Tagarchief: schrijfproces

Schrijfvakantie – dag 3

Dag 3 – vrije schrijfdag of, als je dat wil, een dag naar Albufera. Aan het begin van dag 2 dacht ik ‘nee natuurlijk ga ik niet naar Albufera, ik wil meters maken.’ Aan het einde van dag 2 dacht ik ‘krijg het heen en weer, ik kom toch nergens deze week, ik ga gewoon lekker naar Albufera.’ Maar toen belde ik even met mijn eega (die een snelle reality check deed) en dreef ik een hele tijd in het zwembad met een van mijn mede-schrijfvakantiemaatjes (en een beetje port…). Dat veranderde al het nodig.

En daarna was ik ook nog vroeg wakker. Op het terras van de bed & breakfast, met het gezelschap van een aantal schatten van katjes, schreef ik ouderwets met pen en papier mijn nieuwe structuur en mijn echte drijfveer uit. Binnen drie kwartier stond deze op papier. Ik liep nog even heen en weer naar het stadje – nou eigenlijk, de 10 huizen die samen een stadje vormen – en besloot om er vandaag volop voor te gaan. Want het hoefde niet 100% anders, het moest vooral scherper, meer met gevoel. En dat is spannend, want terug naar het gevoel van toen gaan is lastig, maar ook wel eng.

Om tien uur, na een heerlijk ontbijt, worden we opgehaald. Ongeveer de helft van ons gaat naar Albufera, de andere helft gaat schrijven. We bespreken dat we ook best onderling kunnen sparren, stukjes kunnen voorlezen, als mensen daar behoefte aan hebben. Eigenlijk heb ik dat inmiddels wel – want ik kan die twee delen omschrijven, maar wat als het dan nog niet aankomt?

Tot half een schrijf ik vlijtig door, sterker nog: ik schrijf een compleet nieuwe opening voor mijn boek. En dan begint het herschrijven. Na een uurtje of anderhalf merk ik dat de scherpte er af gaat, dat ik denk ‘ach het is wel goed zo.’ Gelukkig is het tijd voor de lunch en praten we samen door. Voorlezen doen we nog niet. In de middag zoek ik een ander plekje op, stiekem inmiddels wel mijn lievelingsplekje: het prieel onder de druivenboom. Ja boom ja – want een struik kun je dit (volgens mij) niet meer noemen. Je hebt vanaf daar een mooie uitkijk en, niet onbelangrijk, je kunt er heerlijk snoepen van de zoete, witte druiven. Tegen vier uur, dan heb ik dus zo’n twee en half uur geschreven, is de inspiratie op. Mijn proloog zit in het nieuwe format, maar durf ik het ook te delen, voor te lezen? Ik ben hier gekomen om verder te komen en je komt alleen verder als je durft te delen. Denk ik… Ik dwaal een stukje over het land en loop de berg op. Op de weg terug naar beneden denk ik ‘wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat ze het nog steeds niets vinden? Dan kun je dat maar beter nu weten.’

Ik lees een stukje voor aan een van de andere ‘thuisblijvers.’ Ze luistert aandachtig en alleen dat doet me al goed. En, hoera!, ze vindt het mooi. Zonder achtergrondinformatie, zonder mitsen en maren van mijn kant noemt ze een aantal dingen en denk ik ‘ja! Hier kan ik mee verder.’ En dus neem ik me voor om morgen, op dag 4, door te schrijven in deze stijl. En een stukje te delen met de hele groep. En Marelle. Spannend!

Schrijfvakantie – dag 2

Dag twee staat in het teken van personages. Tijdens dag 1 ben ik er al achter gekomen dat mijn personages nog wat scherper kunnen. Op zijn zachtst gezegd. Een tipje van de sluier is hier wel nodig – al zien mijn trouwe lezers dit misschien wel aankomen… mijn boek gaat (in zijn huidige vorm) over een vrouw die naar Oostenrijk gaat met haar man. Waar het uiteindelijk om gaat is de ontwikkeling die de vrouw daar doormaakt; haar perspectief dus, haar blik op wat er is gebeurd. Maar wat ik niet weet is hoe het moest eindigen. En daar hadden we in dag 1 een heel duidelijk gesprek over – want je moet weten wat er aan het einde van de regenboog ligt. Want weet je dat niet, dan weet je ook niet of het wel de moeite is om door te zoeken naar dat einde. Of in de kader van het boek: of het wel de moeite is om door te lezen. Want is mijn vrouw – naam nog onbekend – aan het einde geen steek veranderd, waarom heb jij – als lezer – je dan door al die pagina’s heen geworsteld? Kortom wat is haar drijfveer, waarom blijft ze maar op weg, hoeveel hindernissen er ook zijn en hoe ver dat einde van die regenboog maar weg blijft.

