Tagarchief: marathon Rotterdam 2017

De Marathon: terugblik

Het is inmiddels precies 4 weken geleden. De marathon van Rotterdam. Ik beloofde in mijn wedstrijdverslag een terugblik. En dat had ik vandaag willen beginnen met mijn volgende wapenfeit – de Urban Trail van Rotterdam. Die was vandaag – een loopje dat vooral voor de lol is, want je loopt door allerlei bekende gebouwen. Het gaat niet om de tijd, maar om de mooie route. Een route vol hindernissen en vol trappen. En daarom ging ik niet. Want hoe mooi die route me ook leek – mijn benen willen nog niet zo. Ik loop wel weer, maar gisteren moest ik na 2 kilometer toch echt toegeven dat mijn kuiten niet wilden. Of het nog de nasleep van de marathon is, ik weet het niet. In de hardloop-groep wordt gezegd dat het kan. Ik geloof het – wel een beetje half, want hé ik had maar 2 dagen spierpijn. Dus hoezo is dat zo’n aanslag op je lijf, dan moet je toch meer pijn hebben? Maar iets heb ik wel geleerd in de afgelopen periode: luisteren naar je lijf. Soms zit iets er even niet in. En rust = ook trainen.*

Startnummer ophalen – de zenuwen begonnen toen echt

Lange duurlopen

Geen heroisch wedstrijdverslag dus om mijn terugblik mee te beginnen. Wel nog steeds een verwonderd gevoel – dat ik dat heb gedaan, ruim 42 kilometer hardlopen! En eigenlijk, eigenlijk viel het voorbereiden me niet tegen. Ja ik riep een keer ‘ik doe dit nooit meer!’ en dat was in een drukke week, waarin ik echt dacht ‘hoe pas ik die drie keer lopen nu weer in mijn werkschema in?’ Maar de echt lange duurlopen gingen bijna allemaal goed. De eerste keer 30 kilometer weet ik nog heel goed en die voelde geweldig. Ik ging voor minimaal 25, maar besloot dat die 30-er er toch een keer moest komen. De 35 kilometer – de georganiseerde Road Through Rotterdam (zelfs met medaille) – was zwaar, maar ook volop genieten. Ik mis die duurlopen nu ook echt. Ik heb een keer 10 kilometer gelopen sinds 9 april en wat voelde dat lekker. Ik hoop dat ik ergens in mei nog een 15 kan lopen – gewoon voor mezelf, omdat het kan en het zo enorm lekker voelt.

Road Through Rotterdam – georganiseerd door de RMD-groep

Afspraken en alcohol

Het allerlekkerste na een wedstrijd in de zon: een Radler!

Het plannen was dus soms lastig. Zeker als er ook feestjes of concerten waren. Maar het lukte. En eigenlijk heeft het me minder moeite gekost dan ik had verwacht. Ja ik ben minder weg geweest – je moet ook af en toe slapen – maar ik heb ook genoeg dingen wel gedaan. Keuzes maken – ik ben er niet goed in, maar het moest nu gewoon. En dat gaf me gek genoeg ook rust.

Ook was ik bang voor het niet mogen drinken. Of niet mogen – je mag natuurlijk alles, maar ja alcohol heeft wel echt een slechte invloed op mijn loopprestaties. Nu is het niet zo dat ik dagelijks of zelfs wekelijks drink. Alleen als ik drink… ja dan is er niet altijd een rem. En die moest ik soms wel hebben. Maar ook dat viel me eigenlijk mee. En een tip van mij voor als je toch ook denkt ‘ik kan de alcohol toch niet helemaal laten staan’: drink Radler. Of een ander licht biertje. Wijn en hardlopen gaat bij mij minder goed samen 🙂

