Tagarchief: Goethes Erben

Goede voornemens

Gek, maar dit jaar heb ik voor het eerst niet nagedacht over goede voornemens. Meestal heb ik er wel een paar, of in ieder geval een, maar dit jaar dacht ik er pas over na toen iemand me vroeg of ik nog voornemens of plannen had. Betekent niet dat ik geen plannen of voornemens heb hoor, wees gerust. Het  betekent alleen dat ze niet heel concreet zijn of per se vanaf 1 januari ten uitvoer gebracht moeten gaan worden.

Een van de voornemens die ik al wat langer heb is om wat meer te schrijven over mijn kookexperimenten. Ik krijg regelmatig de vraag ‘hoe maak je dat dan.’ En meestal denk ik dan ‘oei, waar kwam het recept ook weer vandaan’, of ‘tsja ik heb dat als basis gebruikt, maar wat heb ik ook weer aangepast.’ En soms denk ik ook ‘nou gewoon, je mengt wat door elkaar en laat het even koken.’ Nu kan ik het natuurlijk in een kooklogboek vastleggen, maar ja dan heb ik er alleen wat aan. Plus je kunt in een handgeschreven kooklogboek natuurlijk niet linken, dan dan moet ik alsnog al die online recepten printen  maar dan mis je weer de filmpjes en de foto’s. En omdat vast heel veel mensen het goede voornemen hebben om gezonder / gevarieerder / anders te gaan eten met ingang van het nieuwe jaar, leek me 2 januari wel een mooi moment om te beginnen met het delen van mijn eerste nieuwe recept van dit jaar. Het zijn er meteen twee…

Kaiserbroodjes
Het eerste zijn kaiserbroodjes naar Levine. Ik paste aan haar recept heel weinig aan, omdat ik eigenlijk altijd als ik iets bak dat ik op haar site heb gevonden heel blij ben met het resultaat. Twee dingen deed ik anders. Het ene om een praktische reden – ik wilde geen knoopbroodjes maken, maar ik heb (nog) geen broodstempel. Dus werden het gewoon ronde vormen, zonder broodstempel en met sesam / maanzaad. Het tweede dat ik aanpaste: ik gebruikte verse gist in plaats van gedroogde gist. Ik ben dol op de geur van verse gist – die is in mijn ogen veel lekkerder dan die van gedroogde gist. En volgens mij rijst alles beter met verse gist – dus als het ook maar even kan gebruik ik altijd verse gist. In Oostenrijk en Duitsland kon ik het bij iedere supermarkt kopen – in Nederland volgens mij alleen bij de Jumbo en soms bij de warme bakker (naar vragen – het ligt dan niet zo in de winkel). De verhouding: 1:3 (dus 1 gram gedroogd = 3 gram vers). Belangrijk: altijd de verse gist oplossen in water of melk, handwarm! Gedroogde gist kun je er soms zo bijdoen, maar dat zou ik zelf met verse gist nooit doen.

Zo gingen ze de oven in!
Zo gingen ze de oven in!

Bouillabaisse
Ik ben dol op maaltijdsoepen! Vooral ook omdat ze zo lekker combineren met zelfgebakken brood en dat maak ik echt het liefste. Zo wonderlijk hoe je met steeds dezelfde basis toch steeds een andere smaak krijgt. Enfin – ik zal vast nog eens vaker schrijven over een zelfgebakken brood. Terug naar de vissoep! Ik vind verse vis altijd een beetje ingewikkeld, want hoe maak je het nou goed klaar. Zo’n filetje van een of ander visje uit de supermarkt is toch een beetje saai. Ik besloot eerst maar eens een vissoep te maken – stukjes vis gaar krijgen in vocht leek me niet zo lastig.

Voor het recept maakte ik allereerst gebruik van onze vertrouwde Soepbijbel. Ik kan er niets aan doen, zo heet dit boek echt. En het is ook echt een geweldig boek, vooral omdat de soepen die er in staan vaak redelijk eenvoudig te maken zijn. Ik was alleen niet helemaal overtuigd door het recept en dus ging ik ook te rade bij een andere favoriet: 24Kitchen online. Uiteindelijk baseerde ik me voor het grootste deel op dit recept uit een column van Herman den Blijker. Ik gebruikte wel visfond – zelf visbouillon maken bewaar ik voor een volgende keer 😉 En voor de rest ging ik uit van wat je overal ook leest over bouillabaisse: HET recept bestaat niet. Dus ik voegde wat meer kruiden toe dan Herman en gebruikte venusschelpen (vongole) in plaats van mosselen. Maar voor de rest kun je zijn recept prima volgen. De rouille liet ik overigens achterwege – we hadden nog heerlijke boter uit Frankrijk en dat smaakt ook heel goed in combinatie met deze vissoep.

