Tagarchief: schrijfvakantie

Schrijfretraite – dag 3

Zondag is al een hele tijd de hardloopdag bij uitstek en dus besluit ik vandaag ook gewoon te gaan. Want ik moet toch naar buiten en waarom daar dan niet mee beginnen. O ja en het is ook nog prachtig weer, had ik dat al gezegd? Ik besluit richting Dishoek te rennen, waar we vroeger als gezin ooit op vakantie zijn geweest. Nog met oma, dus echt jaren geleden. Het huisje van toen vind ik natuurlijk niet terug, misschien staat het er ook al lang niet meer. Gisteren had ik tijdens mijn wandeling al ontdekt dat ik de strandtijd van destijds in ieder geval niet terug kon vinden. Wie weet is die ook al lang afgebroken. Ik loop deels achter de duinen langs, via mooie bospaden en deels ook door de duinen. Wat pittig is met het op- en aflopen van de duinen. Het strand laat ik rechts liggen, want ook al is het nog best vroeg, het is al wel behoorlijk druk en omdat het vloed is, is het strand smal.

Genieten, dat lopen door de duinen.
Al weet ik nu wel zeker dat ik nooit de kustmarathon ga doen!

Eenmaal terug in het huisje lees ik eerst de tekst van gisteren nog eens door. Hoewel ik meters wil maken, wil ik ook geen broddelwerk afleveren. Ik heb mijn vaste meelezers al gemeld dat deel 3 er bijna aankomt – dus het moet nog even doorgelezen worden. De rest van de dag ben ik bezig met dat deel 3. En dat blijkt niet makkelijk want ik heb nog veel open vlekken in dit deel. Wel losse gebeurtenissen genoteerd, maar nog niet uitgewerkt. En dat uitwerken is hard werken. Ik merk dat ik dan toch vaak weer overga op het te feitelijk beschrijven en te weinig gebruik maak van show, don’t tell. Daarmee wordt bedoeld dat jij straks, als lezer, moet zien en voelen uit hoe ik het beschrijf wat ik bedoel, dat ik je dus niet ga zeggen wat je moet zien en voelen. Maar goed – eerste versie hè, meters maken – dat herschrijven en finetunen, dat komt nog wel. Is het idee… maar in de praktijk vind ik dat dus lastig.

Een voorbeeldje van dat herschrijven? Versie 1 schreef ik voor ik naar Portugal ging, versie 2 daarna.

Versie 1
Een kwartier later, na nog wat omrijden en gevloek bij straten die we echt niet in mogen, staan we dan toch voor de deur van ons nieuwe huis. Het gebouw oogt grauw, maar de gang doet me Frans aan en ziet er helemaal niet verkeerd uit. Een mooie brede trap brengt ons op de eerste etage, waar Nout me voor het eerst welkom heet in ons nieuwe huis. Drie grote kamers met hoge plafonds en een oude houten vloer.

Versie 2 (nou ja… 5 denk ik, als ik eerlijk ben!)
Een kwartier later, na nog wat omrijden en gevloek bij straten die we echt niet in mogen, staan we dan toch voor de deur van ons nieuwe huis. Het gebouw, een oud herenhuis ergens uit de achttiende eeuw, oogt grauw in dit licht. In de gang hangt een lucht die ik niet echt thuis kan brengen. Een beetje muf, alsof je in rondloopt in de catacomben van een oude kerk. Het licht in de gang springt al uit, maar de brede trap naar de eerste etage van het oude huis is nog te zien. Bovenaan de trap, op de eerste verdieping, maakt Lex de deur direct links van de trap open en heet me welkom in ons nieuwe huis. Het ziet er allemaal ruim uit, ook door de hoge plafonds. De houten vloer kraakt onder mijn voeten als ik richting badkamer loop. Echt inspecteren lukt nu niet, aangezien er alleen in de badkamer licht is.

Aan het einde van deze dag heb ik deel 3 af en stuur ik het door. Eens kijken of ze het nog steeds boeiend vindt. En ik krijg een peptalk van mijn eega. Die vindt dat het al heel wat is als ik deze week de hoofdlijn weet uit te werken en volgens hem het klinkt alsof dat wel gaat lukken. Hm. Als ik de hobbels benoem, weet hij me op te beuren met het bericht dat niemand ooit heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn, een week schrijven. Niemand – behalve ikzelf dan natuurlijk. Morgen wacht me de schone taak om te beginnen aan deel 4. Een deel waar ik de opbouw van heb en per hoofdstuk een aantal gebeurtenissen, maar verder staat er nog niets op papier. Op tijd naar bed dan maar – zodat ik in ieder geval uitgerust aan deze uitdaging kan beginnen.