Twijfels

Viel er dan ook wat tegen? Ja zeker! Mezelf blijven motiveren – ook als het regende, ook als ik ’s avonds in het donker moest lopen. Dat laatste, dat is echt niets voor mij. Dan ging ik nog wel eens op die stomme loopband – maar nee dat is ook niets voor mij. Iets anders dat ik lastig vond, was het vertrouwen blijven hebben dat ik a) genoeg getraind had en b) de juiste weg had gekozen. Had ik niet toch bij een loopgroep moeten gaan? Was het niet slap om na een keer een georganiseerde loop daarna alles alleen te lopen? Ging ik het nog wel halen nadat ik in december een week of twee nauwelijks liep? Was het echt wel slim, die marathon, met mijn bouw en gewicht?

Na de race: gratis ijsje in ruil voor een foto met mijn medaille!

Fans

Ik twijfelde behoorlijk vaak – maar ik had een schare trouwe fans die altijd bereid waren mij moed in te praten. Daarmee bedoel ik iedereen die geluisterd heeft op welke manier dan ook naar mijn verhalen. Of die ‘geleden’ heeft omdat ik niet kon of niet wilde afspreken. Of die ik belde omdat mijn horloge niet wilde wat ik wilde (nogmaals dank G.!). Een paar mensen wil ik wel even extra bedanken!

  • Allereerst de mensen van de RMD-groep op Facebook. Ga je ooit de marathon van Rotterdam lopen: ga bij deze groep! Wat een informatie en wat een enthousiasme. En ook: wat een humor. Want je moet jezelf niet altijd serieus nemen, ook niet in de voorbereiding op een marathon.
  • Monique van De Hardloopwinkel Rotterdam – tevens voorloper bij de enige officiële trainingsloop die ik deed. Altijd eerlijk, altijd goede adviezen. Wie weet sluit ik ooit aan bij je trainingen 😉
  • Mensen van verschillende hardloopblogs die ik lees – met name Saskia en Patricia. Ik ken ze niet echt – al heb ik met Patricia ooit gelopen bij de Hardloopdames in Rotterdam – , maar het voelt wel zo. Soms dezelfde twijfels, soms andere – maar altijd inspirerend.
  • Personal trainer Varujean – altijd vol vertrouwen dat ik het kon (ook al duurde het iets langer dan gepland voor ik me uiteindelijk inschreef), streng als het moest en vooral in staat om de krachttraining toch leuk te maken. En ervoor te zorgen dat ik volgens iemand die ik niet bij naam zal noemen niet meer loop als een huisvrouw. Vond ik persoonlijk wel een compliment 🙂
  • Loopvriend S. – voor alle maandagen dat we elkaar hebben bijgepraat, voor alle adviezen (die ik dan soms nog bij anderen ging verifieren… eigenwijs hè), voor de informatie over loopjes die al dan niet passen in de voorbereiding. Toen je in 2016 je startnummer ging halen wist ik zeker dat ik ook wilde – toen ik je rond de 36 KM zag wist ik bijna zeker dat ik niet wilde. Wat ben ik blij dat we op afstand samen de voorbereiding konden doen. En dat we die eerste kilometers samen hebben gedaan. Wie weet ooit nog eens 🙂
  • En natuurlijk mijn eega – vanwege het rotsvaste vertrouwen, de trots die ik zag als ik weer een doel(tje) bereikt had, het meedenken over lastige eetkwesties, mee nadenken over trainingen, het nooit boos worden als ik zei ‘nee dat kan niet, want ik moet lopen,’ de strenge boodschap van 8 april (geen zin is geen reden om te stoppen) en natuurlijk ook voor het meelopen op 9 april. Als je ooit zelf gaat lopen dan ehm, nou dan hoop ik dat je niet meteen heel hard gaat 😉

En natuurlijk: iedereen die 9 april langs de kant stond. Zonder jullie was het niet gelukt. Maar dat heb ik al gezegd en geschreven toch? 🙂

De eerste kilometers samen met loopmaatje S. Geweldig gevoel!

En nu?

