Categorie archief: Zo maar

Postcard blues

Daar zit ik dan – ruim een week nadat ik wereldkundig heb gemaakt te gaan stoppen met Cardcetera. Voor ik het deelde met ‘de wereld’, had ik al wat stapjes gezet. Dames die van klanten naar (post)vriendinnen zijn gegaan kregen een persoonlijk mailtje, vaste klanten kort daarna ook. Ik deelde het op de dag dat mijn moeder in Wassenaar op bezoek was in de Cardcetera postgroep – ja die bestaat! – en kreeg toen al een heleboel lieve, hartverwarmende reacties. Bij mij overheerste vooral de opluchting. Niet omdat ik Cardcetera helemaal niet meer leuk vind om te doen – maar wel omdat het enorm veel tijd kost. Tijd die ik ook zou kunnen steken in andere hobby’s – zoals lezen, koken, hardlopen en ehm iets met schrijven.

Niet alleen het inpakken van de orders en het online zetten van de kaarten kost tijd, maar ook het bijhouden van bijvoorbeeld de privacy wetgeving. Daarnaast is er enorm veel concurrentie – soms van bedrijven die net als ik aan alle wetgeving voldoen, maar soms ook van wat minder gezagsgetrouwe lieden. Een winkel die ooit startte uit een hobby werd een middelgrote webwinkel. Met daarbij een heleboel plezier en de kans voor mij om allerlei vaardigheden te ontwikkelen – van het creatief inpakken van pakketjes tot het opzetten van een eigen kaartenlijn -, maar dus ook een aantal lastige kanten. En die lastige kanten, die gingen meer en meer overheersen. Ik wilde voorkomen dat ik te veel ging denken ‘getsie, weer een order!’ en ‘ah nee, weer een vraag over een pakketje dat nog niet is aangekomen.’ Tegelijkertijd wilde ik niet minder persoonlijke aandacht besteden aan iedere bestelling en wilde ik ook niet dat iemand anders met Cardcetera door ging. En dus kon ik maar 1 ding doen: stoppen. En als je dat dan beslist, dan wil je ook dat het meteen bekend is.

In de sneeuw

Ik stuurde de nieuwsbrief bewust op een dag dat we niet thuis waren, dat we zelf aan het genieten waren van een weekendje weg in Frankrijk. Bij vrienden in Frankrijk, waarvan de vriendin zelf ook een webwinkel heeft en dus mijn gevoel wel zou begrijpen. Dat was een goede keuze – want anders was ik direct in de stress geschoten van de enorme hoeveelheid orders die ik kreeg. Die ik toch nooit in een weekend zou kunnen verwerken! Dus nu liep ik lekker in de sneeuw in de zon terwijl de lieve woorden en de orders binnen kwamen.

De hele week werkte ik vervolgens orders weg – het was maar goed dat ik ook had uitgerust daar in Frankrijk. En ook daarbij kwamen weer wat van die lastige dingen voorbij, want soms klopt de voorraad niet. Ook al loopt alles automatisch, toch gaat dat soms mis. Vooral als er veel besteld wordt en juist dat gebeurde nu. Gelukkig heb ik de meest begripvolle klanten ooit – eigenlijk niemand maakte hier een probleem van. Zelfs toen ik de adresstickers van twee orders verwisselde, reageerden beiden klanten vol begrip en stuurden zonder morren de kaarten aan elkaar door. Top toch?

