Schrijfvakantie – dag 2

Dag twee staat in het teken van personages. Tijdens dag 1 ben ik er al achter gekomen dat mijn personages nog wat scherper kunnen. Op zijn zachtst gezegd. Een tipje van de sluier is hier wel nodig – al zien mijn trouwe lezers dit misschien wel aankomen… mijn boek gaat (in zijn huidige vorm) over een vrouw die naar Oostenrijk gaat met haar man. Waar het uiteindelijk om gaat is de ontwikkeling die de vrouw daar doormaakt; haar perspectief dus, haar blik op wat er is gebeurd. Maar wat ik niet weet is hoe het moest eindigen. En daar hadden we in dag 1 een heel duidelijk gesprek over – want je moet weten wat er aan het einde van de regenboog ligt. Want weet je dat niet, dan weet je ook niet of het wel de moeite is om door te zoeken naar dat einde. Of in de kader van het boek: of het wel de moeite is om door te lezen. Want is mijn vrouw – naam nog onbekend – aan het einde geen steek veranderd, waarom heb jij – als lezer – je dan door al die pagina’s heen geworsteld? Kortom wat is haar drijfveer, waarom blijft ze maar op weg, hoeveel hindernissen er ook zijn en hoe ver dat einde van die regenboog maar weg blijft.

 

Ik wist het dus nog niet zo goed, wat zou er dan staan? Een pot vol goud? Een berg kansen? Of misschien wel een modderpoel, of een ravijn? Ik moest het wel weten of achterhalen, dat was de boodschap van dag 1. En om dat te weten, is het nodig om je hoofdpersoon te leren kennen. Aha, dacht ik, makkie – want dat ben ik. Rood licht – nee dus. Want ik ben (ruim) acht jaar na dato een ander mens dan de Astrid die ik was toen ik naar Innsbruck vertrok. Daarnaast schrijf ik niet over Astrid, maar over een andere mevrouw – want ik schrijf immers een roman, geen autobiografie. Plus, ik stop er allemaal dingen in die ik veel later heb bedacht en heb ervaren. Ik moet mezelf gaan zien als personage, zonder voorkennis. En dat is lastig. Nee, dat is gewoon gruwelijk ingewikkeld.

 

Daar zou ik nu kunnen stoppen – want heel even dacht ik ‘kan ik dat eigenlijk wel, van mezelf als persoon afstappen, met alle emoties en de feitelijke gebeurtenissen? Afstand nemen, analyseren, een personage samenstellen en dan in de huid kruipen van dat personage?’ Maar vandaag ging het na de ochtendsessie over personages verder met mijn een op een sessie met Marelle in de middag. En lieve lezers, ik was dus gewoon echt gruwelijk zenuwachtig. En eigenlijk gebeurde dat waar ik bang voor was. Of eigenlijk, gebeurde niet helemaal dat wat ik wilde dat zou gebeuren. Want wat ik natuurlijk wilde was dat Marelle zou zeggen ‘briljant! Schrijf door, stuur het op naar een uitgever, nee sterker nog ik regel die uitgever voor je.’ Maar wat ze zei was ‘ik voel het niet helemaal’ en wat ik daarvan maakte was ‘begin maar opnieuw.’ En ja daar zit een hele wereld tussen – dus ik leg het uit.

Voor de schrijfvakantie stuurde ik een stukje van mijn verhaal op. Het was geen stukje waarvan ik dacht ‘het is af’, maar het was wel een stukje waarvan ik dacht ‘dit is mijn stijl, zo loopt het verhaal.’ Het verhaal baseerde ik voor een groot deel op de blogs die ik schreef op Vrouw van een wetenschapper – met een lichte aanpassing. Maar: die blogs, die waren natuurlijk gecensureerd. Want ik vertelde daarin echt niet over de keren dat ik dacht ‘wat hebben we vredesnaam gedaan – hoe zijn we hier beland? Wil ik vandaag wel opstaan?’ Soms wel een beetje – maar altijd met de mantel der liefde bedekt. En je begrijpt misschien wel: met nog een aantal jaar mijmeren over en reflecteren op, is er ook nog een laagje ‘het viel toch allemaal best wel mee?’ overheen gedwarreld en heb ik de stukjes die eigenlijk totaal niet in elkaar pasten wel in elkaar gevoegd. Soms door ze compleet te verzagen…