 

Ik wist het dus nog niet zo goed, wat zou er dan staan? Een pot vol goud? Een berg kansen? Of misschien wel een modderpoel, of een ravijn? Ik moest het wel weten of achterhalen, dat was de boodschap van dag 1. En om dat te weten, is het nodig om je hoofdpersoon te leren kennen. Aha, dacht ik, makkie – want dat ben ik. Rood licht – nee dus. Want ik ben (ruim) acht jaar na dato een ander mens dan de Astrid die ik was toen ik naar Innsbruck vertrok. Daarnaast schrijf ik niet over Astrid, maar over een andere mevrouw – want ik schrijf immers een roman, geen autobiografie. Plus, ik stop er allemaal dingen in die ik veel later heb bedacht en heb ervaren. Ik moet mezelf gaan zien als personage, zonder voorkennis. En dat is lastig. Nee, dat is gewoon gruwelijk ingewikkeld.

 

Daar zou ik nu kunnen stoppen – want heel even dacht ik ‘kan ik dat eigenlijk wel, van mezelf als persoon afstappen, met alle emoties en de feitelijke gebeurtenissen? Afstand nemen, analyseren, een personage samenstellen en dan in de huid kruipen van dat personage?’ Maar vandaag ging het na de ochtendsessie over personages verder met mijn een op een sessie met Marelle in de middag. En lieve lezers, ik was dus gewoon echt gruwelijk zenuwachtig. En eigenlijk gebeurde dat waar ik bang voor was. Of eigenlijk, gebeurde niet helemaal dat wat ik wilde dat zou gebeuren. Want wat ik natuurlijk wilde was dat Marelle zou zeggen ‘briljant! Schrijf door, stuur het op naar een uitgever, nee sterker nog ik regel die uitgever voor je.’ Maar wat ze zei was ‘ik voel het niet helemaal’ en wat ik daarvan maakte was ‘begin maar opnieuw.’ En ja daar zit een hele wereld tussen – dus ik leg het uit.

Voor de schrijfvakantie stuurde ik een stukje van mijn verhaal op. Het was geen stukje waarvan ik dacht ‘het is af’, maar het was wel een stukje waarvan ik dacht ‘dit is mijn stijl, zo loopt het verhaal.’ Het verhaal baseerde ik voor een groot deel op de blogs die ik schreef op Vrouw van een wetenschapper – met een lichte aanpassing. Maar: die blogs, die waren natuurlijk gecensureerd. Want ik vertelde daarin echt niet over de keren dat ik dacht ‘wat hebben we vredesnaam gedaan – hoe zijn we hier beland? Wil ik vandaag wel opstaan?’ Soms wel een beetje – maar altijd met de mantel der liefde bedekt. En je begrijpt misschien wel: met nog een aantal jaar mijmeren over en reflecteren op, is er ook nog een laagje ‘het viel toch allemaal best wel mee?’ overheen gedwarreld en heb ik de stukjes die eigenlijk totaal niet in elkaar pasten wel in elkaar gevoegd. Soms door ze compleet te verzagen…

Lang verhaal kort: op dag 2 schreef ik niet zo veel. Eigenlijk raakte ik totaal van het pad op deze dag. Maar ik zag ook een licht. Namelijk dat als ik echt van mijzelf en de feitelijke gebeurtenissen durf af te stappen, er ook een heleboel kansen zijn. Zeker als ik ook probeer om terug te halen hoe ik me toen voelde. Maar dan zal ik a) een duidelijke drijfveer moeten bedenken en b) een dikke vette streep moeten zetten door alles wat ik dacht af te hebben. De werkzaamheden voor dag 3 zijn dus al duidelijk… Gelukkig is dat een vrije schrijfdag – kan ik toch die meters gaan maken….

