijk met z’n vijven in de Adria sliepen – al was dat volgens mij wel een herfstvakantie in Nederland en dus was het ook wat kouder) of dus in een klein tentje bij de vouwwagen of caravan. Het waren lange vakanties – zo lang dat er altijd wel iemand was die op het einde naar huis wilde. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit wilde, want vakanties waren vol met zwemmen, mooi weer, ijsjes, uit eten gaan en boeken lezen. Alle dingen waar ik nu nog steeds blij van word.

Wat ik me van de vakanties van voor de caravan kan herinneren is het niet hebben van een koelkast(je). Ik denk wel dat er een koelbox was – maar in die tijd was het denk ik nog niet zo makkelijk om je koelelementen weer te laten bevriezen. Van latere jaren in Hongarije herinner ik me ook dat je een klein vak in een koelkast kon huren. Maar daarin had je zeer beperkt ruimte – misschien gingen daar de koelelementen dan wel in. Het was dus een kleine uitdaging om ons te voorzien van een ontbijt met melk en boter. Voor de boter was de oplossing de befaamde campingboter uit blik. Ik hoef het vast niet uit te leggen, want volgens mij kent iedere kamperende Nederlander die blikken. Die boter kon volgens mij niet smelten, hoefde dus niet per se heel koel bewaard te worden en was echt enorm smerig. In mijn herinnering smaakte de boter ook gewoon niet naar boter.

De melk is een ander verhaal. In al die landen leken ze dezelfde melk uit plastic literzakken te hebben. Iedere ochtend van die heerlijk lange vakantie herhaalde zich dan het volgende ritueel. Mijn vader ging, meestal (soms?) vergezeld door een van zijn dochters, broodjes halen voor het ontbijt. Die broodjes waren trouwens in ieder land net anders, maar wel altijd lekker en dus iedere ochtend vers. Ook iets waar ik nog steeds blij van word trouwens, vers brood. Maar goed, naast die broodjes haalde hij dus ook zo’n zak melk. En iedere ochtend kregen wij minimaal een beker van die melk – soms wat meer, want tsja: de zak konden we niet bewaren tot de volgende dag en dus moest die zak leeg. En die melk, die was zo enorm vies. Het smaakte heel anders dan Nederlandse melk; het leek meer op van die lang houdbare, gepasteuriseerde melk. Maar melk is de witte motor en goed voor elk en daarom dronken wij elke ochtend, met enige protest volgens mij, onze beker leeg. Soms kregen we er een lepel Nesquik in bedenk ik me nu – bestaat dat eigenlijk nog?

Tijdens onze kampeervakantie dit jaar moest ik hier ineens aan denken, toen ik terugliep met het net gekochte verse brood. Want wij gingen ook met de tent kamperen en al kun je tegenwoordig op veel campings je koelelementen in een vriezer leggen, wij hebben (nog) geen koelbox. Die boter, nee die hadden we niet bij ons. Maar wij geloven nog altijd dat melk goed is voor elk en dus hadden we houdbare melk gekocht voor bij de muesli of in mijn geval, voor bij de croissant. Want die hoef je niet te koelen. Echt net zo vies als vroeger die zakken melk. Maar natuurlijk dronk ik het flesje wel leeg, tot de laatste druppel. En at ik daarna zeer tevreden mijn verse croissant. Heerlijk, dat kamperen.

Zwoele zomeravond – verschrikkelijk cliche

Het is dus een zwoele zomeravond en de setting is het Amsterdamse bos. Daar wordt in de zomer Het Bostheater opgebouwd, waar je de hele zomer lang kunt genieten van toneel en van concerten. De hele dag houd ik de lucht al angstvallig in de gaten, want het concert van vanavond vindt dus plaats in de buitenlucht. Na weken vol zon en hitte, is het al een paar dagen wat minder weer en de avond zou dus letterlijk in het water kunnen vallen. En dat willen we niet – want vanavond willen we kletsen, maar vooral ook genieten van, meezingen en meedansen met de band en vooral niet hoeven schuilen voor een onweersbui.

