Tagarchief: muziek

Zwoele zomeravond – verschrikkelijk cliche

Het is dus een zwoele zomeravond en de setting is het Amsterdamse bos. Daar wordt in de zomer Het Bostheater opgebouwd, waar je de hele zomer lang kunt genieten van toneel en van concerten. De hele dag houd ik de lucht al angstvallig in de gaten, want het concert van vanavond vindt dus plaats in de buitenlucht. Na weken vol zon en hitte, is het al een paar dagen wat minder weer en de avond zou dus letterlijk in het water kunnen vallen. En dat willen we niet – want vanavond willen we kletsen, maar vooral ook genieten van, meezingen en meedansen met de band en vooral niet hoeven schuilen voor een onweersbui.

We gaan op tijd, zodat we zeker een mooie plek hebben in het kleine amfitheater dat verscholen ligt in het Amsterdamse bos. Al zou het eigenlijk het Amstelveense bos moeten heten, maar ach. De sfeer zit er meteen in als we samen met twee andere dames en een heer de weg zoeken van de parkeerplaats naar het theater. We gaan in de rij voor een hamburger en een vegaburger, nadat we eerst muntjes hebben gekocht. Misschien ligt het aan mij, maar als je muntjes moet kopen krijg ik vrijwel direct een festivalgevoel en dat maakt me net een beetje extra blij.

We hebben inderdaad nog ruim de keuze voor een zitplek en we nestelen ons aan de rechterkant van het podium, behoorlijk vooraan maar wel zo ver dat we onze helden goed kunnen zien. We eten, kletsen bij en klappen beleefd maar niet enorm enthousiast voor de twee support acts. Best leuk hoor, maar we komen voor iemand anders. In mijn buik voel ik de spanning opkomen – zou het nog net zo leuk zijn als de vorige keer in Utrecht? Of was dat ook het gevoel van jeugdsentiment, van ‘we hebben ze zo lang niet gezien’ dat zorgde voor een geweldige avond? Is Koen nog net zo knap en energiek? We houden het in ieder geval droog en vlak voor ze opkomen trekken de wolken zelfs weg. Zo is een concert in de openlucht extra leuk.

En dan komen ze op. Kris en Koen Wauters, vergezeld van een hele troep muzikanten: Clouseau dus. Vanaf de eerste klanken is het raak. En dat vind ik niet alleen, getuige het geklap en gejoel van de 1400 andere toeschouwers. Het is alsof de tijd stil heeft gestaan – Koen lijkt nauwelijks ouder, we kunnen alles woord voor woord meezingen en weten precies waar de gekkigheidjes in de liedjes zitten. Het is even terug naar de tijd dat het voorkomen van het woord verdomme in een liedje reden is het niet te mogen zingen op TV. Terug naar de tijd dat ik met mijn opa gesprekken voerde over de volgens hem vreemde teksten van dit Belgische gezelschap. Herinneringen aan een tijd dat het normaal was dat artiesten gewoon het publiek in liepen zonder beveiliging en je – in theorie, want je deed het (meestal) niet – zo het podium op kon lopen. Herinneringen aan de keer dat ik met mijn tante in het Frits Philips naar een concert van Clouseau ging – mijn eerste theaterconcert denk ik, waarbij we gelukkig al niet bleven zitten maar gewoon lekker gingen staan en konden dansen in de zaal. En ook de keer dat ik met mijn zusje in Antwerpen genoot van de show van deze heren in het Sportpaleis; het moment waarop ik me realiseerde hoe groot deze band in eigen land eigenlijk is.

Koen & Kris

Ik voel mijn stem schor worden van het meezingen, maar dat maakt niet uit. Voor mij is dit een concert zoals het hoort: ongecompliceerd, meebleren tot je schor bent, genieten, dansen, meeklappen, een gevoel van verliefd zijn op de zanger en op het leven, van samen zijn met een heleboel mensen die je niet kent, een artiest die contact maakt en vol energie, passie en overtuiging de liedjes zingt die we zo graag willen horen. Ook al zingt hij sommige daarvan al 30 (!) jaar.

