Tagarchief: muziek

Festivalleven

Augustus 1997

We gaan naar Lowlands. En we zijn een aantal vrienden van het VWO, die tussen het eindexamen en de start van een universitaire carrière inzitten. We zijn ook zussen en de kinderen van de Merckthoef. Het is een van mijn eerste festivals, Dynamo Open Air en het Nirwana Tuinfeest waren nog net wat eerder dat jaar. We mogen slapen in de tent van een vriend van mij, die al jaren naar Lowlands gaat met een grote groep en die daar altijd een grote legertent opzetten. Alles is er – tent, luchtbed, slaapzak – dus met een mini rugzak met daarin (denk ik) een paar schone onderbroeken en een set schone kleren reis ik af. Onderweg in de trein en wachtend op de pendelbus nuttigen we de meegebrachte biertjes. Een beetje vroeg misschien, maar ze zijn dan ook wel erg zwaar én ze worden er niet kouder op.

In de rij, om half 7 ’s ochtends en toch lachen – Pinkpop 2018

Van de eerste dag herinner ik me vooral een historisch optreden van Life of Agony, waar we middenin het publiek staan. Van de rest van de dag herinner ik me vooral de biertjes, kletsen, lachen, de zon en het niet van het terrein af willen gaan – ook al is de camping helemaal niet heel ver weg. Aan het einde van de avond zijn de munten die het hele weekend mee moesten gaan op, waarbij we van de legertent-vriend ook nog de nodige rondjes hebben gehad. We worden van het terrein gestuurd als het dicht gaat. De volgende dag word ik pas echt wakker als ik op het terrein achter een hamburger zit. Maar dat maakt niet uit – want op Lowlands mag je ontbijten met een hamburger en is op tijd zijn alleen belangrijk als er een band speelt die je echt moet zien. Als Rowen Hèze begint en we lekker vooraan staan, in de regen van bier, geniet ik weer met volle teugen. Ook het optreden van Skunk Anansie van die dag staat in mijn geheugen gegrift. Als ik nu naar het verdere programma kijk, zou ik met terugwerkende kracht ook naar 16 Horsepower gaan – maar of ik dat ook deed? Ik herinner het me niet meer.

 

Juni 2018

We gaan naar Pinkpop – inmiddels hebben we allemaal de nodige festivals bezocht, ik vermoedelijk nog de minste. We zijn nu opnieuw de zussen en daarnaast vriendinnen en de mensen van de pub van mijn kleine zus. Om drie uur ’s nachts staan we op, douchen en stappen de auto in. De kleine rugzak heb ik niet meer – het is nu een flinke backpack. Rond zes uur ‘s ochtends staan we in de rij voor de camping en drinken we volgens de traditie ons eerste biertje. Tegen half negen zitten we op onze stoeltjes en een voor een besluiten we allemaal toch nog even een dutje te doen. Want het duurt nog lang voor het terrein open gaat en nog langer voor de eerste band komt die we wel aardig vinden.

Op het veld, muziekje, zonnetje, drankje

We brengen de dagen door met languit liggend in het gras luisteren naar bands, dansen en springen op datzelfde veld. Wel van een afstand – vooraan staan doe ik zelf al lang niet meer, geef mij maar bewegingsruimte. We kletsen, lachen, drinken een biertje of een colaatje met Jack, eten, lachen en kletsen verder. Bijna niemand komt voor de line-up, maar dat geeft niet. Want een festival draait niet alleen om de muziek, maar ook om de sfeer, gek doen, even alles achter je laten en genieten met vrienden, waarvan je sommigen veel te weinig ziet maar waarvan je na het weekend denkt ‘geeft niet, want we hebben deze herinnering.’ Het is de beleving van de muziek, maar ook van de omstandigheden op de camping, het gevoel van alle tijd hebben voor je naar het eerste optreden gaat, de rijen voor lief nemend die voor de koude douches en, zeker op dag 3, wat ranzige WC’s staan.

En dan breek je alles weer af – inpakken na twee dagen camping

Na zo’n weekend ben ik blij als ik weer in mijn eigen bed mag slapen en onder een warme douche mag staan, waar ik niet voor in de rij hoef. Maar het nagenieten, het gevoel van onderdeel mogen zijn van die grote groep festivalbezoekers, dat blijft ook hangen. En ondanks dat ik op de eerste dag even dacht ‘nooit meer, want … ’, begint nu al weer te kriebelen. Het doet wat met je – dat festivalleven.

Naar Walhalla voor Raymond

Weet je nog, die reeks Zingende Heren uit 2002? We zagen Joop, Jan, Maarten en Raymond. Over Maarten schrijf ik niet meer – nou vooruit nog wel even de melding dat ik zijn muziek nog altijd schitterend vind en de jaarlijks nieuwe voorstelling enorm mis – maar gisteren gingen we naar Walhalla en zagen we Raymond opnieuw. 13 jaar later; het kwam er eerder gewoon nooit van. Misschien omdat Raymond niet zo vaak in Nederland is, misschien omdat er te veel andere dingen waren. Hoe het ook zij, voor mijn verjaardag kreeg ik van de ega kaartjes voor Raymond in Walhalla en nu was het dan zo ver.