We gaan op tijd, zodat we zeker een mooie plek hebben in het kleine amfitheater dat verscholen ligt in het Amsterdamse bos. Al zou het eigenlijk het Amstelveense bos moeten heten, maar ach. De sfeer zit er meteen in als we samen met twee andere dames en een heer de weg zoeken van de parkeerplaats naar het theater. We gaan in de rij voor een hamburger en een vegaburger, nadat we eerst muntjes hebben gekocht. Misschien ligt het aan mij, maar als je muntjes moet kopen krijg ik vrijwel direct een festivalgevoel en dat maakt me net een beetje extra blij.

We hebben inderdaad nog ruim de keuze voor een zitplek en we nestelen ons aan de rechterkant van het podium, behoorlijk vooraan maar wel zo ver dat we onze helden goed kunnen zien. We eten, kletsen bij en klappen beleefd maar niet enorm enthousiast voor de twee support acts. Best leuk hoor, maar we komen voor iemand anders. In mijn buik voel ik de spanning opkomen – zou het nog net zo leuk zijn als de vorige keer in Utrecht? Of was dat ook het gevoel van jeugdsentiment, van ‘we hebben ze zo lang niet gezien’ dat zorgde voor een geweldige avond? Is Koen nog net zo knap en energiek? We houden het in ieder geval droog en vlak voor ze opkomen trekken de wolken zelfs weg. Zo is een concert in de openlucht extra leuk.

En dan komen ze op. Kris en Koen Wauters, vergezeld van een hele troep muzikanten: Clouseau dus. Vanaf de eerste klanken is het raak. En dat vind ik niet alleen, getuige het geklap en gejoel van de 1400 andere toeschouwers. Het is alsof de tijd stil heeft gestaan – Koen lijkt nauwelijks ouder, we kunnen alles woord voor woord meezingen en weten precies waar de gekkigheidjes in de liedjes zitten. Het is even terug naar de tijd dat het voorkomen van het woord verdomme in een liedje reden is het niet te mogen zingen op TV. Terug naar de tijd dat ik met mijn opa gesprekken voerde over de volgens hem vreemde teksten van dit Belgische gezelschap. Herinneringen aan een tijd dat het normaal was dat artiesten gewoon het publiek in liepen zonder beveiliging en je – in theorie, want je deed het (meestal) niet – zo het podium op kon lopen. Herinneringen aan de keer dat ik met mijn tante in het Frits Philips naar een concert van Clouseau ging – mijn eerste theaterconcert denk ik, waarbij we gelukkig al niet bleven zitten maar gewoon lekker gingen staan en konden dansen in de zaal. En ook de keer dat ik met mijn zusje in Antwerpen genoot van de show van deze heren in het Sportpaleis; het moment waarop ik me realiseerde hoe groot deze band in eigen land eigenlijk is.

Koen & Kris

Ik voel mijn stem schor worden van het meezingen, maar dat maakt niet uit. Voor mij is dit een concert zoals het hoort: ongecompliceerd, meebleren tot je schor bent, genieten, dansen, meeklappen, een gevoel van verliefd zijn op de zanger en op het leven, van samen zijn met een heleboel mensen die je niet kent, een artiest die contact maakt en vol energie, passie en overtuiging de liedjes zingt die we zo graag willen horen. Ook al zingt hij sommige daarvan al 30 (!) jaar.

In de auto terug halen we herinneringen op aan cassettebandjes, CD’s van 50 gulden en de oude bandleden. En vandaag, vandaag staat Clouseau op repeat via Spotify en zing ik, heel zachtjes, lekker mee en geniet ik nog even na van een mooie, muzikale avond.

