Tagarchief: ZZP

Aangenaam: Astrid, tekstschrijver

Vandaag begon ik aan een spiksplinternieuwe opdracht. Eentje voor een type organisatie waar ik nog nooit voor werkte, in een rol die ik op deze manier ook nog nooit ergens had. Wel via iemand waar ik eerder mee gewerkt heb, maar een behoorlijke tijd geleden. Ze maakte snel stappen en wisselde een paar keer van organisatie. Toen ze iemand nodig had met kennis van de MBO-wereld, met schrijfvaardigheden, inlevingsvermogen en daarnaast het vermogen pragmatisch te handelen, toen dacht ze aan mij.

Drie weken geleden had ik op een vrijdagmiddag een ontzettend leuk gesprek met haar en twee van haar collega’s. Het was bijna alsof ik ze alle drie al jaren kende, alsof het een gesprek was met vrienden die je een tijd niet had gezien en waar je op vrijdagmiddag nog even een borrel mee ging drinken. Nou ok, een kop koffie dan. We hadden het over mijn tweestrijd tussen het voeren van mijn meisjesnaam en mijn getrouwde naam. Over het concert De Kik speelt Boudewijn de Groot en het spektakelstuk Het Braaknoot Ensemble speelt een ode aan diezelfde Boudewijns Nacht en ontij. Het was zo’n leuk gesprek dat ik, eenmaal in de trein naar huis, dacht: ‘heb ik mezelf eigenlijk wel inhoudelijk geprofileerd? Weten ze nou wat ik kan?’ Want daarvoor zat ik daar tenslotte, om te verkennen of we wat voor elkaar konden betekenen en op welke manier dan. Een week later kwam het verlossende antwoord: ja dus. Na de zakelijke afspraken, getwijfel bij mij over of ik dit wel kan combineren met andere opdrachten, mijn schrijverij en ook nog een leuk sociaal leven, besloot ik het gewoon te doen. Want het was zo’n leuk gesprek en inhoudelijk zo’n mooie uitdaging, dat ik dacht ‘Van Esdonk, je bent gek als je dit laat schieten.’

En dus schoof ik vandaag aan voor een eerste overleg. Om sfeer te proeven. Echt veel voorbereidingstijd had ik niet, maar dat maakte niet uit: het was alleen even kennis maken. Voor we begonnen met het overleg, werd ik aan iedereen voorgesteld. Met de woorden ‘dit is Astrid – zij kan goed schrijven.’ En toen dacht ik ‘verdraaid, dat is waar ook! Ik ben al een schrijver, je kunt mijn werk al kopen bij bol.com en de schoolboekhandel.’ En nee, dat zijn geen romans, maar toch – het zijn boeken.

Soms vergeet ik dit allemaal even, in alle struggels rondom het boek en bij de strijd in mijn hoofd die ongeveer zo gaat ‘is dit nou wel of niet een interessante verhaallijn en hoe moet ik het allemaal rondschrijven of juist niet en wie zit hier eigenlijk op te wachten en is Steffi niet een stomme naam en waarom, hoe, waarmee, waardoor en wie.’ Toch een mooi compliment, zo op de eerste dag!

Fotograaf ben ik nog altijd niet – deze foto komt dan ook van Jesus Hilario H. /Unsplash

6 weken later – mis ik Cardcetera?

Hemelvaartsdag – we (mijn eega en ik) beginnen de dag met het hardlopen van ongeveer 5 kilometer. Sinds een tijdje loopt hij ook en rennen we samen. Nou ja – we starten samen, hij loopt wel wat sneller dan ik en nu hij niet meer hoeft te pauzeren, zie ik hem vaak pas weer bij de voordeur. Na de koffie begin ik aan een projectje, het afhalen van het behang op de WC. Klinkt misschien raar, maar ik vind het heerlijk om klusjes in huis te doen – het huis wordt er steeds mooier en eigener van. Na de lunch besluiten we om ons fietsplan toch door te zetten – het weer is wat minder geworden, maar het is wel droog. Via Katwijk, Noordwijk en Zandvoort komen we in Haarlem, waar we heerlijk eten. Via Station Aerdenhout gaan we naar station Leiden en fietsen we de laatste kilometers naar huis – waar we heerlijk rozig aankomen. De dag is zonder stress – zonder het gevoel ‘ik moet eigenlijk nog …. orders inpakken, kaarten scannen, de AVG-wetgeving bestuderen en verwerken op de website, mails van klanten beantwoorden, Facebook-berichten schrijven en inplannen én kaarten inkopen.’

Ik krijg met enige regelmaat de vraag of ik Cardcetera niet mis. Natuurlijk wel – bijvoorbeeld als ik zie dat een van de merken die ik verkocht weer wat nieuws heeft. Of als ik lees over een nieuw merk, zoals het prachtige Kitsune Art. Dan denk ik echt wel even ‘had ik nog maar…’ Maar dan schijnt de zon en hoef ik me niet schuldig te voelen als ik een keer extra wil hardlopen, of met een vriendin bij een van de heerlijke strandtenten aan de Wassenaarseslag wil gaan zitten. Of kan ik gewoon lekker toch gaan fietsen met mijn eega, of een hele dag doen over een vloer uitzoeken zonder te denken ‘ik had hier eigenlijk maar een halve dag voor ingepland.’ Of ik kan op vakantie gaan zonder te denken ‘hoe ga ik na mijn vakantie de bestellingen verwerken? En wie houdt de pagina in de gaten als ik er niet ben?’ En dan kies ik er lekker voor om die mooie nieuwe kaarten gewoon te bestellen als consument en niet als bedrijf.

