Tagarchief: herinnering

Loes

Toen ik mensen vertelde dat we Rotterdam gingen verlaten, kreeg ik van veel kanten de vraag ‘ga je dan je vrienden niet missen?’ Ik hoefde nooit lang na te denken over het antwoord op die vraag. Als je zo regelmatig verhuisd bent als wij in de afgelopen 7 jaar, wonen je vrienden namelijk vanzelf verspreid. En blijkbaar trekken wij verhuislustige types aan, want van de vrienden uit Innsbruck en Erlangen zijn er inmiddels ook de nodige verhuisd, om over het Leidse clubje nog maar te zwijgen. Vrienden hoeven niet in dezelfde stad te wonen, je hoeft ze niet wekelijks te zien. Althans – dat denk ik.

Een van de mensen waarvan ik wel direct dacht ‘die ga ik missen’, was Loes. Loes leerde ik kennen dankzij Cardcetera – ze was de eigenaresse van Moonen & Van Pelt, kantoorboekhandel en postagentschap. Op een steenworp afstand van ons appartement – dus ik kwam er vaak, in drukke tijden dagelijks. Soms was het mijn enige stukje buiten op een dag en ging ik er bewust even heen om mijn enveloppen van een postzegel te laten voorzien. Want Loes, en haar medewerkster Diana, had altijd wel even tijd voor een praatje. Dankzij haar leerde ik wat meer over de buurt. Over de bedrijven die er hadden gezeten, de bewoners die er waren geweest, de restaurants die kwamen en gingen. Soms vertelde ze me wat over de bijzondere bewoners van de Hoge Heren en moesten we samen hard lachen. We deelden een leverancier en wisselden oorlogsverhalen uit over onze klanten en de tariefsverhogingen van post.nl.

Maar de winkel liep niet zo goed. Vanaf het moment dat ik er kwam kon ik dat al wel zien. Het was er niet zo vaak druk – wat ook verklaart dat er altijd wel tijd was voor een praatje. Er kwam een actie van de ondernemers uit de buurt – koop je kantoorartikelen bij Loes en help een mede-ondernemer! – maar dat zorgde maar voor een tijdelijke opleving. Ik kocht er – ironisch genoeg – met regelmaat wenskaarten, af en toe een flesje water als ik op weg naar een vergadering binnenliep en zo veel Dymo-rollen als ik maar enigszins nodig had. Maar ja – op die paar tientjes kan een winkel niet draaien. De duizenden euro’s aan porto die ik er afrekende, daar zag Loes maar een heel klein deeltje van en dat was wel waar de meeste mensen voor binnen liepen. Het personeel moest ze met pijn in haar hart dan ook laten gaan. Voortaan stond ze alleen in de winkel en dat was zwaar. Een plan om het pand te gaan delen met een stomerij sneuvelde. Ongeveer op het moment dat ik dacht ‘we gaan Rotterdam verlaten’ vertelde ze mij dat ze nu toch echt ging stoppen. De koek was op, net als de energie. Uiterlijk 1 januari werd begin december en ik zag naast het verdriet ook de opluchting.

En weet je? Ik snapte het volledig. En stiekem was ik blij dat wij ook gingen – dat ik niet te lang langs die lege winkel zou hoeven lopen. Ik bracht de laatste weken mijn pakketjes naar een ander postagentschap – geen tijd voor een praatje, gezucht en gesteun bij een pakketje naar Canada (waar je extra formulieren voor moet invullen), o wat miste ik Loes toen al! Op de laatste dag in haar pand ging ik nog even langs, de zakdoek kon net in mijn tas blijven. Toen ik een paar uur daarna in de lange rij van mensen stond die afscheid kwam nemen tijdens de receptie dacht ik ‘ja, ik was toch wel een vriendin gaan missen bij ons vertrek uit Rotterdam.’

