Tagarchief: fragment

Steffi’s voorstelbericht

Het schrijven gaat door – langzamer misschien dan ik zou willen, maar hé: de tekst wordt steeds langer. Tijd om jullie weer wat te laten lezen!

 

De volgende dag sta ik in ons lege appartement en realiseer ik me hoe verstandig het was hier niet te gaan slapen. Je kunt goed zien dat we het laatste half jaar weinig aan het huis hebben gedaan. De plekken waar tot een paar weken terug de meubels stonden zijn te herkennen aan de verkleurde vlakken op het behang. Alles is smerig en stoffig, maar schoonmaken heeft weinig zin als er ook nog geverfd moet worden. Eigenlijk heb ik hier maar weinig te zoeken. De schilders kunnen zelf aan de slag; ze hebben zelfs de sleutel al opgehaald bij Tessa. Er staat nog wat meubilair dat door een bevriend stel van twee etages hoger opgehaald moeten worden, maar die komen pas in het weekend langs.

Ik ga nog even op het balkon zitten, in een dapper schijnend nazomers zonnetje. De tuinset hebben we laten staan, dus ik kan nog even genieten van mijn favoriete plek. Lex klaagde altijd over het geluid van de trams en het verkeer op de Erasmusbrug, voor mij is het vooral een geruststellend achtergrondgeluid, iets dat ik nauwelijks registreer. De boten varen af en aan. Ook na de zes jaar dat we hier hebben gewoond kan ik hier nog steeds uren naar kijken. Eerder gunde ik mezelf er nooit veel tijd voor – nu is er geen afspraak waar ik heen moet rennen of vertaling die ik moet afronden.

Ik pak mijn laptop erbij en zoek de expat-groep in Innsbruck nog eens op. Op de website lees ik dat je ook een mail kun sturen om door te sturen via de maillijst van de groep. ‘Ach waarom niet?’ denk ik bij mezelf. Een half uurtje later heb ik mijn voorstelberichtje klaar en ook maar direct verstuurd aan Martina, de beheerder van de site.

 

Hi, I am Steffi and I am looking for some nice ladies to go out for coffee, or dinner and drinks. Let me introduce myself to you first.

Sinds augustus 2018 woon ik hier in Innsbruck, in een appartement vlakbij het centrum. Ik kom uit Rotterdam, Nederland en ben samen met mijn man hier heen gekomen. We hadden samen al lang de droom om weg te gaan uit Nederland en toen hij een droombaan vond hier in Wattens kregen we eindelijk de kans om dat ook echt te doen.

Zelf heb ik bedrijfskunde en Engels gestudeerd – projectleider overdag, vertalen in de avond grap ik wel eens. Ik heb een eigen bedrijf en van daaruit wil ik blijven werken. Ik ben gek op mijn werk en het brengt me op veel verschillende plekken. Maar wel pas weer vanaf november, nu wil ik eerst Innsbruck leren kennen en hopelijk ook wat van de inwoners! Misschien heb je wel zin om mij wegwijs te maken, of als je hier ook net bent om samen op pad te gaan?

Koken is mijn passie – vroeger wilde ik niets liever dan een eigen restaurant. Nu is mijn grote droom  zelf een kookboek te schrijven. Eerst een plan bedenken, een origineel idee. Wie weet breng jij me daarop? En: koken voor twee is soms wat saai – dus als je zin hebt om een keer bij mij te komen eten ben je ook van harte welkom! Of om samen te koken, ik vind het erg leuk om nieuwe recepten uit te proberen en de keukengeheimen te leren kennen van verschillende landen.

Dit heel kort over mij, als je meer wil weten dan zie ik je hopelijk snel!

Het boek – ontmoet de hoofdpersonen

Daar ga ik dan – ik deel vandaag een eerste stukje van HET boek met jullie. Ik las het al voor tijdens de schrijfvakantie, mijn eega las het zelf en ik deelde het met mijn schrijfmaatje. En nu dan met jullie.

Dit is niet het begin – maar ik deel hierin wel de namen van mijn hoofdpersonen: Stefanie – kortweg Steffi of Stef – en Lex. En ja eerder hadden ze andere namen. Wil je die ook weten?

 

‘Zeg lief, waar zit dat bedrijf eigenlijk? Is het een beetje bereisbaar vanuit Rotterdam?’ Ik zie het meteen – nee dus.

‘Ehm ja. Nou weet je, dat is het enige dat misschien wel iets ingewikkelder is. Het bedrijf zit in Wattens.’

Wattens? Ik heb geen idee – maar ach alles in Nederland is ongeveer bereisbaar denk ik er direct achteraan.

‘En Stef schrik niet, maar dat ligt in de buurt van Innsbruck.’

Ik kijk hem met grote ogen aan.

‘Innsbruck? In Oostenrijk, in de bergen?’

Hij lacht weer.

‘Ja maar weet je, we wilden toch altijd al naar het buitenland? Dit is onze kans – alles kan geregeld worden. Wie weet kan ik er voor jou ook wel een baan uitslepen, werk zat. Zelfs een taalcursus Duits is geen enkel probleem. En je wil toch al een hele tijd iets schrijven, een kookboek? Ideale plek daarvoor.’