Schrijfretraite – dag 1

Daar zit ik dan, alleen in een huisje in Vlissingen, om het verhaal van Steffi verder te schrijven, vorm te geven en wie weet tot een eerste, voorlopig einde te brengen. Ik probeerde van alles thuis, om in de flow van het schrijven te blijven. Bijvoorbeeld mijn thuiswerkdagen beginnen met eerst een uurtje of twee schrijven. Maar voor ik het wist stond toch mijn mailbox open (ja, dat deed ik zelf ja), was ik toch een tekst aan het corrigeren of verspeelde ik mijn vroege ochtenduren aan Instagram, Facebook en / of Candy Crush. Mijn eega opperde een paar dagen weg, alleen, ergens om te schrijven. Eerst dacht ik ‘kan dat dan?’, alleen ergens heen, als een soort van schrijfvakantie. Maar naarmate ik er meer over nadacht, begon ik te denken dat het misschien wel de oplossing zou zijn. Mijn uurtjes met Jedida zorgden er namelijk wel voor dat ik in de flow van het verhaal bleef en ik rondde ook wel weer een deeltje af, maar echt meters maken? Dat lukt niet in twee tot drie uur per week. Zeker niet omdat je soms gewoon geen inspiratie hebt op dat precieze moment.

En dus ging ik op onderzoek uit. Wat voor plek moest het dan zijn, hoe lang, wat voor soort omgeving inspireert mij, ging ik georganiseerd mee of regelde ik het gewoon zelf? Ik kwam uit op een huisje nabij water – want water inspireert me – dat bereikbaar moest zijn met het openbaar vervoer en dat niet in de middle of nowhere moest liggen, zodat ik lopend of eventueel met een huurfiets boodschappen kon doen. Zo’n huisje vond ik al snel in Vlissingen, op een plek vlak achter de boulevard. Ik besloot om dan maar zo snel mogelijk te gaan, want het verhaal moest eruit, ik leek soms twee levens te leiden. Regelmatig vroeg ik me namelijk af ‘wat zou Steffi doen in deze situatie?’ En zo koos ik een week in februari – afgelopen week, de week van 15 – 22 februari. Net voor de voorjaarsvakantie (pfiew).

Ik vertelde het aan een aantal mensen. Lang niet aan iedereen, want ik wilde mezelf wel een beetje druk opleggen, maar ook weer niet te veel. Want wat nou als ik geen letter op papier zou krijgen in die week? Of als het allemaal bagger zou zijn en ik het hele boek maar beter denk te kunnen deleten? De mensen die ik het wel vertelde reageerden enthousiast en de aspirant-schrijvers ook met ‘wat een goed idee, dat ga ik ook doen. Vertel je hoe het was?’ De druk steeg en hoewel ik er naar uitkeek, ontstond ook een gevoel van ‘het is ook wel echt heel spannend.’ Ik kreeg de vraag wat het ergste was wat er kon gebeuren, want als het niets was had ik toch een lekker ontspannen week gehad. Vast – maar ja, die meedogenloze normen he, die verdwijnen niet zo maar. En dan kan ik mezelf wel vertellen dat er niets van af hangt, maar dat ook geloven is vers twee.

Het prachtige huisje waar ik hoop veel tekst te gaan schrijven

De dagen voor vertrek bepaalde ik wat ik ongeveer ging doen op welke dag, met welke delen ik me bezig wilde houden en hoe een dag er uit zou zien. Want ik had me ook ingelezen in hoe anderen dat aanpakken, zo’n schrijfweek. Zo las ik dat het belangrijk is een ritme te hebben, genoeg buitenlucht te happen en niet te verzanden in fast food en snacks, maar gezond te koken. In de trein naar Vlissingen las ik een goed boek, om een beetje in de schrijfmood te komen. Ik installeerde me in het – overigens echt geweldige! – huisje en besloot om eerst de omgeving te verkennen en boodschappen te doen. Zodat ik met een leeg hoofd en een volle koelkast aan de eerste schrijfdagen begin.