65 is hij inmiddels, niet meer zo kras dus, maar eindelijk bijna volwassen volgens hemzelf. Nu ben ik wel gewend aan concerten van krasse heren, om er een paar te noemen: Bob D., Leonard C., Charles A. zijn ook allemaal niet meer zo piep en weten toch enorm te imponeren op het podium. Maar Raymond? Nou die verslaat ze eigenlijk allemaal. Qua energie, qua plezier en eigenlijk ook wel qua zangstem. Nu is dat volgens mij niet zo moeilijk als je hem en Bob vergelijkt, maar als je hem met Charles vergelijkt is het misschien wat weinig geloofwaardig. En toch is het zo. Kippenvel had ik bij de uitvoering van Je veux l’amour (met een prachtig rauw randje), swingen was het bij Jesus was heel sexy en lachen bij Bonenstaakdans. Niet alleen de zang overtuigde, vooral ook de muzikanten (waar Raymond er zelf ook een van is – op keyboard en vooral gitaar) en het overduidelijke plezier dat de heren uitstraalden. Zoon Leander (meespelend op allerhande instrumenten, plus meezingend waar nodig) heeft duidelijk nog niet de charme van zijn vader – maar wie weet is dat over een jaar of 40 anders?

Wat bijdroeg aan deze prachtige avond was overigens ook de locatie – (de kantine van) Theater Walhalla. Gelegen op Katendrecht – ongeveer aan de voet van de loopbrug die De Kop van Zuid en Katendrecht verbindt – en met slechts 150 stoelen. Het is bijna op je in je huiskamer zit, maar dan met goede akoestiek. Dit maakte het heel intiem en tot iets heel anders dan de grote concerten van de eerder genoemde drie heren. Zeker een theater om het programma van te gaan volgen; want hier moet je eigenlijk een keer een optreden meemaken.

Ik had graag het lied Jesus was heel sexy met jullie gedeeld – toch wel een van mijn favorieten van Raymond. Maar helaas is er alleen een saaie clip van te vinden op YouTube. Dan maar een liedje dat heel goed laat zien hoeveel energie er in deze man zit. Lekker live dus ook 😉

In de hemel met Maarten

In 2002 nam Steven mij mee naar de concertreeks Zingende Heren in Vredenburg. We gingen vooral voor Joop Visser, maar uiteindelijk vond ik de andere drie heren uit de serie stuk voor stuk beter dan Joop: Jan Rot, Raymond van het Groenewoudt en vooral: Maarten van Roozendaal. Sinds dat jaar gingen we ieder jaar tenminste een keer naar Maarten – sommige jaren ging ik ook twee keer, als ik een vriendin wist te vinden die ook mee wilde of als hij twee programma’s in een jaar had. Zoals vorig jaar, toen hij in het eerste deel van het seizoen met vrienden in de zalen stond en in het tweede deel alleen optrad.

Het is een bijzondere man, Maarten, met een (volgens mij) prachtige stem en schitterende nummers. Zijn teksten zijn ijzersterk en de beschrijvingen van mensen origineel en goed gevonden. Maar zeker ook heel herkenbaar. De beschrijving van een vakantie in het nummer Judith zie ik bijvoorbeeld zo voor me. De kreet ‘Uit volle borst op weg naar nergens, zonder reden, zonder doel’  zing ik uit volle borst mee. Hij wordt wel vergeleken met Jacques Brel en Tom Waits – maar eigenlijk vind ik dat je hem niet echt met iemand kunt vergelijken; daar doe je hem te kort mee. Stiekem ben ik misschien zelfs wel een beetje verliefd op Maarten – niet tegen Steven vertellen hoor 😉

Vorig weekend was ik in Nederland, vooral vanwege het concert van de Toppers (ik weet het: vreemde combinatie) en Cardcetera. Een tijd geleden las ik dat Maarten op vrijdag  samen met Paul (u weet wel, die van Acda & De Munnik) optrad in Den Bosch – de try-out van het nieuwe programma Heimwee naar de hemel. In dit programma zingen ze liederen van overleden Nederlandse zangers als Robert Long, Frans Halsema en Cornelis Vreeswijk. Die kans kon ik natuurlijk niet voorbij laten gaan; ik was er toch en bestelde dus kaarten!

Samen met Simone toog ik naar Den Bosch, waar we na het bijpraten en eten eenvoudig de weg vonden naar de Verkade Fabriek (leuke locatie trouwens!). Toch spannend, want Simone kende Maarten niet en was ook al geen groot fan van Acda & de Munnik (ik overigens ook niet). En al die dode zangers, daarvan kenden wij er ook een heel aantal op het affiche niet echt. Het was een prachtige avond; wat een mooie nummers hebben die dode zangers! En wat een geweldige combinatie, Maarten & Paul. Dit was nog de try-out, waardoor er ook leuke momenten waren waarop het nog niet helemaal foutloos ging. Dit betekent ook dat vanaf september de officiële tour start en ik zou zeggen: gaat dat zien!