Welke boeken las ik deze zomer?

Een tijd terug las ik een oproep op mijn favoriete boekenblog Ogma. Ze zochten gastbloggers voor een reeks met tips voor boeken om deze zomer te lezen. Ik hoefde daar niet zo lang over na te denken. Mijn stapel met boeken die ik snel wil lezen is altijd enorm en de stapel met boeken die ik bewaar voor de vakantie – want te dik om overal mee naartoe te zeulen – is meestal nog groter. Nu is er wel wat veranderd sinds ik een e-reader heb, maar veel van die dikke boeken zijn nog van voor ik dat heerlijke apparaat aanschafte. Enfin, ik schreef dus een gastblog voor hen met een flink aantal tips. Maar ja. Niets zo veranderlijk als de mens de lezer. En dus moet ik nu mijn officiele vakantie voorbij is toch helaas constateren dat ik geen enkel boek las van de tiplijst. Nou ja ik las er wel eentje, namelijk deel drie van The Old Man’s War. Maar dat las ik eigenlijk al voor de vakantie… Wat las ik dan wel en wat zou ik aanraden? Een update.

De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween

Wat heb ik hier van genoten! Ik had dit boek al tig keer in mijn handen en iedere keer dacht ik ‘niet mijn ding.’ En toen stond het bij Albert Heijn in de weggeefbibliotheek en dacht ik ‘nu neem ik het toch mee.’ Tijdens Pinkpop begon ik er aan en was ik aangenaam verrast. Toen bleef het in een vak van mijn rugzak zitten en vond ik het boek pas net voor de vakantie terug. Ik nam het mee en moest regelmatig lachen. Ik vond het echt briljant. Er is al een vervolg – of ik dat ga lezen weet ik nog niet. Het verhaal is goed zoals het is. Maar toch – toen ik de achterflap las van dat vervolg stond ik weer te grinniken in de winkel. Eens kijken of ook dit in de weggeefbibliotheek komt….

Saschenka

Samen met mijn schoonzus heb ik een boekenclub. Een tijd terug zochten we dit boek uit, geschreven door Simon Montefiore en uitgegeven in een prachtige pocket. Het verhaal gaat over Rusland in de jaren net voor Lenin, tijdens Stalin en na de val van het communisme. Een boek in drie delen dus. Ik smulde ervan – heerlijk verhaal. Het moet je smaak zijn, dat wel. Maar als het je smaak is: er zijn nog twee ‘vervolgen’ – die niet over dezelfde personages gaan, maar wel ook spelen in communistisch Rusland.

De acht bergen

Dit las ik op aanraden van onze vrienden. En ik genoot ervan. Ik wil er verder eigenlijk weinig over zeggen – want het is maar een ‘klein’ verhaal, maar echt enorm de moeite waard. Je hebt het snel uit, dus ik zou zeggen: waar wacht je nog op?

Het labyrint der geesten

Het vierde deel van de serie Het kerkhof der vergeten boeken, die begon met De schaduw van de wind. Dat vond ik echt een meesterlijk boek. Deel 2 en 3 vond ik een stuk minder en dus twijfelde ik of ik dit boek wel wilde lezen. Maar eenmaal begonnen aan een serie, moet het wel heel erg zijn wil ik de serie niet uitlezen. En dus ging dit boek mee op vakantie en raakte ik opnieuw in de ban van de prachtige schrijfstijl van Zafon. Absoluut een aanrader – misschien als je alle vier de delen na elkaar leest, zijn deel 2 en 3 ook wel erg de moeite waard. En anders sla je die gewoon lekker over, want ik kan niet zeggen dat ik nog echt wist waar die boeken over gingen. Maar dat hinderde me totaal niet tijdens het lezen.

The dead

In het blog voor Ogma schreef ik dat ik ook graag series achter de hand houd voor de vakantie. Dit is deel 2 in een serie, met de gezellige titel The enemy, en ook deze houd ik lekker achter de hand voor vakanties. Leuk en makkelijk om te lezen, een van die reeksen die gaat over ‘onze wereld’ die na een pandemie niet meer is zoals we gewend zijn. In deze serie is iedereen boven de 15 gestorven aan een mysterieuze ziekte en teruggekomen als een soort zombie. Ook hier geldt: het moet je smaak zijn… ik ben er in ieder geval dol op.