Eenmaal op de boulevard van Vlissingen begint het besef te komen. Ik mag dit gewoon doen. Ik mag hier een week zitten, kijken wat het me brengt. Het toeval wil dat het ook nog belachelijk mooi weer is, dus ja: zelfs als er geen letter op papier komt dan is dit alsnog een cadeautje. Dan heb ik maar mooi die eerste lentestralen van 2019 hier opgepikt, op een steenworp afstand van zee en in een week waarin ik me overal aan kan onttrekken.

In het centrum van Vlissingen

Terug in het huisje installeer ik me op de bank en tik dit verhaal. Dat ik wel pas een week later ga publiceren – dus als je dit leest, ben ik net weer terug of nog net op de terugreis. En weet ik al hoeveel ik al dan niet heb geschreven 😉

Schrijfvakantie – doen of niet?

De verslagen van de vijf schrijfdagen hebben jullie inmiddels kunnen lezen. Op dag zes ging het vooral om de vraag ‘en hoe nu verder, hoe zorg ik er voor dat ik tijd genoeg kan besteden aan dat boek.’ Om het in de woorden van Marelle te vatten: voor iedere hobby moet je tijd maken. Stel dat je gaat sporten, dan is een keer in de week een leuk begin, maar wil je echt resultaat bereiken, dan is twee keer beter en drie keer helemaal geweldig. Ik moest meteen weer denken aan mijn marathontrainingen en hoe ik dat heb aangepakt. Als ik maar wat had aangemodderd, had ik de eindstreep niet gehaald. Maar ja… als je al de hele dag achter je laptop hebt gezeten, is het wel goed te doen om een stukje te gaan rennen, maar om dan weer achter de laptop te kruipen voor mijn verhaal? Hoe ik dat ga doen, daar ben ik nog niet helemaal uit – maar dat komt wel.

Maar dan, raad ik het aan, zo’n schrijfvakantie? Het antwoord is dat ik denk dat het van je wensen en verwachtingen afhangt. Als je denkt ‘ik ga die week mijn boek schrijven’: no way. Zie ook dag 1 en mijn verwachting. Maar ja, dat is wat algemeen hè, dus nog wat  punten om over na te denken als je een schrijfvakantie overweegt.

Vooraf wist ik al dat deze week een beetje (veel) buiten mijn comfortzone zou zijn. Ik weet dat het soms nodig is, een groepsles of een groepscursus. Maar 7 dames, een week lang, samen schrijven, elkaar voorlezen en ideeën delen – ik zag er best wel erg tegenop. Dat is 100 % meegevallen. Ja het was even wennen en even aftasten. Dat werd bij mij nog verergerd doordat ik de avond voor we vlogen en de ochtend dat we vlogen ziek werd. Waar het aan lag, geen idee – maar mijn maag en darmen waren compleet van slag. Dus na de vlucht, de eerste rondleiding en het eten, ging ik met een knallende koppijn en een gekregen paracetemolletje direct plat toen we in de B&B aankwamen. Om dag 2 fris en fruitig te beginnen – gelukkig! En op die dag merkte ik al een klik met iedereen – allemaal op een andere manier. Dat was niet alleen bij mij zo, maar eigenlijk bij alle dames. 7 compleet verschillende vrouwen met 7 totaal uiteenlopende verhalen. Ik denk eigenlijk dat ik die verhalen en hoe iedereen er, soms stukje bij beetje, wat van losliet nog het meest ga onthouden van deze reis.

De Bed and Breakfast – heerlijke plek

Maar ja, ik ging dus om mijn verhaal te verbeteren en ook dat is gelukt. Want ik was eigenlijk geen verhaal aan het schrijven, maar een verslag. Ik schreef geen roman, maar een aaneenschakeling van blogs. Op een dag zal ik nog eens een voor de vakantie en na de vakantie versie van een stuk tekst posten, dan kun je zien wat het verschil is. Eigenwijs als ik ben, had ik een aantal basis schrijftips in de wind geslagen. Want ‘ik kan heus wel schrijven.’ En daar ben ik nog steeds van overtuigd eigenlijk, dat ik dat kan. Maar een roman, een verhaal, is wat anders dan lesmateriaal. Heel veel nieuwe dingen heb ik niet gehoord – maar veel dingen heb ik wel op een andere manier gehoord. En daardoor landt het. Ook in combinatie met de tips en feedback op mijn eigen verhaal.