Lang verhaal kort: op dag 2 schreef ik niet zo veel. Eigenlijk raakte ik totaal van het pad op deze dag. Maar ik zag ook een licht. Namelijk dat als ik echt van mijzelf en de feitelijke gebeurtenissen durf af te stappen, er ook een heleboel kansen zijn. Zeker als ik ook probeer om terug te halen hoe ik me toen voelde. Maar dan zal ik a) een duidelijke drijfveer moeten bedenken en b) een dikke vette streep moeten zetten door alles wat ik dacht af te hebben. De werkzaamheden voor dag 3 zijn dus al duidelijk… Gelukkig is dat een vrije schrijfdag – kan ik toch die meters gaan maken….

Schrijfvakantie – dag 1

We beginnen de schrijfcursus met het uitspreken van de verwachting – wat wil je aan het einde van deze week voor elkaar hebben? Marelle waarschuwt ons dat de verwachting dat je aan het eind van de week je boek afhebt geen realistische verwachting is. Ik slik. Want als ik eerlijk ben, denk ik in deze komende week de helft van mijn boek af te hebben. Om je een idee te geven: op het moment van starten van de schrijfweek ben ik op minder dan een achtste. Mijn boek bestaat uit 8 delen en een proloog; ik heb er ongeveer eentje af, plus de proloog. In eerste versie…

Misschien denk je ‘hoe komt ze erop, dat dit überhaupt mogelijk is in 6 dagen?’ Dat is gebaseerd op het schrijven van mijn scriptie. Daar stond in totaal een periode voor van, geloof ik, een half jaar. Al denk ik dat ik al eerder begon, namelijk zo in september en uiteindelijk ben ik in mei afgestudeerd. In die zelfde tijd moest ik ook nog een mondeling tentamen doen, misschien nog wel een vak en werkte ik eerst 20 en later 32 uur. Waarom niet? Het voorwerk deed ik door de week en uiteindelijk schreef ik de hoofdstukken dan steeds in een weekend. Dat weekend blokte ik helemaal – mijn eega (toen nog vriendje) was er dan niet, of zag ik niet en ik sprak met niemand wat af. Het was nog voor de tijd dat Facebook echt een storende factor was en helemaal nog voor de tijd van WhatsApp. O en internet liep via de telefoonlijn, dus dat had je ook niet de hele dag aanstaan. Ruwweg schreef ik mijn scriptie in denk ik 6 tot 8 weekenden ofwel 12 tot 16 dagen.

Voor het boek heb ik inmiddels een heleboel bouwstenen. Ik weet hoe het moet worden opgedeeld en wie de hoofdpersonen zijn – ook al hebben ze nog geen definitieve naam. Ik heb een heleboel gebeurtenissen die ergens een plek moeten krijgen; ik laat het schrijven een beetje bepalen waar het logisch is om de gebeurtenissen te benoemen. Ik weet dat het 8 periodes zijn en wat er in die periodes gebeurt. Oftewel: al het voorwerk is volgens mij gedaan en dus gaan die 8 weekenden of 16 dagen zo’n beetje in.

Dacht ik.

