Tagarchief: herinneringen

Sneeuwengel

Zoals ik al schreef waren we een paar dagen in Frankrijk in februari. Het was het weekend waarin Nederland in afwachting was van de Siberische kou en de vrienden die we gingen bezoeken waarschuwden ons dat we in Frankrijk diezelfde kou konden verwachten. ‘Neem je winterkleding uit Oostenrijk mee!’ was het advies. Ai. Die hadden we dus niet. Nooit echt gehad ook. Laagjes dan maar en ik bedacht me dat mijn hardloopkleding ook goed beschermt tegen de kou. Want we zouden wel de sneeuw opzoeken op minimaal een van de dagen, een heuse winterwandeling.

Ik kreeg direct visioenen van barre tochten. Meer specifiek van een wandeling die we jaren geleden met mijn ouders maakten. Het jaar weet ik niet precies – doet er ook niet toe. Het is minstens 10 jaar geleden en we waren op wintervakantie in Tsjechië. Op een van de dagen begonnen we gezamenlijk aan een wandeling, maar haakten mijn ouders af. En net daarna zagen mijn eega en ik een prachtige glooiende sneeuwvlakte, met reeën. Een leuke wandeling, waar we blijkbaar enthousiast over vertelden. Want de volgende dag, toen we dus weer gingen wandelen in de sneeuw, dacht mijn moeder op een punt waar ze mogelijk normaal was omgedraaid ‘ik loop door, voor je het weet mis ik weer reeën.’ En ik, die op dat moment dacht ‘ik heb wel genoeg gewandeld in deze koude’ dacht ‘ik ga niet alleen omdraaien.’ En dus liepen we door – u raadt het al: dit was niet de juiste keuze.

Of althans, de tocht die volgde was een pittige. De paden lagen verstopt onder een flinke laag sneeuw, maar onder die sneeuw lag ijs en soms gleden we dus uit. De eerste keer vond ik dat nog best grappig getuige de foto die er van is, maar op een gegeven moment was het minder grappig. Bedenk dat dit ook voor het Google Maps tijdperk was en dat de routes met kleurtjes werden aangegeven – wat soms echt wel verwarrend werkt – en dat de lengte niet altijd vooraf helder is. O en, dat een wandeling die in de zomer via houten trapjes met een touw ernaast leuk is om te doen, in de winter kan zorgen voor gevaarlijke situaties. Zeker als je ook niet allemaal een wandelstok hebt of niet zo veel ervaring hebt in het wandelen in de sneeuw. En had ik al geschreven dat we geen eten of drinken bij ons hadden? Op een gegeven moment liep het tegen schemering aan en hadden we  geen idee wanneer we in de bewoonde wereld zouden komen. Mijn eega draaide zich naar mij om en zei ‘Astrid, dit is echt onverantwoord.’ Van schrik viel ik bijna van het trappad af – o nee, dat is mijn dramatische invulling. Maar ik schrok wel en werd nog wat voorzichter en dus langzamer, wat mijn vader de legendarische woorden ontlokte ‘Astrid, je bent de zwakste schakel hier.’ Oeps.

Enfin, omkeren was geen optie en dus gingen we glibberend en glijdend – soms letterlijk, een van de heuvels gingen we maar glijdend op ons derriere af – verder en uiteindelijk vonden we de weg. In het hotel was inmiddels de eigenaar wel ongerust – het was geen tocht die ze zouden aanraden in deze omstandigheden. Want had ik al geschreven dat er heel veel sneeuw lag? Enfin – om een lang verhaal af te ronden, het was een memorabele tocht. Het feit dat we er nu nog met enige regelmaat op terugkomen onderstreept dat wel. Maar het heeft me ook wat huiverig gemaakt voor wandelen in de sneeuw in onbekend gebied – want tsja ik ben liever niet de zwakste schakel….

