Tagarchief: fragment

Het boek – ontmoet de hoofdpersonen

Daar ga ik dan – ik deel vandaag een eerste stukje van HET boek met jullie. Ik las het al voor tijdens de schrijfvakantie, mijn eega las het zelf en ik deelde het met mijn schrijfmaatje. En nu dan met jullie.

Dit is niet het begin – maar ik deel hierin wel de namen van mijn hoofdpersonen: Stefanie – kortweg Steffi of Stef – en Lex. En ja eerder hadden ze andere namen. Wil je die ook weten?

 

‘Zeg lief, waar zit dat bedrijf eigenlijk? Is het een beetje bereisbaar vanuit Rotterdam?’ Ik zie het meteen – nee dus.

‘Ehm ja. Nou weet je, dat is het enige dat misschien wel iets ingewikkelder is. Het bedrijf zit in Wattens.’

Wattens? Ik heb geen idee – maar ach alles in Nederland is ongeveer bereisbaar denk ik er direct achteraan.

‘En Stef schrik niet, maar dat ligt in de buurt van Innsbruck.’

Ik kijk hem met grote ogen aan.

‘Innsbruck? In Oostenrijk, in de bergen?’

Hij lacht weer.

‘Ja maar weet je, we wilden toch altijd al naar het buitenland? Dit is onze kans – alles kan geregeld worden. Wie weet kan ik er voor jou ook wel een baan uitslepen, werk zat. Zelfs een taalcursus Duits is geen enkel probleem. En je wil toch al een hele tijd iets schrijven, een kookboek? Ideale plek daarvoor.’

Ik hoor het al – in zijn hoofd is Lex al tig stappen verder dan ik. Maar dat is niets nieuws – hij rent vooruit, ik haal hem terug en uiteindelijk komen we ergens halverwege uit. Alleen op dit moment zie ik nog even niet wat er halverwege Innsbruck en Rotterdam ligt.

Terwijl Lex naast me in de auto doorkletst over Wenen, Walter en Wattens, dwalen mijn gedachten af naar de eerste keer dat we het serieus hadden over vertrekken naar het buitenland, aan het einde zaten van onze eerste reis door Amerika. Vier weken hadden we als idioten rondgereden. Lex had net zijn rijbewijs en we legden bijna zesduizend kilometer af in die vier weken, want hoe meer we reden hoe leuker hij het vond. En ik vond het prachtig, dat voorbijtrekkende landschap, ergens tussen hier en daar, gewoon lekker onderweg en onbereikbaar zijn. Geen telefoontjes, geen e-mails, geen mensen die willen afspreken, alleen wij in onze camper.

De dag voor we terug gingen was het Independence Day en het ‘Hi! How are you doing!’ klonk die dag nog enthousiaster dan op de andere dagen. Ik had al heimwee naar Amerika voor we er weg waren. Tijdens de lunch in zo’n echte Amerikaanse Diner, terwijl het personeel zo’n idioot dansje doet zoals je ze in de films ook wel ziet, sprak ik de legendarische woorden ‘misschien moeten we het gewoon doen, gewoon alles verkopen en vertrekken naar het buitenland.’

Lex keek me met grote ogen aan. ‘En ons nieuwe appartement dan? En jouw bedrijf, mijn baan?’

Lex was zijn promotieonderzoek aan het afronden en had al een contract getekend als consultant. Weggaan – het leek een gepasseerd station, we hadden inmiddels zo veel opgebouwd. En toch… mijn bedrijf had een internationale naam, Lex koos voor een internationaal consultancy bedrijf. Het leven in Nederland werd steeds hectischer en het bleef kriebelen. Voor Lex werd het gevoel minder urgent, voor zijn werk was hij regelmatig in het buitenland. Bovendien liet hij zijn agenda minder bepalen door allerlei privé-afspraken.

‘Keuzes Stef, keuzes – niet iedereen hoeft je beste vriendin te zijn en zelfs tegen je beste vrienden mag je best soms nee zeggen. Blijf lekker een dag bij mij in bed.’

Meestal bleef ik op zo’n moment nog even liggen, maar als snel werd ik dan onrustig en kroop ik toch achter mijn laptop of pakte de telefoon om deze of gene te bellen. Als er maar meer afstand was, dan werd het vast wel anders, dan….

‘Stef, let je op? Je rijdt bijna naar Leiden, we moeten echt naar Rotterdam hoor.’

O wacht, met al dat mijmeren vergeet ik bijna dat ik aan het rijden ben.

‘Waar zat je met je gedachten, bij hoe je me moet vertellen dat Wattens echt niet kan?’

Ik lach – als ik nee zeg, dan gaan we niet. Zo goed ken ik hem ook wel; als het geen beslissing van ons samen is, dan doen we het niet. Natuurlijk proberen we elkaar dan te overtuigen, we zijn er allebei niet zo goed in een plan te laten varen. Maar tot zijn verbazing en eigenlijk ook tot die van mijzelf zeg ik ‘weet je, misschien is dit wel de kans om het echt te doen. Om alles achter ons te laten en gewoon te gaan. Hoe lang hebben we het er al over? Ik denk dat we er op zijn minst over moeten nadenken.’

 

Die avond drinken we de hele fles port leeg en praten we tot diep in de nacht over alle keren dat we ergens wilden gaan wonen. We halen herinneringen op aan de idiote dingen in Amerika, de keren dat in Tsjechië bijna werden opgelicht en de keren dat we dankzij mijn niet-bestaande kaartleesvaardigheden op een totaal verkeerde plek in de stad stonden. ‘Dat standbeeldenpark in Budapest moeten we echt nog een keer bezoeken. En weet je nog, de keer dat we in Dresden terug de trein in gingen naar Berlijn, omdat daar de hotels goedkoper waren? 59 D-Mark Stef, kun je het je voorstellen? Maar in Berlijn was het maar 20 en dan konden we langer wegblijven.’

‘Ja, tot we besloten om in een café borreltjes te gaan drinken en we er net een paar meer dronken dan goed was voor ons budget.’

Tegen vier uur vinden we het mooi geweest. De fles is leeg, alles is voor nu gezegd, er is een plan ontstaan. Moe, maar ook met een opgewonden gevoel over alles wat mogelijk gaat komen nestel ik me tegen hem aan.

‘Laten we er heen gaan Stef, voor we beslissen. Want het is er echt wel anders dan hier.’

Ik knik en kus hem welterusten.