Tsja en met al die lieve, begripvolle reacties en woorden als ‘Cardcetera is een begrip in de postwereld, wat gaan we je missen’ ga je toch denken ‘was dit dan de juiste stap, had ik niet toch nog ….’ En dan krijg je dus de postcard blues. Maar weet je, die lieve mensen zijn er altijd geweest. Alleen hoop ik daar ook nog contact mee te houden na Cardcetera – door ze weer leuke post te gaan sturen. Iets waar ik nu ook niet aan toe kom. Als je ergens mee stopt omdat je zelf voelt dat het beter is en niet omdat anderen of de omstandigheden je daartoe dwingen, komt er denk ik altijd een moment waarop je denkt ‘is dit wel de juiste stap?’ Maar eigenlijk voel ik aan alles dat het antwoord op die vraag ja is. Ik voel ook aan alles dat dit niet het einde is van mijn online winkelierschap – de Cardcetera Quotes serie is me te dierbaar en niet alleen mij, ook de klanten vragen hoe het daarmee verder gaat. Het antwoord op die vraag is me nog niet duidelijk – maar dat komt vanzelf.

Dan ga ik nu nog wat orders inpakken – nu het nog kan ? En dan vertel ik snel nog wat meer over dat bezoekje aan Frankrijk. Omdat ik tijd ga krijgen voor meer blogs.

Loes

Toen ik mensen vertelde dat we Rotterdam gingen verlaten, kreeg ik van veel kanten de vraag ‘ga je dan je vrienden niet missen?’ Ik hoefde nooit lang na te denken over het antwoord op die vraag. Als je zo regelmatig verhuisd bent als wij in de afgelopen 7 jaar, wonen je vrienden namelijk vanzelf verspreid. En blijkbaar trekken wij verhuislustige types aan, want van de vrienden uit Innsbruck en Erlangen zijn er inmiddels ook de nodige verhuisd, om over het Leidse clubje nog maar te zwijgen. Vrienden hoeven niet in dezelfde stad te wonen, je hoeft ze niet wekelijks te zien. Althans – dat denk ik.

Een van de mensen waarvan ik wel direct dacht ‘die ga ik missen’, was Loes. Loes leerde ik kennen dankzij Cardcetera – ze was de eigenaresse van Moonen & Van Pelt, kantoorboekhandel en postagentschap. Op een steenworp afstand van ons appartement – dus ik kwam er vaak, in drukke tijden dagelijks. Soms was het mijn enige stukje buiten op een dag en ging ik er bewust even heen om mijn enveloppen van een postzegel te laten voorzien. Want Loes, en haar medewerkster Diana, had altijd wel even tijd voor een praatje. Dankzij haar leerde ik wat meer over de buurt. Over de bedrijven die er hadden gezeten, de bewoners die er waren geweest, de restaurants die kwamen en gingen. Soms vertelde ze me wat over de bijzondere bewoners van de Hoge Heren en moesten we samen hard lachen. We deelden een leverancier en wisselden oorlogsverhalen uit over onze klanten en de tariefsverhogingen van post.nl.

Maar de winkel liep niet zo goed. Vanaf het moment dat ik er kwam kon ik dat al wel zien. Het was er niet zo vaak druk – wat ook verklaart dat er altijd wel tijd was voor een praatje. Er kwam een actie van de ondernemers uit de buurt – koop je kantoorartikelen bij Loes en help een mede-ondernemer! – maar dat zorgde maar voor een tijdelijke opleving. Ik kocht er – ironisch genoeg – met regelmaat wenskaarten, af en toe een flesje water als ik op weg naar een vergadering binnenliep en zo veel Dymo-rollen als ik maar enigszins nodig had. Maar ja – op die paar tientjes kan een winkel niet draaien. De duizenden euro’s aan porto die ik er afrekende, daar zag Loes maar een heel klein deeltje van en dat was wel waar de meeste mensen voor binnen liepen. Het personeel moest ze met pijn in haar hart dan ook laten gaan. Voortaan stond ze alleen in de winkel en dat was zwaar. Een plan om het pand te gaan delen met een stomerij sneuvelde. Ongeveer op het moment dat ik dacht ‘we gaan Rotterdam verlaten’ vertelde ze mij dat ze nu toch echt ging stoppen. De koek was op, net als de energie. Uiterlijk 1 januari werd begin december en ik zag naast het verdriet ook de opluchting.