Salam Europa

De recentste grote roman van Kader Abdolah. Wat te schrijven? Het is geen pageturner. Het verhaal over het hedendaagse Europa vond ik soms wat vergezocht. Het verhaal over de reis van de sjah vond ik soms wel erg beknopt, dan weer te langdradig. Ik houd erg van zijn schrijfstijl, daardoor komt hij vaak wel weg met een wat minder spannend verhaal. Maar als je nog nooit wat van hem hebt gelezen, zou ik dit boek niet aanraden. Lees dan liever Het huis van de moskee.

 

Dit waren mijn laatste vijf weken in boeken – ik ben wel benieuwd wat jij las. Van deze lijst, of die van het Ogma-blog of van je eigen lijst natuurlijk.

 

De links in dit blog zijn affiliate links – koop je een boek via een van deze links, dan krijg ik daarvoor een (kleine) commissie.

De bergen op – wandelen in de Franse Alpen

Het leuke van vrienden hebben in het buitenland, is dat je meerdere keren op dezelfde plek kunt terugkomen, zonder dat je denkt ‘ja maar er zijn nog zo veel andere plekken.’ Want je gaat niet echt voor de stad, het dorp of die regio daarheen, maar om je vrienden te bezoeken. Ik vind het vooral heel leuk omdat je zo een omgeving op meerdere momenten kunt zien en je je daar ook een klein beetje thuis gaat voelen. Daarnaast, je gaat meestal niet voor een paar uurtjes op bezoek. Dat is enerzijds een nadeel, want soms zou het ook fijn zijn om gewoon even af te spreken om koffie te drinken. Maar het is ook een voordeel, want als je een weekend bij iemand bent heb je andere gesprekken en kijk je ook een kijkje in hun dagelijkse leven. Als jullie het leuk vinden, kan ik daar nog wel meer over schrijven.

Afgelopen winter waren we een lang weekend op bezoek bij vrienden in de bergen nabij Grenoble en deze zomer mochten we weer langskomen. We hadden een uitnodiging voor ieder seizoen – maar ja in de lente moesten we zo nodig naar Griekenland. Je kunt het niet allemaal doen (helaas). Op zaterdag gingen we naar de stad Grenoble, waar we eigenlijk nog niet heel uitgebreid rond hadden gekeken tijdens onze eerdere bezoeken. We beklommen de Bastille, omdat je vanuit daar een mooi uitzicht hebt over Grenoble. En ja inderdaad – prachtig. Voor die beklimming was ik niet zo bevreesd. Ik had gehoord dat het maar zo’n 200 meter omhoog is, veel trappen en vooral veel asfalt. Ik liep dus ook zonder al te veel nadenken gewoon op mijn slippers – deed ik in Griekenland ook hele dagen en met zo’n weer heb ik echt geen zin in zware bergschoenen. Eenmaal boven genoten we van een abrikoos en het inderdaad prachtige uitzicht, waarna we met de kabelbaan naar beneden gingen. De rest van de middag dwaalden we wat door de stad en genoten we van verschillende fanfares, want er was een heuse strijd bezig tussen de verschillende fanfares uit de omgeving van Grenoble. Van wat meer hoempapa tot modern tot Balkan-tonen, het was er allemaal. Ik kreeg spontaan zin om een instrument te gaan spelen en me aan te sluiten bij een fanfare….

Uitzicht over Grenoble. Foto door Marta – pakovska.com

De dag daarna gingen we voor het serieuzere werk, ruim 500 meter omhoog lopen, op een van de bergen in de omgeving. Ik morde natuurlijk wel wat, maar ze beloofden dat het geen lastige hellingen waren en dat de uitzichten wederom prachtig zouden zijn. Ze hielden woord, want inderdaad: na iedere stijging was het uitzicht mooier. Ieder liep in zijn of haar eigen tempo en ik moet toegeven dat op die manier bergwandelen omhoog lang niet zo vreselijk is als ik altijd dacht. Eigenlijk was het zelfs erg leuk. Zelfs zonder bosbessentaart aan het einde – we waren niet de enige bergwandelaars op deze prachtige, zonnige dag.

Onderweg ontmoetten we nog enkele koeien, die ons tijdelijk de weg omhoog versperden. Ondanks dat ik ze wel een beetje eng vond (zij vonden mij vast enger…), was het ook prachtig om ze van zo dichtbij voorbij te zien komen en het geluid van de bellen te horen.

Het enige spannende stukje bevond zich op de weg naar de berghut, een stuk dat zij ook nog niet eerder liepen. Laat dit nou een stuk omlaag zijn geweest – terwijl ik dus altijd zeg dat ik liever omlaag loop dan omhoog. Ik ben nu al benieuwd hoe deze bergen er in de herfst uitzien – of we daar dit jaar nog achter komen, dat is maar zeer de vraag. Maar ach, ze wonen er nog wel even, dus ooit zijn we er vast in de herfst en / of de lente.