Het liefste neefje

Of ik tijd overhoud? Met tig klusjes in huis, een lijst postvriendinnen die al even niets meer van mij hadden gehoord, een kookhobby waar ik al een hele tijd niets aan had gedaan, een nieuwe e-reader met een stapel digitale boeken, een scheet van een pasgeboren neefje en een boek dat ik nog wil schrijven heb ik eigenlijk nog steeds tijd tekort. Maar het voelt wel minder druk – omdat het allemaal dingen zijn die ik op mijn eigen moment kan inplannen en doen, waarbij ik niet de vraag krijg van iemand anders ‘is mijn bestelling al verstuurd?’ of ‘wanneer komt ….’ Kortom: nee, ik heb nog geen spijt van mijn keuze. Soms kriebelt het wel om weer na te denken over nieuwe Quotes-kaarten – maar nog niet genoeg om echt in actie te komen. Ooit – denk ik.

 

Kiezen: verstand versus gevoel

Na het VWO ging ik naar de Universiteit van Tilburg. Was ik overtuigd van die keuze? Nee eigenlijk niet. In de jaren daarvoor wilde ik kinderpsycholoog worden, in het hotelwezen gaan werken, twijfelde ik over de HEAO en toen het echt tijd werd om te kiezen, toen wist ik het echt niet. Ik was goed in Nederlands en Engels, ik las graag en buiten dat? Had ik geen idee. Eigenlijk ging iedereen studeren, aan de universiteit. Op mijn twee beste vriendinnen na – eentje ging een jaar rondtrekken in Australië en Nieuw-Zeeland, de ander werd au-pair in Londen. Ook al was ik goed in Engels: dat leek me allebei te spannend. En hoe dan ook vroeg geen van beiden me mee, dus meeliften met hun plannen was geen optie. Mijn gevoel zei me dat ik beter moet nadenken, misschien een time-out moest nemen, even werken – maar dat deed niemand.

Dan dus maar de universiteit. Hoe ik in Tilburg terecht kwam? Ik zou het niet meer kunnen vertellen. Er was een gesprek met de decaan, maar wat daar gezegd is? Ik weet het niet. Ik had er zo weinig zin in, dat ik ook niet naar de introductieweek ging van de opleiding. Welke opleiding? Tsja. Daar heb je me opnieuw – ik weet dat er 1 propedeuse was, voor wat na die gemeenschappelijke propedeuse vier opleidingen werden. Waarbij een de focus had op literatuur en dat wilde ik gaan doen. Lezen – dat deed ik graag. Wat ik daar dan na de vier jaar studeren mee wilde gaan doen in de praktijk, daar had ik dan weer geen idee van.

U leest: ik was echt volop gemotiveerd en overtuigd van mijn keuze 🙂 En dus vindt u het vast ongelooflijk om te lezen dat ik na week 1 al dacht: dit is niet mijn opleiding. Alleen tsja, ik wist nog altijd niet wat dan. En met het idee dat ik na de propedeuse echt kon doen wat ik wilde en dat een jaar zo voorbij is ging ik dus toch maar door. Mijn onderbuikgevoel negerend. Om na een half jaar, net voor de toen magische grens van 1 februari (je studiebeurs werd dan niet direct een grens) te stoppen met mijn opleiding. Want met 3 studiepunten lag het voor de hand dat ik niet verder zou mogen na de propedeuse. Het idee was toen om een paar maanden te werken en te bedenken wat ik dan het volgende collegejaar wel wilde gaan doen. Waar ik wel een goed gevoel bij zou hebben.

Kiezen – ik vind het vaak lastig. Vaak zegt mijn onderbuikgevoel het een en mijn verstand het ander. Vaak wint mijn hoofd – zoals toen in Tilburg – maar soms, soms zegt mijn gevoel zo hard wat anders dat ik wel moet luisteren. Half maart begon ik vol overtuiging aan een compleet nieuwe opdracht, een buiten mijn gebruikelijke werksfeer van uitgeverijen. Eigenlijk was het gevoel na week 1 al niet goed – ‘maar,’ zo dacht ik, ‘geef het tijd, hoe lang is het geleden dat je echt aan een nieuwe opdracht begon, in een nieuwe werkomgeving?  Dat heeft tijd nodig.’ Aan het begin van iedere week wilde ik het bijltje erbij neergooien, waarna er in die week steeds weer wat gebeurde waardoor ik dacht ‘geef het nog wat tijd.’ Maar tijdens de vakantie dacht ik ‘nee, vertrouw nu maar op je onderbuik.  Anders geef je jezelf over een half jaar een onvoldoende.’ En dus gaf ik de opdracht terug – met een heel opgelucht gevoel als gevolg. Dat het spontaan ook beter weer werd, beschouw ik maar als een teken dat het de goede keuze was 😉