Klein voorbeeldje. Als auteur van een lesboek krijg ik een vrij duidelijke richtlijn mee over het aantal pagina’s van een boek, vaak zelfs over een hoofdstuk. Als dat 160 pagina’s zijn en ik schrijf er 240, dan zal ik echt moeten schrappen. En dat is lastig, want je volgt een bepaalde opbouw en vaak ook een bepaald format. Bij een roman is dat anders – want daar geldt vaak schrijven = schrappen. Dus schrijf maar 20.000 woorden extra; je kunt er later altijd nog schrappen. Bijvoorbeeld door passages die niets toevoegen te schrappen. Dat kan makkelijker dan in dat lesboek. Dus nu schrijf ik meer zonder vooraf te denken ‘wordt het niet te dik, dat boek van mij?’ Schrappen kan altijd nog namelijk.

Ik ging ook om meters te maken. Na dag 2 zag ik dat zwaar in. Maar toch ben ik ook in dat opzicht tevreden. Want het herschrijven, vormen en kneden van het verhaal is eigenlijk veel belangrijker dan die meters maken en daar maakte ik op dag 3 een start mee. Als het verhaal echt goed staat, als je mij kunt interviewen over de personages – dan is het eigenlijk nog een kwestie van invullen, van schrijven, schrijven en nog eens schrijven. En daar zit wel een crux…

Genieten van een zonsondergang

Want ik ben er achter gekomen dat het wel erg lastig is om echt in de goede schrijfflow te komen en daarin te blijven. Een stoel die net niet lekker zit, een appje dat binnenkomt, de wind die net te hard waait, de zon die te fel schijnt of de vogeltjes die te hard lijken te fluiten – allemaal dingen die me zo maar uit mijn concentratie kunnen halen als ik op een punt zit waarvan ik denk ‘hoe nu verder?’ door de week heen merkte ik dat blokjes van zo’n anderhalf uur schrijven voor mij zo’n beetje ideaal zijn. Daarna was het wel even op – ging ik een stukje lopen, een ander plekje zoeken of even een babbeltje maken. Dus die schrijfplek die ik heb, met een blok van zo’n twee uur schrijven, dat is zo’n gek idee nog niet.

Tot ziens – tot in Frankrijk!

Als je ook een schrijfvakantie overweegt, bedenk dan goed wat je wil. Vergelijk een aantal opties met elkaar en probeer, als dat kan, ook wat meer te achterhalen over de schrijfdocent en zijn of haar stijl van werken. Voor mij werkt de eerlijke aanpak van Marelle heel goed bijvoorbeeld en bovendien vond ik het ook heel fijn dat zij ook ervaring heeft met het vertrekken uit Nederland en de zaken waar je mogelijk tegenaan loopt. Besteed wat tijd aan onderzoek doen naar de mogelijkheden.

Wil je meters maken, liefst zo veel mogelijk ongestoord schrijven? Dan is een week in een stil huisje misschien wel net zo efficiënt – zelf organiseren dus, als dan niet met andere schrijvers erbij (want voorlezen en sparren helpt echt!). Dat je daar wel zelf moet koken is denk ik helemaal geen ramp – want die afwisseling in schrijven en dingen doen heb je volgens mij toch wel nodig. Tenzij je hele dagen op een stoel kunt zitten… Of als je dat niet wil, boek een hotel met vol pension. Wil je echt tips en advies, bedenk dan of je dat liever 1 op 1 wil, concreet over jouw verhaal, of wat meer algemeen. Als ik naar mijn schrijfproces kijk en mijn ‘productie’, dan was een retraite met 1 op 1 gesprekken en vooral schrijven, schrijven, schrijven vast beter geweest. Maar voor het uit mijn comfortzone komen – en ook dat hoort volgens mij wel bij het schrijfproces – was deze schrijfvakantie ideaal. Met name dankzij de input van de andere schrijfsters – dus dames als jullie dit lezen: obrigada. En tot in Frankrijk 😉 De port zal ik wel meenemen….