En dus ging ik wel met wat twijfel op pad, afgelopen februari. Want we gingen met enorm veel proviand, veel laagjes kleding en zelfs sneeuwschoenen op weg. ‘Vind ik dit wel leuk’ vroeg ik me af na de eerste meters. Zeker de sneeuwschoenen lieten mij twijfelen, want jemig wat liep dat gek. Al snel bleek waarom: er ontbrak een pin in mijn sneeuwschoen. Zonder al te veel twijfel nam ik de beslissing om zonder sneeuwschoenen, maar met mijn wandelschoenen en stokken (jaja, die had ik nu wel!) de tocht te maken, want ik zag meer mensen zonder die schoenen. In het ergste geval kon ik omdraaien – want vriendin M. kende het pad en wist dat dit kon. Begin- en eindpunt waren ook hetzelfde, ik was voorzien van voldoende hulpmiddelen (inclusief telefoon met Google Maps), dus wat kon mij gebeuren? Wat volgde was een prachtige tocht in een sneeuwrijke omgeving. Waar de zon heerlijk scheen, waardoor ik al snel een van mijn lagen (mijn winterjas) in mijn rugzak propte. Ook hier ging ik een heuveltje glijdend op mijn bips af – met het verschil dat ik er nu zelf voor koos en het niet moest. Het voelde heerlijk – wat de foto’s ook laten zien. En daarna maakte ik nog een sneeuwengel.

Wat denkt u: zou ik over 10 jaar deze wandeling ook nog zo helder voor ogen hebben als die wandeling in Tsjechië? De tijd zal het leren…

Geheugen

Het is maar een gek ding, dat geheugen van mij. Soms kan ik je feilloos vertellen wat ik precies gedaan heb op een dag in een grijs verleden – over het algemeen als het iets met bijzonder eten te maken heeft – en een andere keer kan ik je aankijken als het over iets van een week geleden gaat en denken ‘heb ik dat gezegd?’ of ‘is dat echt gebeurd?’ Ik heb lang gedacht dat het vast zou betekenen dat ik later Alzheimer krijg. Nu denk ik dat ik gewoon een selectief geheugen heb. Er zijn namelijk genoeg dingen die ik wel lang onthoud. Maar nu ik bezig ben met het boek merk ik dat het best lastig is, dat selectieve geheugen.

Toen ik deze site begon, ging ik er vanuit dat mijn boek in een jaar geschreven zou zijn. De vorm wist ik al: een scrapbook. Met een combinatie van dagboekfragmenten, blogs (die had ik immers al) en tips – over Oostenrijk, over in het buitenland wonen in het algemeen en misschien ook wat recepten. Een mooie mix, liefst ook nog mooi vormgegeven. Het liep een beetje anders – want in 2014, het jaar dat dit moest gebeuren, verhuisden we terug naar Nederland. En daar ging het ‘gewone’ leven weer zijn gang – meer vrienden, meer werk, wennen aan een nieuwe stad. Het boek bleef wel in mijn gedachten rondspoken, maar ik dacht dat ik er de rust en de tijd niet voor had. Nu ik weet dat ik genoeg tijd kan maken om een marathon te plannen, denk ik dat ‘geen tijd’ vooral een excuus is. En dus ben ik maar gewoon ergens begonnen.

Dat moet ook wel. Want langzaam maar zeker begint mijn geheugen de tijd in Oostenrijk (en Duitsland – maar het boek zou vooral gaan over Oostenrijk) te kleuren. Ik denk vaker aan de leuke en mooie dingen daar, de lastige periodes en mijn gevoel van onbehagen en eenzaamheid begint te verdwijnen. Wat op zich prima is – maar als ik een eerlijk verhaal wil schrijven, dan is dat helemaal niet goed. Na het project Marathon begon het ook weer te kriebelen, dat boek. Het moet eruit. De gedachtes, de gevoelens, het gevoel dat ik het op wil schrijven – voor jullie, maar vooral ook voor mezelf. Zodat ik op mijn 80e in de aanleunwoning kan zeggen ‘Hoe zat het ook weer? O ja, ik heb het opgeschreven – wacht, ik zoek het even op.’ Als ik mezelf kan motiveren om een half jaar lang te trainen, dan moet ik mezelf toch ook kunnen motiveren om te gaan zitten en te schrijven – iets dat ik nog graag doe ook.