Festivalleven

Augustus 1997

We gaan naar Lowlands. En we zijn een aantal vrienden van het VWO, die tussen het eindexamen en de start van een universitaire carrière inzitten. We zijn ook zussen en de kinderen van de Merckthoef. Het is een van mijn eerste festivals, Dynamo Open Air en het Nirwana Tuinfeest waren nog net wat eerder dat jaar. We mogen slapen in de tent van een vriend van mij, die al jaren naar Lowlands gaat met een grote groep en die daar altijd een grote legertent opzetten. Alles is er – tent, luchtbed, slaapzak – dus met een mini rugzak met daarin (denk ik) een paar schone onderbroeken en een set schone kleren reis ik af. Onderweg in de trein en wachtend op de pendelbus nuttigen we de meegebrachte biertjes. Een beetje vroeg misschien, maar ze zijn dan ook wel erg zwaar én ze worden er niet kouder op.

In de rij, om half 7 ’s ochtends en toch lachen – Pinkpop 2018

Van de eerste dag herinner ik me vooral een historisch optreden van Life of Agony, waar we middenin het publiek staan. Van de rest van de dag herinner ik me vooral de biertjes, kletsen, lachen, de zon en het niet van het terrein af willen gaan – ook al is de camping helemaal niet heel ver weg. Aan het einde van de avond zijn de munten die het hele weekend mee moesten gaan op, waarbij we van de legertent-vriend ook nog de nodige rondjes hebben gehad. We worden van het terrein gestuurd als het dicht gaat. De volgende dag word ik pas echt wakker als ik op het terrein achter een hamburger zit. Maar dat maakt niet uit – want op Lowlands mag je ontbijten met een hamburger en is op tijd zijn alleen belangrijk als er een band speelt die je echt moet zien. Als Rowen Hèze begint en we lekker vooraan staan, in de regen van bier, geniet ik weer met volle teugen. Ook het optreden van Skunk Anansie van die dag staat in mijn geheugen gegrift. Als ik nu naar het verdere programma kijk, zou ik met terugwerkende kracht ook naar 16 Horsepower gaan – maar of ik dat ook deed? Ik herinner het me niet meer.

 

Juni 2018

We gaan naar Pinkpop – inmiddels hebben we allemaal de nodige festivals bezocht, ik vermoedelijk nog de minste. We zijn nu opnieuw de zussen en daarnaast vriendinnen en de mensen van de pub van mijn kleine zus. Om drie uur ’s nachts staan we op, douchen en stappen de auto in. De kleine rugzak heb ik niet meer – het is nu een flinke backpack. Rond zes uur ‘s ochtends staan we in de rij voor de camping en drinken we volgens de traditie ons eerste biertje. Tegen half negen zitten we op onze stoeltjes en een voor een besluiten we allemaal toch nog even een dutje te doen. Want het duurt nog lang voor het terrein open gaat en nog langer voor de eerste band komt die we wel aardig vinden.

Op het veld, muziekje, zonnetje, drankje

We brengen de dagen door met languit liggend in het gras luisteren naar bands, dansen en springen op datzelfde veld. Wel van een afstand – vooraan staan doe ik zelf al lang niet meer, geef mij maar bewegingsruimte. We kletsen, lachen, drinken een biertje of een colaatje met Jack, eten, lachen en kletsen verder. Bijna niemand komt voor de line-up, maar dat geeft niet. Want een festival draait niet alleen om de muziek, maar ook om de sfeer, gek doen, even alles achter je laten en genieten met vrienden, waarvan je sommigen veel te weinig ziet maar waarvan je na het weekend denkt ‘geeft niet, want we hebben deze herinnering.’ Het is de beleving van de muziek, maar ook van de omstandigheden op de camping, het gevoel van alle tijd hebben voor je naar het eerste optreden gaat, de rijen voor lief nemend die voor de koude douches en, zeker op dag 3, wat ranzige WC’s staan.

En dan breek je alles weer af – inpakken na twee dagen camping

Na zo’n weekend ben ik blij als ik weer in mijn eigen bed mag slapen en onder een warme douche mag staan, waar ik niet voor in de rij hoef. Maar het nagenieten, het gevoel van onderdeel mogen zijn van die grote groep festivalbezoekers, dat blijft ook hangen. En ondanks dat ik op de eerste dag even dacht ‘nooit meer, want … ’, begint nu al weer te kriebelen. Het doet wat met je – dat festivalleven.