De bergen op – wandelen in de Franse Alpen

Het leuke van vrienden hebben in het buitenland, is dat je meerdere keren op dezelfde plek kunt terugkomen, zonder dat je denkt ‘ja maar er zijn nog zo veel andere plekken.’ Want je gaat niet echt voor de stad, het dorp of die regio daarheen, maar om je vrienden te bezoeken. Ik vind het vooral heel leuk omdat je zo een omgeving op meerdere momenten kunt zien en je je daar ook een klein beetje thuis gaat voelen. Daarnaast, je gaat meestal niet voor een paar uurtjes op bezoek. Dat is enerzijds een nadeel, want soms zou het ook fijn zijn om gewoon even af te spreken om koffie te drinken. Maar het is ook een voordeel, want als je een weekend bij iemand bent heb je andere gesprekken en kijk je ook een kijkje in hun dagelijkse leven. Als jullie het leuk vinden, kan ik daar nog wel meer over schrijven.

Afgelopen winter waren we een lang weekend op bezoek bij vrienden in de bergen nabij Grenoble en deze zomer mochten we weer langskomen. We hadden een uitnodiging voor ieder seizoen – maar ja in de lente moesten we zo nodig naar Griekenland. Je kunt het niet allemaal doen (helaas). Op zaterdag gingen we naar de stad Grenoble, waar we eigenlijk nog niet heel uitgebreid rond hadden gekeken tijdens onze eerdere bezoeken. We beklommen de Bastille, omdat je vanuit daar een mooi uitzicht hebt over Grenoble. En ja inderdaad – prachtig. Voor die beklimming was ik niet zo bevreesd. Ik had gehoord dat het maar zo’n 200 meter omhoog is, veel trappen en vooral veel asfalt. Ik liep dus ook zonder al te veel nadenken gewoon op mijn slippers – deed ik in Griekenland ook hele dagen en met zo’n weer heb ik echt geen zin in zware bergschoenen. Eenmaal boven genoten we van een abrikoos en het inderdaad prachtige uitzicht, waarna we met de kabelbaan naar beneden gingen. De rest van de middag dwaalden we wat door de stad en genoten we van verschillende fanfares, want er was een heuse strijd bezig tussen de verschillende fanfares uit de omgeving van Grenoble. Van wat meer hoempapa tot modern tot Balkan-tonen, het was er allemaal. Ik kreeg spontaan zin om een instrument te gaan spelen en me aan te sluiten bij een fanfare….

Uitzicht over Grenoble. Foto door Marta – pakovska.com

De dag daarna gingen we voor het serieuzere werk, ruim 500 meter omhoog lopen, op een van de bergen in de omgeving. Ik morde natuurlijk wel wat, maar ze beloofden dat het geen lastige hellingen waren en dat de uitzichten wederom prachtig zouden zijn. Ze hielden woord, want inderdaad: na iedere stijging was het uitzicht mooier. Ieder liep in zijn of haar eigen tempo en ik moet toegeven dat op die manier bergwandelen omhoog lang niet zo vreselijk is als ik altijd dacht. Eigenlijk was het zelfs erg leuk. Zelfs zonder bosbessentaart aan het einde – we waren niet de enige bergwandelaars op deze prachtige, zonnige dag.

Onderweg ontmoetten we nog enkele koeien, die ons tijdelijk de weg omhoog versperden. Ondanks dat ik ze wel een beetje eng vond (zij vonden mij vast enger…), was het ook prachtig om ze van zo dichtbij voorbij te zien komen en het geluid van de bellen te horen.

Het enige spannende stukje bevond zich op de weg naar de berghut, een stuk dat zij ook nog niet eerder liepen. Laat dit nou een stuk omlaag zijn geweest – terwijl ik dus altijd zeg dat ik liever omlaag loop dan omhoog. Ik ben nu al benieuwd hoe deze bergen er in de herfst uitzien – of we daar dit jaar nog achter komen, dat is maar zeer de vraag. Maar ach, ze wonen er nog wel even, dus ooit zijn we er vast in de herfst en / of de lente.