En dus was er twee weken terug ineens een eerste stukje. Mijn zus schreef al meteen dat ik toch echt regelmatig heen en weer reed – dat klopt, maar vooraf had ik dat nooit verwacht, dat ik dat ooit zou gaan doen en het nog leuk zou vinden ook. Of ik het leuk vond vanwege het rijden, of vanwege de bestemming (Nederland), tsja dat zal nog wel blijken uit de verhalen. Maar in dat allereerste begin, toen ik de bergen van Innsbruck nog nooit had gezien en ik nauwelijks wist hoe kummel smaakte, toen dacht ik dus ‘800 kilometer in je eentje rijden? Petje af.’

Ik probeer dus te graven in mijn geheugen, te achterhalen wat ik ooit dacht en dat is nog niet zo makkelijk. Gelukkig heb ik mijn eega – die een enorm goed geheugen heeft. En dus vertelde hij me wanneer het ook weer was, die sollicitatie in Innsbruck. Maart 2010 dus. Gek genoeg wist ik dan wel weer precies hoe de dag verliep dat we hoorden dat hij ook inderdaad was aangenomen. Maar op welke datum dat precies was…

Nadat het stukje online kwam, vertelde hij me ook dat hij sommige dingen heel anders heeft beleefd. Dat weet ik natuurlijk wel – ook al vergeet ik het soms ook weer. En dat wil ik hier ook nog wel even uitschrijven. Wat je hier leest, zijn mijn gevoelens, herinneringen en ervaringen. Het is allemaal hoe ik het beleefd heb, misschien ook hoe ik het inmiddels deels voor mezelf ingekleurd heb. Misschien ken je hem ook en denk je ‘nou, dat heb ik altijd heel anders begrepen!’ Dat kan dus – twee mensen vertellen twee verschillende verhalen, ook als ze hetzelfde beleefd hebben. Het is overigens ook de reden dat ik hem wat anoniem bij de titel ‘eega’ noem.

En nu? Nu ga ik gewoon door met stukjes schrijven. Ik weet nog niet of ik ze allemaal op het blog zet. Ik denk het niet – want als dat boek er ooit komt, dan moet er nog wel wat nieuws instaan natuurlijk. Maar misschien ook wel – want wie weet vind ik alleen een blog ook wel prima. U gaat het meemaken – mits u natuurlijk deze site blijft volgen.

O enne, iemand dacht dat wij nu onze spullen (opnieuw?) gingen pakken – nee hoor. Het heeft er alle schijn van dat we in Nederland blijven plakken. Maar: ik probeer om nooit meer nooit te zeggen! Want je weet maar nooit.

De Wisselpen: Verdwaald in Tirol goes folio!

Toen mijn moeder me vroeg of ik De Wisselpen van haar wilde overnemen dacht ik eerst ‘ja leuk!’ En toen vroeg ik haar ‘mag dat dan wel? Want ik woon al zo lang niet meer op de Merckthoef?’ Maar dat was geen probleem volgens mijn moeder – want ik kom er immers nog heel vaak, aangezien mijn ouders daar nog wel gewoon wonen. Zoals jullie allemaal hebben kunnen lezen in de vorige editie (die van mei 2016; online na te lezen via deze link). Ik ben dus Astrid Habraken – van Esdonk, geboren en getogen aan de Merckthoef, maar sindsdien regelmatig verhuisd.