Schrijfvakantie – dag 1

We beginnen de schrijfcursus met het uitspreken van de verwachting – wat wil je aan het einde van deze week voor elkaar hebben? Marelle waarschuwt ons dat de verwachting dat je aan het eind van de week je boek afhebt geen realistische verwachting is. Ik slik. Want als ik eerlijk ben, denk ik in deze komende week de helft van mijn boek af te hebben. Om je een idee te geven: op het moment van starten van de schrijfweek ben ik op minder dan een achtste. Mijn boek bestaat uit 8 delen en een proloog; ik heb er ongeveer eentje af, plus de proloog. In eerste versie…

Misschien denk je ‘hoe komt ze erop, dat dit überhaupt mogelijk is in 6 dagen?’ Dat is gebaseerd op het schrijven van mijn scriptie. Daar stond in totaal een periode voor van, geloof ik, een half jaar. Al denk ik dat ik al eerder begon, namelijk zo in september en uiteindelijk ben ik in mei afgestudeerd. In die zelfde tijd moest ik ook nog een mondeling tentamen doen, misschien nog wel een vak en werkte ik eerst 20 en later 32 uur. Waarom niet? Het voorwerk deed ik door de week en uiteindelijk schreef ik de hoofdstukken dan steeds in een weekend. Dat weekend blokte ik helemaal – mijn eega (toen nog vriendje) was er dan niet, of zag ik niet en ik sprak met niemand wat af. Het was nog voor de tijd dat Facebook echt een storende factor was en helemaal nog voor de tijd van WhatsApp. O en internet liep via de telefoonlijn, dus dat had je ook niet de hele dag aanstaan. Ruwweg schreef ik mijn scriptie in denk ik 6 tot 8 weekenden ofwel 12 tot 16 dagen.

Voor het boek heb ik inmiddels een heleboel bouwstenen. Ik weet hoe het moet worden opgedeeld en wie de hoofdpersonen zijn – ook al hebben ze nog geen definitieve naam. Ik heb een heleboel gebeurtenissen die ergens een plek moeten krijgen; ik laat het schrijven een beetje bepalen waar het logisch is om de gebeurtenissen te benoemen. Ik weet dat het 8 periodes zijn en wat er in die periodes gebeurt. Oftewel: al het voorwerk is volgens mij gedaan en dus gaan die 8 weekenden of 16 dagen zo’n beetje in.

Dacht ik.

Want nu terug naar de schrijfweek. Ik schrijf het volgende op als doelstelling voor deze week: Aan het einde van de week wil ik de losse gebeurtenissen die ik heb genoteerd uitgewerkt en geplaatst hebben. Ik lees het voor. En dan besluit ik een inkijkje te geven in hoe mijn brein functioneert en voeg er aan toe ‘maar stiekem heb ik wel de ambitie om na deze week op de helft van mijn boek te zijn.’ Marelle benadrukt (nogmaals) dat dit een enorm hoge, zo niet onmogelijke ambitie is. Mijn meedogenloze ik denkt ‘hoog ja – onmogelijk nee.’ Na de lunch vertrek ik naar het prieeltje – een van de schrijfplekken in de schaduw, waar ik van onder een mooi afdakje uitkijk op de Portugese bergen. En waar de druiven klaar zijn om geplukt te worden.

Dit was ‘mijn’ schrijfplek op dag 1

Het einde van de eerste schrijfdag is inmiddels in zicht en ik ben eigenlijk wel tevreden met wat ik heb bereikt. Het eerste deel is voor nu compleet, met het derde deel ben ik begonnen. Nee ik schrijf niet chronologisch – dus deel twee is niet ineens nu ook af. Maar het staat wel in de steigers – inclusief gebeurtenissen die er in moeten komen. En dus lijkt ook mijn hoge ambitie nog prima haalbaar – toch? Op naar het schrijfcafé dus; de afronding van deze eerste officiële dag. Waar ik met een voldaan gevoel op terug kijk – one down, three to go. Delen dus – want dagen heb ik nog meer!