In de auto terug halen we herinneringen op aan cassettebandjes, CD’s van 50 gulden en de oude bandleden. En vandaag, vandaag staat Clouseau op repeat via Spotify en zing ik, heel zachtjes, lekker mee en geniet ik nog even na van een mooie, muzikale avond.

Festivalleven

Augustus 1997

We gaan naar Lowlands. En we zijn een aantal vrienden van het VWO, die tussen het eindexamen en de start van een universitaire carrière inzitten. We zijn ook zussen en de kinderen van de Merckthoef. Het is een van mijn eerste festivals, Dynamo Open Air en het Nirwana Tuinfeest waren nog net wat eerder dat jaar. We mogen slapen in de tent van een vriend van mij, die al jaren naar Lowlands gaat met een grote groep en die daar altijd een grote legertent opzetten. Alles is er – tent, luchtbed, slaapzak – dus met een mini rugzak met daarin (denk ik) een paar schone onderbroeken en een set schone kleren reis ik af. Onderweg in de trein en wachtend op de pendelbus nuttigen we de meegebrachte biertjes. Een beetje vroeg misschien, maar ze zijn dan ook wel erg zwaar én ze worden er niet kouder op.

In de rij, om half 7 ’s ochtends en toch lachen – Pinkpop 2018

Van de eerste dag herinner ik me vooral een historisch optreden van Life of Agony, waar we middenin het publiek staan. Van de rest van de dag herinner ik me vooral de biertjes, kletsen, lachen, de zon en het niet van het terrein af willen gaan – ook al is de camping helemaal niet heel ver weg. Aan het einde van de avond zijn de munten die het hele weekend mee moesten gaan op, waarbij we van de legertent-vriend ook nog de nodige rondjes hebben gehad. We worden van het terrein gestuurd als het dicht gaat. De volgende dag word ik pas echt wakker als ik op het terrein achter een hamburger zit. Maar dat maakt niet uit – want op Lowlands mag je ontbijten met een hamburger en is op tijd zijn alleen belangrijk als er een band speelt die je echt moet zien. Als Rowen Hèze begint en we lekker vooraan staan, in de regen van bier, geniet ik weer met volle teugen. Ook het optreden van Skunk Anansie van die dag staat in mijn geheugen gegrift. Als ik nu naar het verdere programma kijk, zou ik met terugwerkende kracht ook naar 16 Horsepower gaan – maar of ik dat ook deed? Ik herinner het me niet meer.

 

Juni 2018

We gaan naar Pinkpop – inmiddels hebben we allemaal de nodige festivals bezocht, ik vermoedelijk nog de minste. We zijn nu opnieuw de zussen en daarnaast vriendinnen en de mensen van de pub van mijn kleine zus. Om drie uur ’s nachts staan we op, douchen en stappen de auto in. De kleine rugzak heb ik niet meer – het is nu een flinke backpack. Rond zes uur ‘s ochtends staan we in de rij voor de camping en drinken we volgens de traditie ons eerste biertje. Tegen half negen zitten we op onze stoeltjes en een voor een besluiten we allemaal toch nog even een dutje te doen. Want het duurt nog lang voor het terrein open gaat en nog langer voor de eerste band komt die we wel aardig vinden.

Op het veld, muziekje, zonnetje, drankje

We brengen de dagen door met languit liggend in het gras luisteren naar bands, dansen en springen op datzelfde veld. Wel van een afstand – vooraan staan doe ik zelf al lang niet meer, geef mij maar bewegingsruimte. We kletsen, lachen, drinken een biertje of een colaatje met Jack, eten, lachen en kletsen verder. Bijna niemand komt voor de line-up, maar dat geeft niet. Want een festival draait niet alleen om de muziek, maar ook om de sfeer, gek doen, even alles achter je laten en genieten met vrienden, waarvan je sommigen veel te weinig ziet maar waarvan je na het weekend denkt ‘geeft niet, want we hebben deze herinnering.’ Het is de beleving van de muziek, maar ook van de omstandigheden op de camping, het gevoel van alle tijd hebben voor je naar het eerste optreden gaat, de rijen voor lief nemend die voor de koude douches en, zeker op dag 3, wat ranzige WC’s staan.