In 2000 verhuisde ik van Eindhoven naar Leiden om te gaan studeren. Een beetje later dan gepland, omdat ik na een niet zo succesvolle eerste poging tot studeren in Tilburg eerst een paar jaar had gewerkt. Nadat ik verkering kreeg met Steven, inmiddels al zes jaar mijn man, en ik zag wat hij beleefde als student in Leiden, besloot ik om mijn baan bij Philips op te geven en weer te gaan studeren. De eerste maanden in Leiden vond ik het maar zo – zo. Ik kan me nog herinneren dat ik klaagde over de buschauffeurs die volgens mij in Eindhoven iedereen vriendelijk begroetten, maar in Leiden maar nors waren. En de lange Brabantse nachten op feestjes en tijdens het uitgaan op Stratums Eind, dat had je in Leiden ook niet. Na een tijdje wende ik daar natuurlijk toch aan. Sterker nog, we besloten in Leiden te blijven omdat we ons er inmiddels echt thuis voelden. Ik begon na mijn studie een eigen bedrijf, als tekstschrijver en projectmanager, en mijn man ging promoveren. We kochten een huis – want kantoor houden in de slaapkamer van ons appartement dat werkte niet zo prettig. Ook gingen we voor het eerst op een lange reis: naar Amerika. Daar zijn we daarna nog een paar keer geweest – sterker nog, op het moment dat u dit leest zijn we er weer (inmiddels niet meer – zoals de trouwe lezers wel weten 🙂 ).

Er was bij ons allebei ook een kriebel om naar het buitenland te gaan. Tijdens onze eerste vakantie in Zweden kregen we voor het eerst het idee dat we daar wel wilden wonen. We schreven ons zelfs in voor een cursus Zweeds – al kwamen we nooit verder dan de eerste les. Maar de kriebel was zo sterk dat ik mijn bedrijf zelfs een Zweedse naam gaf: Flytande, wat vloeiend betekent in het Zweeds. Toen we eenmaal het huis hadden gekocht waren er denk ik veel mensen die opgelucht dachten ‘nu blijven ze wel in Nederland.’ Maar tijdens die eerste reis naar Amerika kwam het hoge woord bij ons beiden eruit: we vertrekken! Misschien niet voor altijd, maar toch in ieder geval voor een langere periode. Amerika stond hoog op de wensenlijst, maar ja: je moet toch eerst een baan vinden. Steven solliciteerde naar een baan als wetenschapper in Oostenrijk – onze volgende stap zou dan Amerika worden. En hoewel mijn Duits belabberd was, ik een hekel heb aan sneeuw en bergen was het vooruitzicht van Amerika genoeg om dit avontuur aan te gaan.

Lake Michigan bij Chicago - er zijn slechtere plekken om te wonen!
Lake Michigan bij Chicago – er zijn slechtere plekken om te wonen!

De voorbereidingen moesten in een razend tempo gebeuren: in april hoorden we dat hij in september kon beginnen. Tussendoor moesten we nog ‘even’ een huis verkopen, woonruimte vinden in Innsbruck, moest ik mijn werkzaamheden afronden en o ja, we gingen ook nog trouwen in september. Dat kwam mooi uit – want zo zagen we alle familie en vrienden nog even voor we vertrokken. De dag na ons huwelijk genoten we na in het bijzijn van de naaste familie en goede vrienden en de volgende dag stapten we in de auto naar Innsbruck. Waar ik tot op dat moment nog nooit was geweest – het uitzoeken van het appartement en het verhuizen van de eerste spullen had ik namelijk allemaal aan Steven overgelaten. Ik had het te druk met werk afronden.

Denkt u nu ook ‘het lijkt wel Ik vertrek? Weer zo iemand die onvoorbereid naar het buitenland gaat?’ Helemaal ongelijk kan ik u dan niet geven. De overgang van de drukke periode die laatste maanden in Leiden naar de rust en het even niet zo veel doen in Innsbruck was niet echt makkelijk voor mij. Ik schreef er regelmatig over op mijn blog, Vrouw van een wetenschapper. Ik dacht toen ook vaak terug aan de eerste tijd in Leiden, toen ik Eindhoven mistte. Maar dit was wel anders – ik kon niet echt wennen aan het wonen in zo’n kleine stad en de mentaliteit van de Oostenrijkers. Of beter gezegd: van de Tirolers. Mijn vader hield me wekelijks op de hoogte van wat er op de Merckthoef allemaal gebeurde. In ruil daarvoor stuurde ik dan een foto genomen vanaf ons balkon. We hadden namelijk uitzicht op de bergen en mijn vader heeft een liefde voor wandelen in de bergen. Een goede ruil – maar het was niet genoeg. Gelukkig was Eindhoven maar een dag rijden – ik kwam dus ook echt regelmatig naar Nederland. Ik denk dat ik in die tijd vaker in Eindhoven was dan toen ik nog in Leiden woonde. Ik had mijn ouderlijk huis als uitvalsbasis en zag mijn ouders en twee zussen heel vaak. Tijdens een van die verblijven kreeg ook het idee van een eigen webwinkel meer vorm – mijn zus Linda wilde dit wel samen met mij opzetten. Cardcetera opende in mei 2011 de virtuele deuren en zorgde er voor dat ik nog een extra reden had om vaker naar Eindhoven te komen – hoera!

