Tussenstand februari voor de RopaRun

Je zou het bijna vergeten met alle berichten over de schrijfretraite, maar ook in februari ging ik door met mijn acties voor de RopaRun. Je weet wel – die estafetteloop van maar liefst 520 kilometer die loopvriend Stefan met Team 142.0 gaat afleggen, terwijl ik op vakantie ben… Ik ga de prestaties natuurlijk volgen.

En wat deed ik in februari? In de reacties op mijn bericht van januari werd ik door Elly uitgedaagd om inderdaad die 60 kilometer te halen. Als ik dat zou doen, zou zijn 5 euro storten en, om het spannend te houden, voor iedere kilometer bovenop die 60 ging er een euro meer naar het goede doel. Dat was natuurlijk een extra motivatie, zeker in een korte, drukke maand. En mede dankzij het prachtige weer, de week in Zeeland en natuurlijk de woorden van Elly liep ik deze maand…. 65,1 kilometer! Hoera – 10 euro extra verdiend voor het team.

Via Cardcetera loopt ook nog gewoon de actie door met de Quotes-kaarten, maar daar liep het in februari net wat minder storm dan in januari. Nou, net, behoorlijk wat minder want ik verkocht maar 7 sets. Dus ik zou zeggen, voor de kaartenliefhebbers onder ons; kom nog even langs in de winkel of laat me een set meebrengen als je me ziet (scheelt weer verzendkosten).

En dan maart – de actie van Cardcetera gaat gewoon verder en natuurlijk gaat ook het hardlopen gewoon door. Maar deze maand ga ik ook tijdelijk fulltime werken – dus gaat de 60 kilometer weer lukken? 1 keer 5 door de week en 1 keer 10 in het weekend en ik ben er. Maar ja – in de avond lopen, in het donker – ik ben er niet goed in. Het is wel voor het goede doel – dus ik ga mijn best doen!

Schrijfretraite – dag 7

Dag zeven – de laatste hele schrijfdag van mijn retraite. Morgen ga ik naar huis en hoewel ik dan nog een aardige treinreis voor de boeg heb, is dat toch een ander gevoel dan een hele dag geconcentreerd werken.

Ik zet de puntjes op de i van deel 4 en stuur dit naar mijn meelezer. Dat blijf ik spannend vinden. Soms spreekt ze dingen uit waarvan ik denk ‘gaat wat er gebeurt haar dan wel bevallen? Past het wel bij Steffi?’ Soms doet ze me zonder dat ze zich daar bewust van is ook ideeën aan de hand. Dat hebben meer mensen gedaan overigens. Soms omdat we het over het schrijfproces hadden en waar ik op dat moment tegenaan liep. Soms ook door iets wat ze totaal ergens anders over zeiden, of door een reactie op een blog of gewoon door een gebeurtenis die we samen deelden. In zo’n week alleen gebeuren die dingen niet zo veel, maar toeval of niet: wel net genoeg om me steeds over een dood punt heen te helpen. Mijn zus hielp me met een lastig punt in deel 4, mijn meelezer gaf me door een reactie input voor datzelfde deel en mijn eega hielp me in mijn struggle over hoe het boek in vredesnaam moet eindigen.

En daarmee viel er deze week ineens de beslissing dat wat nu deel 5 is het laatste deel gaat zijn van het boek. Dus toen ik daar in de middag van dag zeven aan begon, nou toen had ik de neiging om gewoon niet verder te schrijven. Want voor dit deel had ik al een hele berg op papier en daarmee nadert het einde van mijn eerste volledige versie. Toen ik herlas wat ik in september in Portugal had geschreven voor dit deel, klopten sommige onderdelen niet meer. Tijdens het schrijven heb ik bepaalde lijnen in het verhaal behoorlijk herzien. Maar de grote lijnen bleven overeind en ik vond het ook nog steeds een goed stuk. Ergens dacht ik halverwege ‘hier kan het ook eindigen.’ Maar bij nader inzien vond ik dat ik het mijn toekomstige lezers wel verschuldigd ben om toch nog wat toe te voegen.