Ik hoor het al – in zijn hoofd is Lex al tig stappen verder dan ik. Maar dat is niets nieuws – hij rent vooruit, ik haal hem terug en uiteindelijk komen we ergens halverwege uit. Alleen op dit moment zie ik nog even niet wat er halverwege Innsbruck en Rotterdam ligt.

Terwijl Lex naast me in de auto doorkletst over Wenen, Walter en Wattens, dwalen mijn gedachten af naar de eerste keer dat we het serieus hadden over vertrekken naar het buitenland, aan het einde zaten van onze eerste reis door Amerika. Vier weken hadden we als idioten rondgereden. Lex had net zijn rijbewijs en we legden bijna zesduizend kilometer af in die vier weken, want hoe meer we reden hoe leuker hij het vond. En ik vond het prachtig, dat voorbijtrekkende landschap, ergens tussen hier en daar, gewoon lekker onderweg en onbereikbaar zijn. Geen telefoontjes, geen e-mails, geen mensen die willen afspreken, alleen wij in onze camper.

De dag voor we terug gingen was het Independence Day en het ‘Hi! How are you doing!’ klonk die dag nog enthousiaster dan op de andere dagen. Ik had al heimwee naar Amerika voor we er weg waren. Tijdens de lunch in zo’n echte Amerikaanse Diner, terwijl het personeel zo’n idioot dansje doet zoals je ze in de films ook wel ziet, sprak ik de legendarische woorden ‘misschien moeten we het gewoon doen, gewoon alles verkopen en vertrekken naar het buitenland.’

Lex keek me met grote ogen aan. ‘En ons nieuwe appartement dan? En jouw bedrijf, mijn baan?’

Lex was zijn promotieonderzoek aan het afronden en had al een contract getekend als consultant. Weggaan – het leek een gepasseerd station, we hadden inmiddels zo veel opgebouwd. En toch… mijn bedrijf had een internationale naam, Lex koos voor een internationaal consultancy bedrijf. Het leven in Nederland werd steeds hectischer en het bleef kriebelen. Voor Lex werd het gevoel minder urgent, voor zijn werk was hij regelmatig in het buitenland. Bovendien liet hij zijn agenda minder bepalen door allerlei privé-afspraken.

‘Keuzes Stef, keuzes – niet iedereen hoeft je beste vriendin te zijn en zelfs tegen je beste vrienden mag je best soms nee zeggen. Blijf lekker een dag bij mij in bed.’

Meestal bleef ik op zo’n moment nog even liggen, maar als snel werd ik dan onrustig en kroop ik toch achter mijn laptop of pakte de telefoon om deze of gene te bellen. Als er maar meer afstand was, dan werd het vast wel anders, dan….

‘Stef, let je op? Je rijdt bijna naar Leiden, we moeten echt naar Rotterdam hoor.’

O wacht, met al dat mijmeren vergeet ik bijna dat ik aan het rijden ben.

‘Waar zat je met je gedachten, bij hoe je me moet vertellen dat Wattens echt niet kan?’

Ik lach – als ik nee zeg, dan gaan we niet. Zo goed ken ik hem ook wel; als het geen beslissing van ons samen is, dan doen we het niet. Natuurlijk proberen we elkaar dan te overtuigen, we zijn er allebei niet zo goed in een plan te laten varen. Maar tot zijn verbazing en eigenlijk ook tot die van mijzelf zeg ik ‘weet je, misschien is dit wel de kans om het echt te doen. Om alles achter ons te laten en gewoon te gaan. Hoe lang hebben we het er al over? Ik denk dat we er op zijn minst over moeten nadenken.’

 

Die avond drinken we de hele fles port leeg en praten we tot diep in de nacht over alle keren dat we ergens wilden gaan wonen. We halen herinneringen op aan de idiote dingen in Amerika, de keren dat in Tsjechië bijna werden opgelicht en de keren dat we dankzij mijn niet-bestaande kaartleesvaardigheden op een totaal verkeerde plek in de stad stonden. ‘Dat standbeeldenpark in Budapest moeten we echt nog een keer bezoeken. En weet je nog, de keer dat we in Dresden terug de trein in gingen naar Berlijn, omdat daar de hotels goedkoper waren? 59 D-Mark Stef, kun je het je voorstellen? Maar in Berlijn was het maar 20 en dan konden we langer wegblijven.’

‘Ja, tot we besloten om in een café borreltjes te gaan drinken en we er net een paar meer dronken dan goed was voor ons budget.’

Tegen vier uur vinden we het mooi geweest. De fles is leeg, alles is voor nu gezegd, er is een plan ontstaan. Moe, maar ook met een opgewonden gevoel over alles wat mogelijk gaat komen nestel ik me tegen hem aan.

‘Laten we er heen gaan Stef, voor we beslissen. Want het is er echt wel anders dan hier.’

Ik knik en kus hem welterusten.