Nog voor ik over de finish ging zei ik dat ik het nog een keer ging doen. Dat denk ik nog steeds. Alleen weet ik nog niet wanneer. De pijntjes geven aan dat het niet niks is voor je lijf, zo’n marathon. Dus of het verstandig is om het in Eindhoven nog een keer te doen, dit najaar? Ik weet het nog niet. Prachtig natuurlijk – de vijfde deelname en dan ook nog mijn geboortestad. Genieten van de sfeer op Stratums Eind, weten dat er veel mensen bij kunnen zijn, mee kunnen fietsen. Maar ook weten dat ik de hele zomer zal moeten doortrainen – moeten ja, niet lekker kijken wat ik wanneer loop, maar weer plannen. Ik riep heel hard en enthousiast ja vlak na de finish – maar nu zeg ik dat ik er toch nog even over ga nadenken. Eerst maar weer eens lekker kunnen lopen, zonder pijntjes. Genieten dat ik deze mooie sport mag uitoefenen. En dat ik gewoon echt, echt, echt die marathon heb gelopen. Ik ga nog even naar mijn medaille kijken hoor 😉

 

Supporters – wat zijn jullie belangrijk!

* Rust = ook trainen vind ik nog steeds een lastig concept. Maar ik probeer het wel serieus te nemen. Lukt niet altijd. Maar proberen is stap 1 denk ik dan maar…

Nog 4 weken…

En dan heb ik als alles volgens planning en verwachting gaat nu die felbegeerde medaille in handen! Nog een lange duurloop te gaan – de 35km volgende week – en dan is het afbouwen, uitrusten en hopen dat het mooi weer wordt op 9 april.

Het gekke is dat nu al het gevoel begint te kriebelen van ‘wat nou daarna?’ Er zijn weken geweest dat ik dacht ‘eens, maar nooit meer!’ en ja – dat dus al voor het daadwerkelijke lopen van die 42+ KM. Mijn wijze eega zei al ‘zeg nooit nooit’ en tsja, nu zie ik al wel waarom. Want het idee dat nu de lente aanbreekt de echt lange duurlopen bijna voorbij zijn, dat is best een gek idee. Wordt het eindelijk mooi weer, ga ik niet meer op pad richting Den Haag of Dordrecht. En pas dacht ik ‘goh, Leiden ligt eigenlijk ook binnen de mogelijkheden.’ Voor zij die het nog niet wisten: ik vind het dus erg leuk om ergens heen te lopen en dan met de trein terug te gaan. Leuker dan een rondje lopen – waarom weet ik ook niet precies.

Vorig weekend liep ik op zondag ‘maar’ 12 km. Ineens dacht ik ‘wat ga ik dan met die vrije tijd doen?’ Want de voorbereiding dwong me om wat meer rust in te bouwen in de weekenden, keuzes te maken. Dat is soms lastig – maar stiekem is het ook wel fijn. En bij vlagen had ik echt een runners high – bijvoorbeeld tijdens mijn 30km loop, toen ik langs de SS Rotterdam liep met Anouk kei hard in mijn oren. Soms moet ik echt meezingen en op die momenten denk ik ‘wie maakt mij wat?’

Iemand die staat te juichen langs de weg, ook altijd een fijn moment! En vaak ook een leuke foto 🙂

Door de week lopen, dat was wat lastiger bij tijden – zeker omdat ik echt een hekel heb aan in het donker lopen. In de ochtend kon ik niet meteen uit bed in mijn hardloopkloffie stappen voor een 5km en na een dag in Den Bosch op kantoor was het ook al donker. Heel af en toe deed ik het – met wisselend succes – , soms week ik uit naar  de loopband – zonder plezier. Dat blijf ik toch echt saai vinden.  Maar ook dat lost zich nu op, nu de dagen lengen. Maar ga ik wel drie keer per week lopen, als er geen groot doel is?