En dus, lieve lezers, kon ik aan het einde van dag 7 eigenlijk stellen dat mijn grove eerste versie voor 90% wel af is. Iets dat ik stiekem had gehoopt, maar waar ik eigenlijk van dacht ‘je zou toch zo langzamerhand beter moeten weten.’ Nu denk je misschien dat het dan over een maand wel af is en misschien over twee maanden gedrukt. Nee. Echt niet? Nee, echt niet. Ik schrijf niet voor niets grove eerste versie – deze versie laat ik meelezen en ik verwacht dat er dan vanuit mijn lezers nog opmerkingen komen om te verwerken. In het gunstigste geval zijn dat kleine dingen, maar wie weet vinden ze een van de verhaallijnen wel overbodig. Of het einde stom. Maar daarnaast heb ik zelf nog een aantal punten bedacht aan het einde van dag zeven waarvan ik dacht ‘dat moet er nog beter in verwerkt worden.’ Personages die te weinig aandacht hebben gehad bijvoorbeeld. Maar ook extra stukjes die ik heb bedacht. Als er een officiële eerste versie is, moet er een redacteur naar kijken, het moet nog worden opgemaakt en gedrukt. Kortom: ik ga nog steeds geen datum noemen – ik ga alleen zeggen dat ergens in 2019 ik wel verwacht dat het boek er dan echt is. En dat ik natuurlijk tot die tijd van alles ga vertellen over hoe dat proces tot aan de publicatie dan verloopt. En waar je het boek dan vervolgens kunt kopen natuurlijk….

Schrijfretraite – dag 5 en 6

De vijfde dag begint vroeg, met herschrijven van wat stukjes, lekker nog in bed. Want ik begin wel een beetje een houten derriere te krijgen door het vele zitten. Ik ga elke dag even wandelen, maar toch: ik zit wel meer dan normaal. Wat later is het tijd voor ontbijt met mijn zusje en daarna schrijf ik nog wat door, terwijl zij gaat douchen en aankleden.

We besluiten een rondje te lopen en op het strand te lunchen. Want het is toch ook een beetje vakantie en even ergens lunchen geeft een vakantiegevoel. Zeker met het zonnetje dat maar blijft stralen. Tegen half twee zijn we terug en doen nog even samen boodschappen, waarbij ik het eten voor de rest van de week meeneem. Gek idee dat ik al weer over de helft ben van deze schrijfretraite. Als ze me afzet bij de camping (mijn huisje staat op een camping, samen met nog wat meer huisjes) en wegrijdt, vind ik dat toch even lastig. Maar niet veel later ga ik door met deel vier – waar ik ook op dag zes nog mee bezig ben, vandaar ook een blog over dag 5 en 6 samen.

Het werken aan deel vier voelt niet als iets scheppen, iets creëren. Het voelt als hard werken, doorbijten, mezelf bij de les houden. Dat hoort er ook bij weet ik inmiddels. Soms schrijf ik zo een aantal pagina’s achter elkaar, maar andere keren is het drie zinnen schrijven en ze vijf minuten later net zo snel (nee – sneller) weer weghalen. Als je dan alle tijd hebt, zoals deze week het geval is, dan kom je nog wel ergens. Maar gebeurt dit op de schrijfmomenten tussendoor, als ik bijvoorbeeld anderhalf uur heb om te schrijven, dan vind ik het lastiger om er mee om te gaan. Alleen al daarom ben ik blij dat ik de kans heb deze week fulltime te schrijven.

Meertje net achter de duinen – prachtig!

Ik moet veel opzoeken dit deel, omdat er wat feiten inzitten die wel moeten kloppen en omdat ik schrijf over een aantal dingen die ik niet zelf heb meegemaakt. En dat is soms lastig, want wanneer beschrijf je het dan geloofwaardig? Welke details geef je wel en welke niet? En die twijfels, die spelen me deze dagen wel parten. Het hoort bij het schrijven, althans dat denk ik, maar ik blijf maar denken ‘en wat gaan de lezers hier dan van denken?’ Mijn eega adviseert me meerdere keren om dat stemmetje uit te zetten, maar echt makkelijk vind ik dat niet.

Op dag zes begin ik met een rondje hardlopen. De laatste tijd zie ik vaak foto’s van mensen die bij zonsopgang gaan hardlopen en dat heeft me geïnspireerd. En dus sta ik rond half acht buiten voor een rondje, ook al is het bewolkt en ga ik dus weinig zien van die zonsopgang. De schepen op zee zijn voor een deel prachtig verlicht en ik geniet van deze slowrun op het strand. Als ik tegen half negen aan het ontbijt zit, staat de laptop al aan.

De hele ochtend schrijf ik verder aan deel vier. Af en toe moet ik lachen om wat ik schrijf, soms word ik er verdrietig van. Tegen vijf uur is mijn inspiratie wel zo’n beetje op en besluit ik nog een klein rondje te wandelen. Want inmiddels heb ik echt een houten bips – hoe comfortabel de stoelen ook zijn.

Als ik terug ben, vul ik nog wat stukjes aan. En dan is het op voor vandaag. De laatste stukjes van deel vier schrijf ik morgen wel, op de laatste hele schrijfdag.