En weet je? Ik snapte het volledig. En stiekem was ik blij dat wij ook gingen – dat ik niet te lang langs die lege winkel zou hoeven lopen. Ik bracht de laatste weken mijn pakketjes naar een ander postagentschap – geen tijd voor een praatje, gezucht en gesteun bij een pakketje naar Canada (waar je extra formulieren voor moet invullen), o wat miste ik Loes toen al! Op de laatste dag in haar pand ging ik nog even langs, de zakdoek kon net in mijn tas blijven. Toen ik een paar uur daarna in de lange rij van mensen stond die afscheid kwam nemen tijdens de receptie dacht ik ‘ja, ik was toch wel een vriendin gaan missen bij ons vertrek uit Rotterdam.’

Gistermiddag liep ik met mijn pakketjes naar de Bruna en moest ik denken aan Loes. En bedacht ik ‘ik ga haar een berichtje sturen. Wie weet kunnen we eens wandelen op het strand in het voorjaar.’ O enne de Bruna, best vriendelijke dames hoor. Maar ze heten geen Loes.

Fijne avond

Wij wonen in een van de hoge woontorens in Rotterdam. Geweldig vind ik dat – vooral vanwege het prachtige uitzicht op de Maas, de Erasmusbrug, de Euromast en alle (woon)torens aan de overkant, op de Kop van Zuid. Als ik op ons balkon zit, dan denk ik wel eens ‘voor het uitzicht hoef ik niet op vakantie.’ Wijntje erbij, voetjes omhoog – wie maakt me wat.

Nou – sommige mede-bewoners. Ik druk me voorzichtig uit als ik schrijf dat ze niet allemaal even sociaal zijn. Nu dacht ik een hele tijd dat dit aan de hoeveelheid mensen ligt die in dit gebouw woont. Met 34 etages en 5 appartementen per etage zijn dat er best wel wat, natuurlijk zitten daar dan wat mensen tussen die denken dat de lift ook de functie van prullenbak heeft. En dat de gangetjes voor de opbergruimtes ook dienst doen als persoonlijke opslag. Inmiddels denk ik dat het gewoon overal gebeurt – dat waar mensen samenwonen, er altijd wel een of meerdere personen zijn die denken dat de fatsoensnormen op hen niet van toepassing zijn.

Sinds ik dat denk ruim ik wel eens de rommel op die iemand anders op de gang laat liggen. En blijf ik vooral heel vriendelijk tegen iedereen gedag zeggen – meestal gewoon in het Nederlands, maar als het nodig is ook net zo vrolijk en vriendelijk in het Engels. Ook als andere mensen dan kijken alsof ze water zien branden. Of als ik weer die mensen tegenkom in de lift die ik uitsluitend tegen lijkt te komen als ik bezweet na een rondje hardlopen binnenstorm – vaak nog zingend – en die het maar vreemd vinden dat mensen deze sport beoefenen. Meestal zeggen mensen dan ook gewoon wat terug, of knikken ze gewoon even.

Vandaag stapte ik weer vrolijk de lift in – na een lange dag in Den Bosch, zo waar zonder enige vertraging op heen- en terugreis, keek ik uit naar het weerzien met ons uitzicht. En dan ben ik vaak extra vrolijk 🙂 Een meneer met twee – denk ik zware – tassen boodschappen stapte net na mij in en zei geen boe of bah. Hij gaf me zelfs geen knikje. Op de tweede etage – daar is de parkeergarage – stapte een andere meneer in. Hij knikte wel. De meneer met zijn zware tassen moest er voor mij uit en hulde zich ook bij het uitstappen in stilzwijgen. Ik zweeg ook – een ezel stoot zich immers geen twee keer aan dezelfde steen en ik vond dat ik mijn goede wil wel had getoond. Toen waren we op de 13e etage. Ik stapte uit en zei ‘Fijne avond!’ – waarbij ik uiteraard iets verwacht had als ‘U ook’ of ‘Hetzelfde.’ Het werd ‘Dank u.’ Daar moest ik dan toch weer om lachen 🙂