Maar iets meer vrijheid in wat ik wanneer loop is toch ook wel fijn. Zo zit ik nu te wachten op de start van de CPC (City Pear City); volgens veel mensen de voorjaarsklassieker, de start van het seizoen. Vorig jaar liep ik er de 10km en zei ik: ‘NOOIT MEER!’ Veel te druk, ik kon niet mijn eigen tempo lopen en de route, mwah. Maar ja. Ik moet ook leren mijn eigen tempo te lopen in een meute. En daarom ga ik zo toch. Kijken of ik mijn tempo kan lopen in een grote groep – met misschien een versnelling de laatste 5km. Niet gaan voor een PR – ook dat is een gek gevoel. De start is pas om 14.30 – als ik gewoon mijn rondje in Rotterdam had gelopen was ik nu al lang onderweg en aan het genieten van het mooie weer. Geen gedachtes over ‘trek ik wat langs aan? Want het is toch zeker een half uur stil staan. Maar daarna heb ik het warm, wat doe ik dan met mijn shirt / jasje?’

Maar ja – geen wedstrijd in het vooruitzicht kan ook wel zorgen voor verslappen, niet meer lopen dus. Veel sneller worden – eigenlijk vind ik dat niet zo belangrijk. Ik geniet meer van een 20km loop op een langzamere pace, dan van een 5km loopje – ook al gaat dat nu wat sneller dan een tijd geleden.

Dit alles raast nu door mijn hoofd – terwijl ik natuurlijk nog wel ‘even’ die 42,195 kilometer moet lopen. Want er kan nog van alles gebeuren in 4 weken. Laat ik dat maar afkloppen… En meteen even de prangende vraag stellen: wie komt me door de laatste kilometers heen sleuren op 9 april? Het zou enorm fijn zijn als er vanaf kilometer 26 met enige regelmaat een aanmoediging klinkt.

 

Terwijl dit stuk verschijnt, is de CPC voorbij. NU ECHT NOOIT MEER! Te druk – een paar keer zo druk dat ik moest inhouden. Het stuk bij Scheveningen is prachtig – maar voor de rest blijft het mwah. En de pace? 6.43 – net te snel, maar ik ben wel tevreden 🙂

Marathon training; de duurlopen zijn begonnen!

Het is al weer even geleden dat ik iets schreef over de marathon, dus het ‘mag’ wel weer vind ik. Na de halve van Eindhoven in een PR volgde de prachtige ’t is voor niks loop in Geldrop (echt op een paar seconde na net geen PR – maar gezien het onverharde terrein was ik toch dik tevreden) en de Bruggenloop in Rotterdam, met een heel fijn PR. En toen zakte ik even in – 9 april leek nog ver weg, het was druk met het afronden van allerlei werkzaamheden voor kerst en de volgende wedstrijd, de Midwinter Marathon in Apeldoorn op 5 februari, leek nog ver weg. Maar tegelijkertijd wist ik ook dat op zondag 8 januari de eerste duurloop bij C.A.V. Energie op de planning stond – 23 km, met een tempo van 6.48 per km. Dat kan ik aan – getuige mijn PR op de halve – maar dan moest ik wel in vorm blijven.

Bijna over de finish in Eindhoven – kijk even naar  die verbeten kop!

En tsja – dat vond ik dus de laatste weken van december en de eerste van januari wel een uitdaging. Ik liep wel wat, deed ook netjes mijn uur krachttraining per week, maar even was er geen motivatie. Ik had behoefte aan vakantie, aan even niets moeten. Ik las mee in de Rotterdam Marathon Groep op Facebook, stuurde veel berichten aan loopvriend S. en kreeg natuurlijk advies van eega S. Maar toch dacht ik ‘Astrid, nu moet je echt door zetten – anders kom je er niet.’