Stapels post verstuur ik voor Cardcetera - hier nog vanuit de Merckthoef, inmiddels vanuit Rotterdam
Stapels post verstuur ik voor Cardcetera – hier nog vanuit de Merckthoef, inmiddels vanuit Rotterdam

De baan van Steven was tijdelijk, dat wisten we vooraf. Gezien mijn heimwee naar Nederland en het krijgen van een goed aanbod van een baan in Duitsland, ging de droom om voor langere tijd naar Amerika te gaan de koelkast in. Na tweeënhalf jaar Oostenrijk verhuisden we naar Erlangen – u misschien welbekend als overnachtingsplek op weg naar de wintersport. Gek genoeg kon ik in Duitsland wel aarden – niet omdat ik nu beter Duits sprak, in Oostenrijk had ik namelijk niet zo veel bijgeleerd. Maar Duitsers blijken echt wel anders dan Oostenrijkers en belangrijker nog: in Erlangen was een wat actievere expatgemeenschap actief, waardoor ik al snel wat leuke dames leerde kennen. De leukste dame daar leerde ik kennen via Postcrossing – een project waarin je kaartjes stuurt naar mensen over de hele wereld. Ze zag dat ik ook in Erlangen woonde en nam contact op. Ook nu zie ik haar nog af en toe, al sturen we nu weer vaker een kaartje. Intussen bleef in Eindhoven de webwinkel wel doorgroeien, maar met de deskundige hulp van mijn moeder ging dat allemaal goed. Veel dingen konden we ook prima op afstand regelen – bijvoorbeeld via Skype.

Helaas had Steven het in Duitsland wat minder naar zijn zin. Reisde ik vanuit Innsbruck vaak alleen naar Eindhoven, nu gingen we meestal samen. En er waren ook genoeg redenen voor, zoals ouders die zestig werden en vrienden die gingen trouwen en waar we ceremoniemeester voor waren. In die tijd waren we zo vaak in Eindhoven dat mensen bij mijn ouders in de straat denk ik soms verbaasd waren als we er een weekend niet waren. Vooruit – ik overdrijf het, maar toch maar een beetje. En dus gingen we weer om ons heen kijken. Na wat sollicitaties in Nederland en kijken naar banen in Duitsland, solliciteerde Steven begin 2014 in Rotterdam naar een baan bij de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam. En wat wil het toeval? Ik wilde altijd al in Rotterdam wonen. En zo geschiedde: sinds mei 2014 wonen we in het centrum van deze prachtige stad. Die me soms overigens ook erg aan Eindhoven doet denken. Voor mij betekende dit ook dat mijn werk weer uitdagender is geworden – tijdens de periode in het buitenland werkte ik vooral voor opdrachtgevers die ik al langer kende.  En inmiddels is Cardcetera ook helemaal verhuisd naar Rotterdam.

Uitzicht op de cruiseterminal Rotterdam
Uitzicht op de cruiseterminal Rotterdam

We kijken uit op de Erasmusbrug en de cruiseterminal. En terwijl ik dit schrijf, ligt de Rotterdam, een van de cruiseschepen van de Holland Amerika Lijn, aan de overkant aangemeerd. En dan komt toch weer die kriebel naar boven, dat buitenlandavontuur dat blijft lonken. Misschien blijft het wel bij vakanties, misschien trekken we ooit de stoute schoenen aan en gaan we toch echt weg. Gelukkig heb ik dan altijd een mooie uitvalsbasis aan de Merkcthoef, waar ons bed altijd klaar staat.