En dan breek je alles weer af – inpakken na twee dagen camping

Na zo’n weekend ben ik blij als ik weer in mijn eigen bed mag slapen en onder een warme douche mag staan, waar ik niet voor in de rij hoef. Maar het nagenieten, het gevoel van onderdeel mogen zijn van die grote groep festivalbezoekers, dat blijft ook hangen. En ondanks dat ik op de eerste dag even dacht ‘nooit meer, want … ’, begint nu al weer te kriebelen. Het doet wat met je – dat festivalleven.

Naar Walhalla voor Raymond

Weet je nog, die reeks Zingende Heren uit 2002? We zagen Joop, Jan, Maarten en Raymond. Over Maarten schrijf ik niet meer – nou vooruit nog wel even de melding dat ik zijn muziek nog altijd schitterend vind en de jaarlijks nieuwe voorstelling enorm mis – maar gisteren gingen we naar Walhalla en zagen we Raymond opnieuw. 13 jaar later; het kwam er eerder gewoon nooit van. Misschien omdat Raymond niet zo vaak in Nederland is, misschien omdat er te veel andere dingen waren. Hoe het ook zij, voor mijn verjaardag kreeg ik van de ega kaartjes voor Raymond in Walhalla en nu was het dan zo ver.

65 is hij inmiddels, niet meer zo kras dus, maar eindelijk bijna volwassen volgens hemzelf. Nu ben ik wel gewend aan concerten van krasse heren, om er een paar te noemen: Bob D., Leonard C., Charles A. zijn ook allemaal niet meer zo piep en weten toch enorm te imponeren op het podium. Maar Raymond? Nou die verslaat ze eigenlijk allemaal. Qua energie, qua plezier en eigenlijk ook wel qua zangstem. Nu is dat volgens mij niet zo moeilijk als je hem en Bob vergelijkt, maar als je hem met Charles vergelijkt is het misschien wat weinig geloofwaardig. En toch is het zo. Kippenvel had ik bij de uitvoering van Je veux l’amour (met een prachtig rauw randje), swingen was het bij Jesus was heel sexy en lachen bij Bonenstaakdans. Niet alleen de zang overtuigde, vooral ook de muzikanten (waar Raymond er zelf ook een van is – op keyboard en vooral gitaar) en het overduidelijke plezier dat de heren uitstraalden. Zoon Leander (meespelend op allerhande instrumenten, plus meezingend waar nodig) heeft duidelijk nog niet de charme van zijn vader – maar wie weet is dat over een jaar of 40 anders?

Wat bijdroeg aan deze prachtige avond was overigens ook de locatie – (de kantine van) Theater Walhalla. Gelegen op Katendrecht – ongeveer aan de voet van de loopbrug die De Kop van Zuid en Katendrecht verbindt – en met slechts 150 stoelen. Het is bijna op je in je huiskamer zit, maar dan met goede akoestiek. Dit maakte het heel intiem en tot iets heel anders dan de grote concerten van de eerder genoemde drie heren. Zeker een theater om het programma van te gaan volgen; want hier moet je eigenlijk een keer een optreden meemaken.

Ik had graag het lied Jesus was heel sexy met jullie gedeeld – toch wel een van mijn favorieten van Raymond. Maar helaas is er alleen een saaie clip van te vinden op YouTube. Dan maar een liedje dat heel goed laat zien hoeveel energie er in deze man zit. Lekker live dus ook 😉