Gistermiddag liep ik met mijn pakketjes naar de Bruna en moest ik denken aan Loes. En bedacht ik ‘ik ga haar een berichtje sturen. Wie weet kunnen we eens wandelen op het strand in het voorjaar.’ O enne de Bruna, best vriendelijke dames hoor. Maar ze heten geen Loes.

Die deutsche Sprache – een verhaaltje over hoe een balletje raar kan rollen

Een van de meeste memorabele docenten die ik had tijdens mijn jaren op het VWO was mijn leraar Duits. Daar waren best veel redenen voor. Zijn uiterlijk bijvoorbeeld – hij zag er een klein beetje uit als een dwerg; vrij klein, altijd met een geblokt hemd, een ringbaard en een pijp in zijn mond. Nee hij rookte niet in de klas – dat mocht ook in mijn tijd al niet meer – maar in ieder tussenuur stond hij buiten, meestal bij het sportveld, met zijn pijp. Maar ook het feit dat ik totaal geen feeling had voor zijn vak is een belangrijke factor. Ik haalde steevast een dikke onvoldoende voor Duits – tot die ene keer dat we een boek(je) in het Duits lazen en we tijdens het proefwerk daar in het Nederlands vragen over mochten maken. Stomverbaasd kreeg ik een 8 terug voor dat bewuste proefwerk. Dat ik dit nu nog weet, met mijn belabberde geheugen, geeft wel aan dat het diepe indruk op me heeft gemaakt. Hij was ook een jaar lang mijn mentor. Tijdens een gesprek met mijn ouders vertelde hij hen dat ik het gewoon echt niet kon, ik had ongetwijfeld geen inzicht in grammatica en geen gevoel voor der, die en das. Wat wel een beetje klopt, zeker dat deel over de grammatica – maar het feit dat ik eigenlijk vanaf het begin mijn woordjes Duits niet had geleerd, een strategie die ik met meer succes ook toepaste bij Engels, hielp zeker niet mee. Ik zal hem ook nooit vergeten omdat ik dankzij hem niet bleef zitten – waar ik met een 3 voor Duits zeker niet overging gaf hij me een 4, waarmee ik met hakken over de sloot dat jaar toch over ging. Mijn gemiddelde cijfer voor de overhoringen en proefwerken lag echter dichter bij een 2, dan bij een 3, dus hij matste me wel echt. Na drie jaar Duits liet ik het vak uiteraard meteen vallen toen ik daar de gelegenheid voor kreeg.

Toen we naar Oostenrijk verhuisden, dacht ik uiteraard aan hem – de ironie ontging mij niet. Wat baalde ik van het feit dat ik nooit die stomme woordjes had geleerd! Maar ach, uiteindelijk kon ik mezelf in dagelijkse situaties ook prima redden met mijn luister- en leesvaardigheid. In Duitsland volgde ik zelfs een cursus Duits en merkte ik dat er toch wel wat zat in zijn opmerking over mijn beperkte inzicht in de grammatica. Ik werd op dat gebied naar de kroon gestoken door de leerlingen uit Brazilië, die met hun talencursus van 6 maanden daar veel verder waren op het gebied van het herkennen van de verschillende naamvallen dan ondergetekende. Maar lezen en begrijpen kon ik nog steeds. En de liefde voor het Duits (en voor Duitsland) begon ook ineens verder op te bloeien – want wat heeft die taal prachtige woorden, begrippen en zinsconstructies. Daar kan het Nederlands soms echt niet aan tippen…

Gisteren moest ik weer aan hem denken. De ironie wil dat ik vermoedelijk ga werken aan een methode Duits voor het voorgezet onderwijs. Een veel moderne methode uiteraard dan die waar wij destijds les uit kregen. Hopelijk ook een leukere – want dat zorgt dan misschien wel voor meer leerlingen die de taal wel een kans gaan geven. Wie weet kan ik er ergens nog iets in stoppen over hoe een balletje raar kan rollen en dat het echt kan baten om toch die woordjes maar te leren….

 

Waarom deze video? Vanwege het prachtige Duits en de mooie beelden. En omdat ik ieder woord begrijp 😉