Bouillabaise - in grootmoeders bord
Bouillabaise – in grootmoeders bord

Tip: als je nog nooit vis van de markt hebt gehaald (zoals ik… nou vooruit, ik haalde het al wel eens, maar toen wel een filetje) en je weet niet hoe je zo’n hele vis precies moet schoonmaken (zoals ik…) zoek dat dan op voor je begint te snijden. Ik deed het niet en ik denk zo maar dat ik nog wel wat meer vis in de soep had gehad als ik eerst even had gekeken hoe je een dorade eigenlijk schoonmaakt 😉

Sehnsucht

Dit bericht verscheen eerder op vrouwvaneenwetenschapper en wel in februari 2014

Sehnsucht volgens Wikipedia

Sehnsucht is een onvertaalbaarDuits woord, volgens de Duden de “ziekte van het lijdzaambegeren” („Krankheit des schmerzlichen Verlangens“), is een immense hunkering naar een persoon of zaak waar men van houdt of begeert, en is verbonden met een intens gevoel van pijn door de onbereikbaarheid van het object van begeerte. Sehnsucht kan bij hen die eraan lijden ziekelijke vormen aannemen, tot en met de doodswens tot gevolg.

Ik vind het een prachtig woord, sehnsucht. Het is niet een gevoel dat je iemand toewenst of dat je zelf graag hebt (althans, niet voor een langere tijd), maar het is een voorbeeld van een Duits woord dat iets beschrijft dat je in een andere taal niet kunt beschrijven. En ja er zijn meer van dat soort prachtige Duitse woorden – maar dat is een onderwerp voor een andere keer…

Toen ik iets jonger was dan ik nu ben, was ik een soort van goth. Niet helemaal een echte, want eigenlijk was ik te vrolijk om een echte goth te zijn. Ik leed niet genoeg aan dat gevoel van sehnsucht denk ik. Enfin, ik was groot fan van Goethes Erben in die tijd – een band die eigenlijk meer theater maakte dan muziek in hun begintijd, wat later wel iets anders werd denk ik. In 1998 zag ik Oswald Henk en consorten voor het eerst in Gent, in de Backstage, als deel van de Leben in Niemandsland II tournee.  Ik was enorm onder de indruk van het geheel, van het bijna manische optreden van Oswald en de sfeer van concentratie van de band en het publiek. Kaarsen verlichten het podium en het was magisch; het was een trip in Niemandsland, een land vol duistere magie, maar ook vol bijzondere liefde, pijn en verlangen. Als toeschouwer het ik het idee er deel van te zijn, van dat wat er op het podium gebeurde.

In 1999 zag ik ze nogmaals, tijdens het Wave Gotik Treffen in Leipzig – maar dat haalde het qua sfeer niet bij dat intieme concert in Gent. In 2002 maakte ik de fout om in Rotterdam nog eens te gaan – helaas was het Nederlandse gothic publiek helemaal niet onder de indruk van het theater dat ze voor zich zagen en bleef er een gevoel over van, daar is het weer, sehnsucht: een verlangen naar een optreden zoals ik dat eerder zag, een verlangen naar Niemandsland, van ondergedompeld worden in een beleving.

En toen woonden we in Duitsland en kwam er, geheel onverwacht, een jubileumconcert – nog een keer de mogelijkheid om naar Niemandsland te gaan. Ik twijfelde, ik zal het maar eerlijk bekennen. Ik luister naar Maarten van Roozendaal en ga naar Scooter – dan kwalificeer je echt niet meer als goth, ook niet meer als halve. Zou ik nog wel kunnen genieten van zo´n concert, was het niet beter om de herinnering aan Gent levend te houden? En zou Oswald nog wel zo manisch en indrukwekkend zijn? Hij zou niet de eerste zijn die te lang doorgaat met zingen… Maar uiteindelijk overtuigde het feit dat we op deze manier dan toch ook een tripje naar Leipzig konden maken me om naar het concert te gaan.

Volkspalast, buitenkant

Gisteren was het dan zo ver. Zenuwachtig liep ik naast Steven richting het Volkspalast. De omgeving deed me het ergste vermoeden – op een industrieterrein verwacht je niet echt een mooie locatie voor een concertzaal. Maar ineens stonden we dan toch voor een waar Volkspalast. Waar inderdaad een publiek van in het zwart gehulde dames en heren voor en in stond. De kaarsen branden nog niet toen we binnen kwamen, maar wat een prachtige zaal. Geinspireerd op het Pantheon in Rome naar wij dachten. En dan gaan de kaarsen aan en verschijnt niet veel later Oswald op het podium.  In dezelfde outfit als in 1998 – ja wel wat ouder natuurlijk, maar als hij eenmaal gaat zingen blijkt dat zijn stem nog niets heeft ingeboet. In het eerste deel gaat het om de liefde, in het tweede deel om de sehnsucht. Hoewel de akoestiek niet geweldig was, is de hele ervaring net zo indrukwekkend als 16 jaar geleden – misschien nog wel indrukwekkender, omdat ik nu de teksten beter begrijp – zowel omdat mijn Duits beter is geworden, maar ook omdat de teksten door meer levenservaring meer tot de verbeelding spreken.

Volkspalast - binnenkant

Geen spijt dus – misschien hooguit van het feit dat we maar kaarten voor 1 concert hadden en niet voor 2. Maar zoals Oswald altijd eindigt ´Bis irgendwo, irgendwann…´ – dus wie weet komt er nog eens een vervolg. En zo niet, dan heb ik deze herinnering.