Want nu terug naar de schrijfweek. Ik schrijf het volgende op als doelstelling voor deze week: Aan het einde van de week wil ik de losse gebeurtenissen die ik heb genoteerd uitgewerkt en geplaatst hebben. Ik lees het voor. En dan besluit ik een inkijkje te geven in hoe mijn brein functioneert en voeg er aan toe ‘maar stiekem heb ik wel de ambitie om na deze week op de helft van mijn boek te zijn.’ Marelle benadrukt (nogmaals) dat dit een enorm hoge, zo niet onmogelijke ambitie is. Mijn meedogenloze ik denkt ‘hoog ja – onmogelijk nee.’ Na de lunch vertrek ik naar het prieeltje – een van de schrijfplekken in de schaduw, waar ik van onder een mooi afdakje uitkijk op de Portugese bergen. En waar de druiven klaar zijn om geplukt te worden.

Dit was ‘mijn’ schrijfplek op dag 1

Het einde van de eerste schrijfdag is inmiddels in zicht en ik ben eigenlijk wel tevreden met wat ik heb bereikt. Het eerste deel is voor nu compleet, met het derde deel ben ik begonnen. Nee ik schrijf niet chronologisch – dus deel twee is niet ineens nu ook af. Maar het staat wel in de steigers – inclusief gebeurtenissen die er in moeten komen. En dus lijkt ook mijn hoge ambitie nog prima haalbaar – toch? Op naar het schrijfcafé dus; de afronding van deze eerste officiële dag. Waar ik met een voldaan gevoel op terug kijk – one down, three to go. Delen dus – want dagen heb ik nog meer!

Het boek: de naam van je hoofdpersoon

Een van de tegenslagen bij het schrijven van mijn boek is de naam van mijn hoofdpersoon. Redelijk essentieel toch, zou ik zo denken, een goede naam. Nu heb ik een naam, zowel voor de vrouw als de man. En tsja je moet ze een keer delen die namen, maar dat vind ik nog best een beetje spannend. Een tijdje terug zag ik een leuk spelletje op een site die ik volg: je zet de naam erop en anderen reageren met de associatie die ze bij deze naam hebben. Ik deelde dus de naam van mijn heldin, mijn pas geschapen en tot in details uitgedachte hoofdpersoon. Dit was een van de reacties, nee dit was de eerste reactie die ik kreeg op mijn naam:

Boerendochter, poezenvrouwtje van tegen de 60. Al jong weduwe geworden. Werkt in de kringloopwinkel en vrijwilligt in het bejaardenhuis.

Waarbij iemand anders reageerde met:

Wat hij zegt maar dan de Wereldwinkel ipv kringloopwinkel en ze heeft een papegaai.

 

Slik. Daar zit je dan, met je hoofdpersoon van rond de 30, die bepaalt geen weduwe is en ook niet dol is op de kringloopwinkel, laat staan dat ze er werkt, geboren en getogen in de stad. En die, als ze al een huisdier zou hebben, zeker geen vogel zou hebben. Ik twijfel nog altijd over de naam, maar vervelender nog: ik dacht direct ‘als ik al geen naam kan bedenken voor mijn hoofdpersoon, waarom denk ik dan dat ik überhaupt een boek kan schrijven?’ Ja ik weet het, een beetje een dramaqueen heb ik wel in me en die meedogenloze normen helpen ook niet mee. Na deze grote deceptie schreef ik twee weken lang dus geen woord.

En toen waren daar de dames van de schrijfplek. Die helemaal begrepen waarom ik dit niet leuk vond. Die ook begrepen waarom ik twijfelde. Die zeiden dat de naam van een hoofdpersoon ook gewoon lastig te bepalen is. En die zeiden dat ik me hier vooral niet door tegen moest laten houden. Met zoek en vervang heb je de naam op het laatst namelijk alsnog zo vervangen. Kijk. Daar heb ik wat aan. Concreet advies. Nu schrijf ik door. Met gewoon die naam voor mijn hoofdpersoon nog in mijn concept.

Maar waar ik nou benieuwd naar ben: aan welke naam denk jij bij de hier boven aangehaalde reactie? Eens kijken of het spelletje ook andersom werkt… O en voor de mensen met voorinformatie: niet verraden hè, die naam. Ik ben namelijk erg benieuwd of iemand de naam raadt met deze beschrijvingen.