En toen was het 8 januari, de eerste duurloop. De dag daarvoor was het echt winterweer in Nederland – stiekem hoopte ik nog even dat het niet door zou gaan. Maar nee, het was prachtig weer op 8 januari: koud, maar de zon deed z’n best. In Rotterdam was het dan ook helemaal niet glad – in Barendrecht wel iets meer. Even slikken voor mij – ik ben geen held als het gaat om gladde wegen, bang als ik ben om op mijn snufferd te gaan. Ik weet het, dat hebben meer mensen. En als jij het ook hebt, dan zul je weten dat bang zijn resulteert in voorzichtig lopen en dat dit dan weer vaak resulteert in vallen. Maar goed – 9 april staat en de datum van de duurloop ook. Dus startte ik om 10u samen met een flinke groep bij C.A.V. Energie.  Onderweg was het op veel plekken glad – dus oppassen geblazen. Het tempo werd goed aangegeven door de twee pacers – alleen hielden zij het tempo wat hoger, zodat het met wandelen bij de drinkposten toch nog op die 6.48 zou komen. Ai. Dat was even doorbijten voor mij. Tel daarbij op het regelmatig voorzichtiger lopen en dan kom je op een gegeven moment toch op een afstand van de groep. Gelukkig bleef er een fietser bij me en werden we op een gegeven moment ingehaald door een van de snellere groepen – waardoor ik even mee op sleeptouw kon en weer aansluiting vond bij de groep. Ik bleef rennen – ging niet wandelen (ja – wel bij de drankposten). Ik sneed het laatste stukje niet af. Het was pittig – maar ik haalde de 23km en was niet eens de laatste van onze groep.

Handig: verzorging onderweg! Foto met dank aan C.A.V. Energie

De week daarna moest ik gewoon door met lopen – dus niet stoppen, even rust nemen zoals ik normaal doe na een halve marathon. Maar dat ging eigenlijk prima – de zondag daarna liep ik alleen netjes volgens schema mijn 17.5 km en eigenlijk op een veel fijnere manier dan met de groep – omdat ik niet dacht ‘ik houd ze op’ of ‘ik ben te langzaam.’ En toen begon de grote strijd in mijn hoofd: ga ik de 25km op 22 januari met C.A.V. doen of ga ik toch gewoon alleen? Ik kan je vertellen: pas vrijdagochtend, na allerlei scenario’s te hebben bedacht, besloot ik om toch gewoon zelf te gaan. En zo stond ik vanochtend om 8u naast mijn bed en om 9.15 buiten. Om 12.30 was ik weer thuis – 25.45 km verder. I did it! En pas na het douchen stortte ik in 🙂 Dus nu heb ik een tijd om me 5 februari in Apeldoorn op te richten.

25.45 km – I did it!

Tsja – ruim 600 woorden al. En ik heb nog zo veel te schrijven. Ik bewaar het wel voor na 9 april, als ik echt die marathon heb gelopen. Maar voor de mensen die dit lezen en die ook bezig zijn met het voorbereiden voor hun eerste marathon, nog iets dat ik de afgelopen weken geleerd heb. Blijf bij je eigen gevoel. Ik zie mensen die veel meer lopen of juist veel minder lopen en vooral mensen die heel veel sneller lopen dan ik. Ik kan er behoorlijk van gaan twijfelen. Maar ja: zij zijn mij (of jou) niet. Ik weet dat ik geen enorm snelle loper ben, dan ik wat kilootjes meer meesleep dan de gemiddelde (marathon)loper, maar ik weet ook dat ik mentaal veel aankan. Uiteindelijk moet ik op 9 april zelf het vertrouwen hebben dat ik het kan en dat zal vanaf 30 / 35 km vooral aankomen op mijn mentale toestand. Daar kan niemand me bij helpen – dat moet / mag ik helemaal  zelf doen. Een loopje als vandaag geeft me het vertrouwen dat ik dat kan – het is niet snel, maar ik heb gedaan. Helemaal zelf. Woehoe!